Lorins schelmenstreken en Johns Groot Vertelselboek in wereldberoemde zetting

Vanavond herhaling van dit programma, op 2 november om 14 uur uitzending op Radio 4. Volgende week donderdag en vrijdag heeft Gardiner een tweede programma met 'Oberon', Mahlers 'Rückert-lieder' en Schubert 'Grote in C'.

FRANZ STRAATMAN

Nieuws in strikte zin leverde dat niet op, want de zevende symfonie van Beethoven (dinsdag) of Mendelssohns 'Midzomernachtsdroom' (woensdag) klonken er vaker.

De Beiers kwamen om hun orkest te showen. Ze hadden geen solist bij zich; met twee stukken na de pauze van Richard Strauss vol solootjes voor alle instrumentengroepen, lanceerde het orkest zijn eigen solisten. Zeer begaafde individuen die ook een prachtig ensemble vormden.

Dé solist werd gespeeld door de dirigent zelve, in de suite uit 'Der Rosenkavalier' en vooral in de schelmenstreken van Till Eulenspiegel. Lorin Maazel hield er rekening mee dat hij bekend is van de nieuwjaarstelevisie. Na het slotapplaus volgde de schöne blaue Donau. Zelden verlaten zoveel concertgangers de zaal met zulke blije gezichten als na zo'n toegift.

In dat tweede deel was Maazel op zijn best: als stukjesdirigent. Hij voerde zijn eigen schelmenstreken uit met geraffineerd nonchalante gebaren van de allesbeheersende maestro, soms quasi-dictatoriaal van: hoor, ze doen wat IK wil. Hij weet kleur en sfeer te maken, en dan gaan die nummers van Strauss tintelen en plinkelen. Zo kent het publiek hem van tv.

Maar Beethoven, dat was een ander verhaal. Een macht strijkers, dubbele blazersbezetting, forse toon, dikke ritmen, maar de structuur en van de dwingende kracht van Beethovens hartstochtelijkheid bleven onderbelicht. Veel werd goedgemaakt door de musici, vooral het wuivend in de ritmiek bewegende kwartet van fluit, hobo, klarinet en fagot.

Zijdezacht koor

Gardiner introduceerde woensdagavond bij het Concertgebouworkest wél solisten, de royaal hoog en laag klinkende Zweedse mezzo Anne Sofie von Otter (dramatisch overtuigend als Cleopatra in 'La mort de Cléopâtre' van Berlioz) en de Engelse sopraan Deborah York (licht twinkelend geluid dat paste in de feeërieke 'Midzomernachtsdroom' van Mendelssohn). Een kleine rol was weggelegd voor het zijdezacht zingende dameskoor van de Nederlandse Opera als elfenkoor in Mendelssohn.

Diens droom vulde het hele tweede deel; Gardiner maakte van dit beknopt vormgegeven sprookje een soort Johns Groot Vertelselboek, want hij had allerlei fragmenten uit Shakespeare's Engelse tekst tussengevoegd. Zij werden met aangehouden akkoorden voorgedragen door de beide zangeressen. Een beetje veel tekst en te weinig muziek. Hij had beter ook de ouverture 'Oberon' van Von Weber, nu aan het begin van het concert, er in kunnen vlechten.

Wat me aansprak was de spannende dramatische kleuring die Gardiner met onopgesmukte impulsen voor elkaar kreeg met het alert en genuanceerd speelde orkest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden