Lubbers verlangt naar nieuwe levenssappen

Ruud Lubbers, de werkverslaafde, kijkt met verlangen uit naar het sabbatsjaar dat hem wacht na zijn vertrek uit Den Haag. Niet een drukke topbaan bij de EG doch het vooruitzicht van een jaar lezen, bidden en studeren lokt hem, moeten we van hem aannemen. In de eenzaamheid van het hectische bestaan aan de top heeft hij de afgelopen jaren zijn 'levenssappen' voelen wegstromen, hoewel hij troost vond, zegt hij, in Hem 'die wacht aan het einde der tijden'.

REDACTIE: MARCEL TEN HOOVEN

Lubbers zal het woord 'God' nooit in de mond nemen: “Het verhaal van de Levende biedt troost als je zorgen hebt. Sinds ik premier ben heb ik niemand bij wie ik troost kan zoeken of tot rust komen. Dan heb je de Levende nodig. Dat voelde ik heel sterk toen ik worstelde met de kernwapens of nachten wakker lag over de euthanasie.”

Hij citeert wijlen Marga Klompe, de oud-minister, over het bedervende vak van politicus: “Het is soppig, het trekt je naar de deformatie. Het bezwaar tegen een ambt als het mijne is dat het je levenssappen uit je wegtrekt. Ik heb de behoefte om te praten met mensen. Ben op mensen gesteld, wil met mensen samen zijn. Die ruimte is er nu niet. Daarbij komt dat het niet goed kan zijn als je lang geen rust hebt om na te denken of je verhouding tot God te bepalen. Je raakt gedeformeerd als de wezenlijke levenssappen niet meer omhoog komen.”

De minister-president is vrijdagavond opmerkelijk openhartig over zijn persoonlijke gevoelens. Kennelijk nodigt de intieme sfeer van de oude Amsterdamse schuilkerk De Rode Hoed uit tot dit soort ontboezemingen. Lubbers spreekt daar in het 'literair cafe' een avond lang met de voormalige Jezuitische priester Huub Oosterhuis, lieddichter en voorzitter van de Amsterdamse studentenekklesia. Ze praten over 'de zingeving van het leven en wat verder ter tafel komt', in Oosterhuis' woorden.

Lubbers verrast. Is hij in ieders ogen een doener en een fikser, zelf ziet hij zich als een romanticus. “Iedereen heeft in de tredmolen van alledag iets nodig van een droom, een ideaal of nostalgie naar de cultuur waaruit je voortkwam.” Hij onthult dat zijn 'no-nonsensebeleid' ook is bedoeld als bescherming tegen zichzelf. “Ik ben zelf helemaal niet zo. Een manager? Nee, dat ben ik niet. Ik ben een romanticus. Al in mijn jeugd, op het Jezuietencollege kreeg ik het verwijt dat ik romantisch was.”

Onheilsprofeet tegenover samenbinder

Hoewel Lubbers en Oosterhuis als twee oude vrienden 'je' en 'jij' tegen elkaar zeggen, ogen zij aan het tafeltje in De Rode Hoed als tegenpolen. Oosterhuis draagt als vanouds de mantel van de onheilsprofeet die de wereld opdeelt in goed en kwaad. Lubbers doet net zo vertrouwd aan in zijn rol van samenbinder, de verzoener van tegenstellingen. De ex-priester spreekt elk woord uit alsof hij het einde der tijden aankondigt. De politicus kijkt wat meewarig en vraagt zich hardop af of zijn gesprekspartner niet al te zwartgallig is: “Ik geloof niet dat we leven in een lelijke wereld.”

Toch hebben ze meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt. Beiden zijn gevormd bij de Jezuieten, Lubbers aan de Nijmeegse kostschool Sint Canisius en Oosterhuis aan het Ignatiuscollege in Amsterdam. Als priester is Oosterhuis eind jaren zestig uit de orde gestoten. Naar zeggen van de vertegenwoordiger van de Jezuieten in Rome had hij de paus aan het huilen gebracht met zijn tegendraadse opvattingen over het celibaat: “Der Pabst hat geweint.”

Niettemin zie je zijn Jezuietische vorming nog aan Oosterhuis af, evenals aan Lubbers. Zij hebben bij de Jezuieten het idee ingegoten gekregen dat zij, met hun van God gegeven intellect, een hoge taak in de samenleving hebben te vervullen. Zij zijn het gist in het brood. Het is hun ernstige roeping niet voor hun eigen gewin te leven.

Daarmee houdt de overeenkomst tussen Lubbers en Oosterhuis op. Bij de voormalige priester heeft diens overtuiging een profetische vorm aangenomen. Hij verkondigt de boodschap van een betere wereld. Thans bestaat de aarde uit twee soorten mensen, zij die alles hebben en zij die niets hebben. Met dit wereldbeeld heeft Oosterhuis de neiging om de verschillen te benadrukken, waar Lubbers vanuit zijn levensvisie dat 'we samen onderweg zijn' de overeenkomsten aanwijst.

Het levert in De Rode Hoed het tafereel op van een minister-president die van de weeromstuit steeds meer optimisme tentoonspreidt, in een reactie op de zwaarmoedige beelden van Oosterhuis. Op een gegeven moment vat de ondervrager de uitkomst van tien jaar Lubbers samen in de volgende zin: “Een ellebogenmaatschappij waarin de ik-gerichtheid hoger staat dan het solidariteitsideaal.” Lubbers reageert: “Ik zou me toch niet aan zulk pessimisme uitleveren. Een voorbeeld. Je kan een ziekenhuis als een bestuurlijk apparaat beschrijven, in termen als geld, premie en personeelsverhoudingen. Dat is een kant. Het andere beeld is hoe gezonde mensen tegenover zieken staan. Even eenzijdig kan je een onderneming beschrijven als een louter op efficiency gerichte organisatie. En uiteindelijk redeneer je ook het gezin weg als een systeem, als je zo doorgaat.”

Hij slaakt een hartekreet: “Ik wil dit niet geloven. Ik weiger te geloven dat we in het eenrichtingsverkeer naar meer egoisme zitten. Dat we niet meer voor elkaar zouden opkomen. Ik geloof eenvoudig niet dat 't allemaal negatiever en egoistischer wordt.”

Oosterhuis houdt vol. Meent Lubbers nu werkelijk dat onze samenleving niet wordt getekend door een tweedeling? Hij haalt het plan-Simons erbij. In Oosterhuis' ogen gaan we toe naar een systeem waarin de gezondheidszorg voor de armen een vorm van 19e eeuwse bedeling is. Lubbers zegt wederom dat zijn gesprekspartner zich overgeeft aan vals pessimisme. Maar Oosterhuis persisteert: “Het klopt toch?” Lubbers valt geergerd uit: “Er klopt geen donder van.”

Waarom zulke ondiplomatieke woorden? Het laat zich raden dat de premier zich aan meer ergert dan aan de kritiek van de ex-priester op het kabinetsbeleid. Waarschijnlijker is dat Lubbers zo boos is omdat Oosterhuis' beeld van de tweedeling diametraal staat tegenover zijn ideaal van de veelkleurige samenleving. Lubbers gelooft, blijkt deze avond weer, in het diepst van zijn wezen in een vruchtbare uitwisseling van ideeen tussen mensen van verschillende denkrichtingen.

In zijn woorden: “Hoe beademen mensen elkaar? Dat is voor mij belangrijk. Mensen die samenwerking met elkaar zoeken om een onrecht te bestrijden. Samen met elkaar achter een ideaal staan. Dat spreekt me enorm aan. Die verbondenheid als zodanig geeft voor mij zin aan het bestaan”, antwoordt hij op Oosterhuis' vraag wat nog het bindende verhaal in de samenleving is.

Zo valt ook Lubbers' felle uitval naar de milieu-activist Lucas Reijnders te plaatsen. Lubbers vindt dat de Amsterdamse hoogleraar milieukunde niet samen- maar tegenwerkt. Oosterhuis vraagt hem wat hij vindt van Reijnders' opmerking dat Lubbers niets heeft geleerd van de ramp met de El Al-Boeing, getuige het uitbreidingsplan voor Schiphol.

Lubbers begint: “Reijnders is professor, ik niet. Hij weet er meer van af dan ik. Dus daarom heb ik de rapporten nog maar eens herlezen, kijken of ik iets over het hoofd heb gezien.” En wordt dan kwaad: “Als je elke eventualiteit voor wilt zijn, moet je in een grote straal alles rond Schiphol afbreken. Dan krijg je het Bijlmerveld. Ik vind Reijnders bedreigend in zijn demagogie. Hij kiest voor het angsteffect. Hij is niet bezig met een discussie over uitbreiding maar over sluiting.”

“Wat Reijnders zegt is nogal wat. Stel, je stapt in je auto terwijl je neefje een week eerder is doodgereden. Reijnders vraagt dan niet of de veiligheidsriemen goed vast zitten, de banden voldoende profiel hebben en de remmen in orde zijn. Nee, hij zegt dat je geen auto mag rijden om je neefje. Reijnders is met een anti-actie bezig, niet met grotere veiligheid.”

Even later zal Oosterhuis vragen hoe een extra landingsbaan op Schiphol ten goede komt aan de armen. Lubbers kortweg: “Je hebt welvaart nodig, als je in de materiele sfeer iets voor die mensen wilt doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden