Lowlands is naast festival ook laboratorium

Beeld rv

Bezoekers van Lowlands, het festival in Biddinghuizen dat vandaag begint, dienen opnieuw als proefkonijnen voor wetenschappers. Levert dat, behalve veel pret in een tent, nog wat op?

Hoe grijpt een zombie-virus om zich heen? Hoe bewegen dronken mensen? En ligt ware liefde besloten in ons DNA? Vanaf vandaag gebruiken zes wetenschapsteams het festivalterrein van Lowlands voor de derde keer als laboratorium om hun vragen te beantwoorden. De 55.000 bezoekers zijn hun proefkonijnen, lab-ratjes en gewillige slachtoffers van een meedogenloos zombievirus.

Het onderzoek dat op Lowlands in Biddinghuizen wordt uitgevoerd is leuk en aansprekend, bij de wetenschapstent zal het ook dit weekend weer dringen zijn. De afgelopen twee jaar stonden er rijen. Met alle liefde dateten festivalgangers met onbekenden of spuugden ze in bakjes om hun DNA te laten testen op een ‘adventure-gen’. Ze grepen in bij een virtuele kroegruzie of vertelden over hun pornovoorkeuren.

Wat levert dat op? Behalve veel lol en een leuk inkijkje in de werking van de wetenschap? Bij de start in 2015 was de hoop dat het Lowlands-onderzoek zou leiden tot serieuze wetenschappelijke publicaties. Komt daar iets van terecht?

Het kost veel tijd om onderzoek op te schrijven en gepubliceerd te krijgen. De wetenschappers van vorig jaar zijn nog niet zover, die van 2015 kunnen al wel inschatten of de vergaarde data de wetenschap iets opleveren.

Voor Jean-Louis van Gelder, onderzoeker bij het instituut voor criminaliteit en rechtshandhaving NSCR, is dat zeker het geval. Twee jaar geleden stond hij met een virtual-realitybril op de eerste editie van Lowlands Science, binnenkort hoopt hij met de toen gevonden data een artikel te publiceren in een van de wetenschappelijke toptijdschriften binnen zijn vakgebied.

Hij liet Lowlandsbezoekers in virtual reality een woordenwisseling meemaken in de kroeg en vragen beantwoorden over hun drugs- en alcoholgebruik. “De data die ik vond, bevestigen wat ik al vermoedde”, vertelt Van Gelder. “In virtual reality kunnen mensen zich beter inleven in een situatie, dan wanneer zij die van papier lezen. En hoe beter mensen zich inleven, hoe agressiever hun gedrag is.” Normaal wordt dergelijk onderzoek gedaan door proefpersonen een situatie van papier te laten lezen en dan te vragen wat zij zouden doen. “De vraag is nu of dat wel de juiste manier is.”

Dankzij de sfeer op Lowlands kon Van Gelder meer en betere data vergaren dan in een laboratorium. “Op de universiteit hebben we ook een virtual-realitybril maar daar is de situatie zo totaal anders dan in een kroeg, dat het moeilijker is om je in te leven in die situatie. Lowlands is al een uitgaansscenario. Dat maakt het realistischer.”

Daarbij had hij zonder het festival nooit in drie dagen zo veel verschillende proefpersonen kunnen vinden als zich op het festival zonder enige moeite bij hem meldden. Van Gelder: “In het laboratorium komen over het algemeen alleen studenten langs, en dan ook nog eens vooral vrouwen. Ook het middelengebruik dat plaatsvindt, is in een lab niet op dezelfde manier te regelen als op Lowlands.”

Veel wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op de veelal witte, hoogopgeleide, vrouwelijke studenten die zich melden na een oproep voor proefpersonen. Het festivalpubliek van Lowlands is ook redelijk wit en hoogopgeleid, maar in ieder geval diverser dan de gebruikelijke onderzoekspopulatie. Dat gegeven is, samen met de toegang tot een enorme groep proefkonijnen, voor meer wetenschappers een van de grootste voordelen van het festival.

“We hebben data verzameld van bijna negenhonderd speeddates. Dat is awesome”, zegt socioloog en pedagoog Daphne van de Bongardt van de Erasmus Universiteit Rotterdam, die ook in 2015 op Lowlands Science stond. Ze legt op dit moment de laatste hand aan een wetenschappelijk artikel dat ze op basis van die data schreef.

“In de helft van de speeddates hebben we deelnemers geblinddoekt. Het blijkt dat er meer wederzijdse matches zijn als je de factor uiterlijk weghaalt. De volgende vraag is nu: waardoor vinden deze mensen elkaar beter? Dat zijn we nu aan het onderzoeken. Van alle dates hebben we audio- en videomateriaal, we zoeken nu een onderzoeksassistent die dat kan coderen. Voor zover ik weet zijn wij de eerste die dat op deze schaal doen in een speeddate-onderzoek.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld rv

De speeddates waren ‘een grote klapper’, zegt ze. Het andere onderdeel van haar onderzoek, naar seksueel gedrag op Lowlands, lukte minder goed. “We stuurden een sms-oproep met een link naar een korte online-vragenlijst, maar dat leverde helaas te weinig data op. Mensen moesten zich vooraf aanmelden, de wifi op het festivalterrein haperde en mogelijk had niet iedereen zin om die vragenlijst in te vullen terwijl ze met iets anders bezig waren. Hier moeten we dus iets anders op verzinnen.”

Het was een beetje zoeken en pionieren, het eerste jaar van Lowlands Science. Arts-onderzoeker Karin van der Tuin van het Leids Universitair Medisch Centrum stond er toen ook, net als komend weekend. Ze is enthousiast, maar niet omdat haar eerste ervaring op het festival iets interessants heeft opgeleverd voor de wetenschap.

Twee jaar geleden onderzocht ze met haar team het gen dat mensen avontuurlijker maakt. “We lieten bezoekers hun mond met zout water spoelen en dat moesten ze in een bakje spugen”, zegt Van der Tuin. De bedoeling was dat uit het spuug DNA gehaald zou worden. “Maar sommige mensen spuugden bier en zout water in het bakje.” Kortom: in veel bakjes zat helemaal geen bruikbaar materiaal.

Maar voor Van der Tuin is wetenschappelijke opbrengst niet het belangrijkste doel van het project. Dit weekend gaat ze van stelletjes en van singles DNA testen - nu door met wattenstaafjes materiaal af te nemen - om te kijken of het DNA van koppeltjes meer van elkaar verschilt dan je op basis van toeval zou verwachten. De theorie is dat mensen onbewust een geliefde uitkiezen met een ander afweersysteem, om een zo sterk mogelijk nageslacht te creëren.

Verder gaan de Leidse wetenschappers festivalgangers aan elkaar koppelen op basis van hun DNA. Kijken wat dat oplevert.

“Daar rollen misschien wel publicaties uit, maar dan vooral in de populair-wetenschappelijke hoek”, zegt Van der Tuin. “Ik vind persoonlijk de gesprekken met festivalgangers belangrijker dan het onderzoek. Ik denk dat het goed is dat we op deze manier een breed publiek laten kennismaken met DNA. Iedereen heeft een bepaalde basiskennis nodig om na te kunnen denken over de mogelijkheden van DNA-onderzoek, over hoe de toekomst eruitziet en of we alles wat mogelijk is ook moeten willen.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld rv

Twee jaar geleden merkte Van der Tuin bovendien dat ze vragen kreeg die ze in spreekkamer nooit hoort. “Dat is voor mij als arts heel goed”, zegt ze. “Misschien dat mensen in het ziekenhuis bang zijn om domme vragen te stellen, of misschien zijn ze zo overdonderd dat ze hun vragen vergeten. Dat is op een festival heel anders.”

Bezoekers vroegen bijvoorbeeld of ze erfelijke ziekten kunnen overdragen aan hun partner of wilden weten hoe vaak ze zich moeten laten onderzoeken op erfelijke varianten van ziekten. “Maar DNA verandert niet. Dus als je eenmaal hebt gehoord dat je die erfelijke variant niet hebt, hoef je zo’n onderzoek nooit meer te herhalen”, zegt Van der Tuin. “Ik realiseerde me toen pas: dat moet ik er dus bij zeggen als ik in het ziekenhuis de uitslag van een test vertel.”

Dit weekend kan ze vijfhonderd DNA-liefdestesten afnemen, dan zijn ze op. Omdat Van der Tuin meer bezoekers verwacht in de wetenschapstent kunnen festivalgangers verder nog aan T-shirts ruiken. Ook daar is de theorie dat mensen dankzij feromonen kunnen ruiken wie vanwege een ander afweersysteem een goede partner zou zijn. “Maar het is de vraag of dat nog steeds relevant is, nu we op allerlei manieren proberen onze natuurlijke lichaamsgeur te verhullen.”

De data die daaruit komen, zullen niet leiden tot een wetenschappelijke doorbraak maar worden gebruikt voor het onderwijs: bachelorstudenten mogen er hun scriptie mee schrijven.

Het Lowlands-weekend kost wetenschappers veel tijd. Het is intens, zeggen ze, en drie dagen ‘buffelen’. Niet alleen voor hen, voor het hele team dat de testen afneemt. Maar dat is het ook waard.

Zelfs voor Van der Tuin, die eigenlijk onderzoek doet naar de genetische achtergrond van schildklierkanker bij kinderen. “Maar ik kies er bewust voor om met een leuk onderzoek naar Lowlands te gaan. Omdat ik denk dat het belangrijk is om wetenschap naar een groot publiek te brengen.”

Lees ook: Lowlands: veranderen om te veranderen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden