Louk Hulsman 1923-2009

Louk Hulsman (Trouw)

Aan strafrecht heb je eigenlijk niets, vond abolitionist Louk Hulsman, hoogleraar criminologie en strafrecht. Schaf het maar af, zei hij.

In Trouw van 7 april 1998 vertelde Louk Hulsman: „Het Openbaar Ministerie neemt paddestoelen in beslag om te kijken of de rechter niet bereid is om de huidige wetgeving zo op te rekken dat het mogelijk wordt het bezit en gebruik ervan te criminaliseren”.

Ruim tien jaar nadien zag strafrechtdeskundige, criminoloog en abolitionist prof. L. H. C. Hulsman zijn voorspelling uitkomen. De minister besloot tot een verbod op de kweek en verkoop van verse, hallucinerende paddestoelen. Op zich verbaasde dit niet. Hulsman grossierde in prikkelende theorieën, waaraan hij consequent bleef vasthouden, ook als kritiek of zelfs hoon zijn deel waren.

Voordat hij, als hoogleraar strafrecht, van 1964 tot 1986 aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam werkte, was hij in dienst van het ministerie van justitie. Hij boog zich over hervorming van de reclassering, scholing van advocaten en doceerde rechters over straftoemeting. Maar faam, en hier en daar diep onbegrip en afgrijzen, verwierf hij vooral met zijn scherpe en nimmer aflatende pleidooien voor het afschaffen van het strafrecht: het abolitionisme, van het Franse ’abolir’.

Je kon de Limburger Louk Hulsman nijdig maken door de betekenis van het woord ’criminaliteit’ te veronachtzamen. Nijdig is vermoedelijk niet eens de precieze weerslag van zijn onbestendige gevoelens. Hij toonde teleurstelling over het gemak waarmee een beladen begrip als ’criminaliteit’ in alle lagen van de samenleving wordt gebruikt, en, in zijn ogen, vooral ook misbruikt.

Zijn opvattingen hierover maakte hij in december nog eens kenbaar tijdens het Cannabis Tribunaal in Den Haag. „Criminaliteit is op zichzelf natuurlijk helemaal niks verkeerd”, betoogde hij daar als gastspreker en, volgens de organisatie, als éminence grise van het Nederlandse gedoogbeleid. „Het was crimineel om Joden niet aan te geven, het was crimineel om homoseksuele handelingen te verrichten: ontzettend veel dingen waren crimineel. Dus criminaliteit zegt werkelijk niéts over de vraag of iets goed of verkeerd is”.

De kennis en het charisma waarmee hij zijn boodschap in Nederland en elders in de wereld uitdroeg, konden rekenen op ontzag en, vanwege zijn overtuigingskracht, waardering. De inhoud ervan sloeg in Nederland vooral in latere jaren minder aan. Met groeiende misdaadcijfers, de verharding van de samenleving en de roep om zwaardere straffen raakte het abolitionisme – ook in de voor deze stroming relatief gunstige jaren zeventig al niet écht populair – meer en meer op de achtergrond.

„Dat deerde Louk nou helemaal niet en dat was meteen deel van zijn kracht”, kijkt criminoloog, dichter en voormalig gemeenteraadslid Manuel Kneepkens uit Rotterdam terug. „Louk was een soms dominante, maar altijd consequente man. Hij radicaliseerde, maar als dichter omhelsde ik dat natuurlijk. Naderhand heeft hij zijn werkterrein naar Latijns-Amerika verlegd, daar valt op gebied van strafrecht en menselijkheid eer te behalen. Hij was een man van de achterhoede, en dat bedoel ik positief. Een leven lang liep hij de troepen vooruit. Ja, zijn tempo lag te hoog. Maar zijn omgeving prikkelde en inspireerde hij als geen ander. In ieder gezelschap domineerde hij. Kijk, de mens heeft dat reptielenbrein en daar komt het idee van vergelding vandaan. Zo zag Louk dat. Met het strafrecht kun je niet zoveel, het maakt lui en het is het afvalputje van politie en justitie. Dat was zijn zending.”

In de jaren zeventig was Louk Hulsman voorzitter en een van de voornaamste inspirators van de Coornhertliga, de toen nog behoorlijk bloeiende en invloedrijke vereniging voor strafrechthervorming. Die rol was hem mede vanwege zijn kritische houding over de strafrechtpraktijk op het lijf geschreven. Binnen de liga was het abolitionisme een weliswaar belangrijke, maar niet overheersende stroming. Het bood Hulsman volop ruimte zijn ideeën uit te dragen. Voorop stond dat hij politie en justitie wilde laten functioneren. Maar een mens hoort niet in de gevangenis. Te primitief, te veel gericht op de kennelijke gevoelens van vergelding, vond hij.

Laat de dader van een misdrijf en zijn slachtoffer, of de nabestaande(n), samen tot een strafmaat komen, wilde hij. Een taakstraf bijvoorbeeld, een schadevergoeding of schriftelijke dan wel mondelinge excuses. Als voorbeeld noemde hij de zaak van Meindert Tjoelker, die stierf bij een vechtpartij in Leeuwarden. De reconstructie van het misdrijf bleek uiterst complex en om die reden had naar de overtuiging van Hulsman ’dading’ uitkomst kunnen brengen. Juist in een zaak als deze was hij er zeker van dat vechtersbazen en nabestaanden tot een vergelijk zouden zijn gekomen.

Wie hem niet terstond geloofde, probeerde hij op soms dominante wijze alsnog te overtuigen. „Ik praat nu vanuit mijn vak hè”, zei hij tijdens de bijeenkomst van het Cannabis Tribunaal in Den Haag. „Ik ben hoogleraar criminologie en hoogleraar strafrecht en ik weet er alles van. Ik ben nou 85 jaar en ik heb dus ontzettend lang in die wetgeving gewerkt en ik weet wat er kan en niet kan. Kijk, dat hele strafbaar stellen van drugs heeft natuurlijk te maken met godsdienst. Godsdiensten hebben regels over wat je eet en drinkt, niet alle godsdiensten, maar veel godsdiensten en zeker de woestijngodsdiensten hebben allemaal regels over eten en drinken en wanneer wel en wanneer niet. Wij pretenderen dus een seculiere staat te zijn. En in een seculiere staat horen de dingen die bij godsdienst horen, en bij andere opvattingen, geen plaats te hebben. Het hele idee dat een staat je vertelt wat je eet en wat je drinkt en hoe je het klaar moet maken en hoe je het niet klaar moet maken is naar mijn diepste overtuiging volkomen waanzin. Over wat je eet en drinkt raadpleeg je een kok en eventueel gezondheidsdeskundigen.”

Louk Hulsman schreef tal van boeken met internationaal bereik, over met name strafrechthervorming. Het belette hem niet om oog te houden voor de ’kleine dingen’ in het leven. Over zijn contacten met Argentijnen en indianen, alsmede een ontmoeting met reuzenkikkers, vertelde hij inspirerend. En zijn woonomgeving in Dordrecht lag hem even na als ieder ander. De laatste maanden waren voor hem moeizaam, gehinderd als hij werd door ernstige hartklachten. Hij douwde toch nog maanden door. Hij overleed toen hij zich niet lekker voelde en even ging rusten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden