Lotsy en het selectieve geheugen van Van Zijll

AMSTERDAM - Was Karel Lotsy, 'de eminente sportleider', fout tijdens de Tweede Wereldoorlog? Fout, of niet fout, het is een lange, eigenlijk nooit eindigende discussie over veel mensen. In het geval-Lotsy is dezer dagen het debat heropend door dr. Wim van Zijll.

De voormalige voorzitter van het Nederlands Olympisch Comite is danig in zijn wiek geschoten door de slotbeschouwing van de Amsterdamse historicus Andre Swijtink in zijn vorig jaar verschenen proefschrift In de pas, sport en lichamelijke opvoeding in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij Swijtink, wiens werk is geprezen door het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie, komt Lotsy er allesbehalve goed vanaf. Het beeld van de man die tussen 1930 en 1950 de toonaangevende sportbestuurder in Nederland was, is zwart. Van Zijll, die Lotsy in de jaren veertig nog van dichtbij heeft meegemaakt, wil dat het beeld weer op wit komt. Hiertoe heeft hij steun gezocht (en gedeeltelijk gevonden) bij de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB), de Nederlandse Sport Federatie (NSF) en het Nederlands Olympisch Comite (NOC), de drie bestuurlijke sportorganen waarmee Lotsy in de weer is geweest.

Zuiveren

Waar Swijtink het voor elkaar heeft gekregen Amsterdam-Buitenveldert een naar Lotsy genoemde laan van naam te doen veranderen, wil Van Zijll de sportpodia gebruiken voor een nieuwe zuivering. Want dat is het geval: Lotsy is na de oorlog gezuiverd. Zij het, dat die zuivering door Swijtink als weinig waardevol wordt beschouwd. Karel Lotsy zou immers zelf een belangrijke rol hebben gespeeld in de commissie die zich destijds met de zuiveringen in de sport bezighield.

Van Zijll heeft een stuk geschreven, dat vorige week grotendeels en zonder kritische kanttekeningen in het weekblad HP/De Tijd is geplaatst. Hetzelfde geluid wil Van Zijll op de podia van de sportorganisaties laten horen. Voorzitter Ad Lansink van de amateursectie van de KNVB heeft al gezegd dat hem die ruimte bij de voetbalbond zeker zal worden geboden.

Dat HP/De Tijd ruimte heeft vrijgemaakt, kan mogelijk worden verklaard door de naam van de journalist die boven het aanhalingstekens openen/aanhalingstekenssluiten-verhaal van Van Zijll staat: Jaap Wagenaar, afkomstig van de afdeling pers en publiciteit van de KNVB. In het weekblad-artikel wordt Van Zijll niet tegengesproken, als hij in algemene zin over Lotsy's rol tijdens de oorlog opmerkt: "Als hij (Lotsy) werkelijk fout was geweest, als er bewijzen waren, was hij geslacht. Hij was briljant, maar heeft veel mensen gekwetst met zijn onhebbelijkheid. Zijn vijanden zaten klaar. Swijtink komt in feite alleen met een anonieme brief en een aanklacht van een sportbond, die zich later terugtrok."

Als Swijtink in zijn proefschrift daadwerkelijk niet verder was gekomen dan alleen het bovenstaande, had hij moeilijk deze slotbeschouwing op papier kunnen zetten: "Lotsy kan gekenschetst worden als de man die de belichaming vormt van de sportbestuurder voor wie het niet zo zeer belangrijk is wie de - politieke - machthebbers zijn, maar die uitsluitend geinteresseerd is in het belang van de sport. Lotsy gaf er blijk van zich in alle politieke constellaties thuis te voelen. In de jaren dertig gold hij als een toegewijd aanhanger van het Nederlandse koningshuis - in zijn talloze speeches hield hij 'zijn' sportmensen voor dat ze niet primair voor zich zelf bezig waren, maar in de eerste plaats om roem te vergaren voor koningin en vaderland. Tijdens de mobilisatie zette 'kapitein' Lotsy de sportbeoefening onder de gemobiliseerden op poten.

Vrij snel na de bezetting onderkende hij als geen ander dat de bakens verzet waren. Beleed hij in de jaren dertig zijn liefde voor de Oranjes, in 1941 trachtte hij secretaris-generaal Van Dam van zijn pro-Duitse houding te overtuigen. Direct na de oorlog sloten zijn in het openbaar geventileerde opvattingen evenwel weer naadloos aan bij zijn vooroorlogse.

Van belang was tenslotte ook dat Lotsy, de primus inter pares onder de bestuurders van de sportbonden, als het ware de verpersoonlijking van de 'neutraliteitsmythe' in de sport was, 'de sport om de sport' voorstond en 'politiek gekrakeel' niet duldde. Het waren woorden die gesneden koek waren voor zijn collega-bestuurders en die verhullend werkten voor de ware aard van zijn optreden tijdens de oorlogsjaren."

Hitler-show

Die ware aard van Lotsy. Volgens mensen die hem hebben meegemaakt, was hij voor de oorlog eigenlijk al 'fout'. Wat te denken van zijn enthousiasme voor de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn? Er was in Nederland een voorhoede die er voor pleitte niet naar die Hitler-show af te reizen. Maar Lotsy pleitte op een gedreven toon juist voor het tegendeel.

Karel Lotsy was een jaar later in Berlijn chef de mission van de Nederlandse Olympiers, van wie de sprinter Tinus Osendarp zich liet bewieroken met de titel 'snelste blanke'. In het Hollandse voetbalwereldje was de Amsterdamse club De Volewijckers door Lotsy persoonlijk bedreigd met een royement, want in het clubblad van 20 maart 1936 had Douwe Wagenaar durven schrijven: "Geen politiek in de sport, maar beseffen en begrijpen de bestuurders wel, dat de Duitsche sport geleid wordt door de politiek? De sport in Duitschland dient het nationaal-socialisme, het sportieve idee, zooals wij het voorstaan, komt pas achteraan. In Duitschland is sport de politieke opvoeding van het lichaam, daar is sport militarisme, daar maakt men de jeugd sterk en gehard voor een oorlog. Beseft gij, aanstaande deelnemer aan de Spelen, wel wat gij doet door uw krachten te meten met de Duitsche jeugd? Weet gij wel, dat de tegenstander zijn lichaam gereed heeft gemaakt tot een strijd en zal voorbereiden tot een laatste offer: den dood, een offer, dat de menschenvretende moloch Vaderland zoogenaamd eischt en vraagt? Weet gij wel, dat in het tegenwoordige Duitschland de sport niet is het Leven, in al zijn heerlijkheid, vrijheid en blijheid, maar dat de sport is het sterven?"

Het was een opmerkelijk geluid, in 1936. Maar ja, Douwe Wagenaar van de oprechte arbeidersclub De Volewijckers uit AmsterdamNoord, die Douwe Wagenaar werd door mensen als Lotsy toch vooral beschouwd als een schreeuwlelijk, een bolsjewist.

Tijdens de oorlog, in 1941, riep Lotsy de Spelen van 1936 ook nog eens in herinnering. En wel in een brief aan prof. J. van Dam, de secretaris-generaal op het nieuwe departement van opvoeding, wetenschap en cultuurbescherming. Lotsy had vernomen dat op het departement wel eens aan zijn mate van 'Deutschfreundlichkeit' werd getwijfeld. In vier punten wilde hij wel even afrekenen met dat misverstand. Lotsy benadrukte dat zijn vader al op zijn achttiende jaar naar Gottingen was gegaan, dat zijn vrouw twee jaar kostschool te Godesberg had doorlopen, dat zijn schoonmoeder een Duitse was en, punt vier: "Ik zelf heb mij, ondanks veler tegenwerking zeer ingespannen om de beste vertegenwoordiging in 1936 naar de Olympische Spelen in Berlijn te krijgen. De Fuhrer gaf mij daarvoor de Olympia Orde 1e klasse."

In 1941 prat gaan op een onderscheiding van de Fuhrer.

Fluit-verbod

Het kon allemaal bij Lotsy; de eminente sportleider die ook geen moeite had met een fluit-verbod voor joodse scheidsrechters, die evenmin bezwaren zag om met de SS'er H. J. van Groningen a Stuling en de NSB'er J. de Valk de Raad van Rijksgevolmachtigden voor de Sport te vormen, die in de tuin van Seyss-Inquart met de Duitse Sportund Pressereferent Hermann Harster onderhands sportzaakjes regelde, die met steun van de Duitsers in mei 1942 voorzitter van de voetbalbond werd en die tot diep in de oorlog naar Duitsland reisde om er getuige te zijn van opwindende voetbalwedstrijden.

In Swijtinks wetenschappelijk onderzoek is van deze sportbestuurder weinig heel gelaten, maar niettemin heeft een volgende sportleider in Nederland plotseling last gekregen van een selectief geheugen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden