Louter verliezers in Bagdad

Bagdad beleeft een gewapende vrede. Soennieten en sjiieten wonen nu elk in eigen wijken, milities houden zich koest. Maar hoe het verder moet, weet niemand.

Zijn vrouw maakt zich zorgen over zijn omzwervingen. Voortdurend rinkelt een van de twee mobieltjes. „Waar ben je, is alles oké?” Dokter Omar lacht. „Gesprekken als deze voeren families voortdurend.”

De arts is een van de weinigen in Bagdad die er nog veel op uitgaan. Op weg naar zijn huis in de wijk Adhamiya doet hij zijn zegje. „Niemand voelt zich meer verantwoordelijk voor het schoonhouden van de stad”, zegt hij over het opgehoopte vuilnis.

Na de aanslag in 2006 op het sjiitische heiligdom in Samarra escaleerde het geweld tussen soennieten en sjiieten. Tijdens de piek van de terreur kwamen in het mortuarium dagelijks 150 lichamen binnen, vertelt Omar.

Inmiddels hebben de verschillende groepen de macht in de wijken naar zich toe getrokken en hun rivalen verjaagd. De meeste inwoners van Bagdad blijven zo veel mogelijk in hun eigen soennitische of sjiitische wijk. Grofweg twee derde van de wijken in de hoofdstad is sjiitisch, de rest soennitisch.

„Ik wil niet leven met die verdeeldheid”, zegt Omar. De arts van in de vijftig beschouwt zichzelf nadrukkelijk als Irakees.

Voor zijn praktijk posten vier potige lijfwachten. De arts is een van de weinige soennieten met een hogere functie bij het ministerie van gezondheid. Aanhangers van de sjiitische geestelijke Moktada al-Sadr hebben daar veel invloed.

Het besluit van Al-Sadr om de activiteiten van zijn militie te beperken, heeft geleid tot een daling van het geweld. Ook een aantal soennitische gewapende groepen heeft de aanvallen gestaakt. Met geld van de Amerikanen opereren duizenden van hen als buurtwachten. Zij verdienen zo’n tien dollar per dag.

Ook in Adhamiya zijn een paar honderd van hen actief. Ze controleren de enkele vreemde auto die zich in de zwaar ommuurde buurt waagt, maar een bekende als Omar laten ze zonder problemen passeren.

De straten vertonen nog de sporen van gevechten. Veel gevels zijn gehavend en auto’s hebben kogelgaten. Barricades van palmbomen en beton sluiten straten af. Omars zoon Ahmed wijst op de graffiti: ’Dood aan de verraders van het Nationale Iraakse leger’.

De blik in zijn ogen maakt hem ouder dan zestien. „Wij zijn een verdoemde generatie. Er is te veel triestheid in ons leven. We hebben geen idee hoe onze toekomst eruit ziet.”

„Mensen hebben gezien wat ze elkaar met de terreur hebben aangedaan”, zegt zijn vader. „Iedereen is een verliezer. Dat kan een keerpunt zijn.”

Binnen gaat het gesprek verder terwijl de tafel zich vult met kip en rijst. De buurvrouw schuift aan. Ze is sjiitisch, maar bleef in de buurt wonen. „Mijn kinderen wilden niet weg”, zegt ze. „Maar mensen zoals wij, die weigeren partij te kiezen, hebben geen enkele bescherming. De terreur kan van alle kanten komen.”

Over de buurtwacht hebben ze allemaal hun twijfels. „Zolang ze betaald worden, doen ze hun werk en dat maakt het voor ons veiliger”, zegt Omar. „Maar ze kunnen ook zo weer voor gevechten worden ingezet.” Zijn vrouw Amra vult aan: „Velen van hen deden vreselijke dingen. Laatst zei een van hen nog tegen me: ’Tot voor kort doodden we mensen zoals jij.’”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden