Lord Byron, vat vol tegenstrijdigheden

Toen hij op 19 april 1824 stierf, was hij pas zesendertig jaar en had hij alles meegemaakt. Armoede in zijn prille jeugd, een rijk bestaan als aristocratisch student in Cambridge, ontelbare affaires met zowel mannen als vrouwen, de status van een megaster, een kortstondig huwelijk, vaderschap, verguizing en zelfgekozen ballingschap en pogingen tot een politieke carrière. Voeg daarbij een oeuvre dat in de piepkleine lettertjes van de Oxford Standard Authors paperback-uitgave toch nog 858 dichtbedrukte pagina's telt en ziedaar: George Gordon, Lord Byron, de zesde baron van die naam.

Voor veel lezers is het sterk autobiografische 'Childe Harold's Pilgrimage' de eerste titel die in het hoofd schiet bij het horen van de naam Byron en dit is ook zeker het werk waaraan hij te danken had dat hij ,,op zekere morgen wakker werd en merkte dat hij beroemd was''. Het is echter niet het werk dat hem in de eerste plaats een blijvende status geeft in de canon van de Engelstalige literatuur. Dat is veeleer 'Don Juan', een lang, komisch epos.

Dit werk heeft niet zozeer de legendarische Don Juan als hoofdpersoon, zoals die het best bekend is uit Mozarts 'Don Giovanni', maar is een zelfportret van Byron, ditmaal vermomd als Spaans edelman. In de zestien canto's van Don Juan vindt de lezer 1900 verzen in schitterend 'ottava rima', dat zich soepel aanpast aan een veelheid van stijlen: emotioneel, beschrijvend, beeldend, verhalend en satirisch, een staalkaart van Byrons veelzijdig talent.

Byrons werk is altijd min of meer autobiografisch, de belangstellende lezer kan er zeker voor een deel de persoonlijkheid van de schrijver uit destilleren, maar wie enige distantie zoekt en geholpen wil worden Byron te plaatsen in zijn omgeving en zijn tijd, heeft met Benita Eislers 'Byron, Child of Passion, Fool of Fame' de sleutel in handen. In deze biografie komt Byron als mens en als dichter tot leven en niet alleen hij, ook zijn geliefden, vrienden, vijanden en familie worden mensen van vlees en bloed. Zelfs Byrons moeder, die er meestal nogal bekaaid afkomt, wordt op waarde geschat. Byron zelf beschreef haar als vrekkig en gespeend van alle charme. Eisler laat haar zien als weliswaar te zeer recht-door-zee Schots voor de verfijnde Engelse smaak, maar zeker ook als een moeder die zich vrijwel alles voor haar zoon ontzegde.

De toekomstige zesde baron Byron bracht zijn prille jeugd samen met zijn verguisde moeder door op een verdieping boven een winkel in Aberdeen. Zijn vader was met de noorderzon vertrokken en stierf in 1791 in Frankrijk. Moeder en zoon moesten rondkomen van een zeer karig inkomen. In 1798 keerde het tij en erfde George Gordon, tien jaar oud, de titel en de landerijen van zijn oudoom, de vijfde baron. Newstead Abbey, dat koning Hendrik de Achtste ooit aan de Byrons ten geschenke had gegeven, werd zijn thuis. Hij ging naar de vooraanstaande kostschool Harrow en vervolgens naar Trinity College in Cambridge. In Harrow was hij bepaald geen academisch succes en in Cambridge joeg hij er een vermogen door. Inmiddels had hij zijn eerste verliefdheid allang achter de rug. In 1803 leerde hij Mary Ann Chaworth kennen, een ver achternichtje. Zij was drie jaar ouder dan hij en al verloofd. In datzelfde jaar ontmoette hij waarschijnlijk Augusta, zijn halfzuster uit het eerdere huwelijk van zijn vader. Mary Chaworth trouwde in 1805 en bleef voor Byron het symbool voor onbeantwoorde en onbereikbare liefde. Augusta werd zijn zijn vertrouweling en later zijn geliefde.

Zijn grote liefde in zijn studententijd in Cambridge betrof John Edleston, of Edlestone, een koorknaap met het uiterlijk van een engel. Het was een 'pure, maar hevige passie', hetgeen bepaald niet van alle relaties die Byron onderhield kan worden gezegd. Dat deed Byron zelf ook niet. In bespiegelende momenten spaart hij zichzelf beslist niet en voert geen enkele verzachtende omstandigheid aan om zijn gedrag te vergoeilijken: hij was, zei hij, ,,from every sense of shame and virtue wean'd''.

De plotselinge roem die zijn deel werd nadat de eerste twee canto's van 'Childe Harold's Pilgrimage' in 1812 verschenen, is te vergelijken met die van een megaster als Michael Jackson tegenwoordig. De vergelijking gaat in een aantal opzichten op: beiden hebben een ambivalente seksuele voorkeur en beiden hebben min of meer hun eigen uiterlijk gecreëerd. Bij Jackson kwam daar intensieve plastische chirurgie aan te pas, Byron veranderde zichzelf van een pafferig schooljongetje in een elegant-verfijnde verschijning door zijn leven lang een streng dieet te houden.

In andere opzichten gaat de vergelijking mank, evenals Byron zelf. De klompvoet waarmee hij werd geboren, maakte dat dansen er voor hem niet inzat. Misschien is dat een van de redenen waarom hij de wals, die in zijn tijd de nieuwste rage was, intens afkeurde. Eisler gaat er overigens van uit dat zijn afkeer van deze intieme opvolger van het menuet het gevolg was van zijn intense conservatisme, een eigenschap die naar haar zeggen 'alle libertijnen kenmerkt'. Zeker is dat Byrons klompvoet en zijn armoedige eerste levensjaren, gecombineerd met het feit dat hij vanaf zijn prilste jeugd wist heel bijzonder te zijn en voorbestemd voor een grootse toekomst, Byron tot een zeer kwetsbaar ego hebben gemaakt, dat voortdurend bevestiging zocht.

Byrons volgende liefdesrelatie, met Lady Caroline Lamb, duurde slechts enkele maanden, maar is zeker de meest bekende van alle. Deze aristocratische geliefde kende geen grenzen; boerenkinkels kennen hun trots en pennenlikkers gedragen zich gepast, maar zo niet Lady Caroline. Zij lapte alle conventies aan haar laars. Haar passie voor Byron werd de meetlat waartegen 'amour fou' kan worden afgezet: publieke scènes en eenzaam lijden, overdoses aan brandy en opiaten, verbanning en ballingschap, gevolgd door een tragische, vroege dood. Het werd Byron allemaal te veel en, op instigatie van 'dear Caro's' schoonmama, de zestigjarige en levensgevaarlijke Lady Melbourne, 'de Spin', verlegde hij zijn aandacht naar Annabella Milbanke, een nichtje van Lady Melbourne uit de provincie.

Annabella had als dochter van een predikant een bredere opleiding genoten dan veel van haar seksegenoten en was een intelligent en moreel hoogstaand meisje van tweeëntwintig. Ze was geen schoonheid en haar stond ook geen grote bruidsschat te wachten. Het was al haar tweede seizoen in Londen, en nog was ze niet verloofd. Bij haar frivolere leeftijdsgenoten had ze de reputatie saai en prekerig te zijn.

Het huwelijksaanzoek van Byron wees zij af. De redenen die zij hiervoor aanvoerde in een brief aan haar tante verraden een onafhankelijkheid van geest, een bescheidenheid en een gezond verstand die een heldin uit een roman van Jane Austen (die andere predikantsdochter) waardig zouden zijn. Lady Melbourne was furieus en Byron kreeg nu pas echt belangstelling voor 'de schone filosofe, de prinses der parallellogrammen'. Hij troostte zich tijdelijk met een Italiaanse operazangeres en met een nieuwe aristocratische vlam, Lady Oxford. Evenals zovele van de vrouwen met wie Byron een relatie onderhield, was zij aanzienlijk ouder dan hij. Zij was veertig jaar en later beschreef Byron haar schoonheid als 'herfstig', als de 'ondergaande zon, die nog mooier is als men bedenkt dat zij haar laatste stralen uitzendt'. Intussen bleef Lady Melbourne vastbesloten de verbintenis tussen Byron en haar nichtje tot stand te brengen.

De ware liefde van Byrons leven - zeker in deze periode - was echter zijn halfzuster Augusta, met wie hij eerst een wintermaand doorbracht in Newstead Abbey en de daaropvolgende zomer in een huis aan zee. Bij haar vond hij het huiselijk geluk waarnaar hij altijd verlangde, bij haar was hij vader en kind, echtgenoot en minnaar. De relatie met Annabella werd echter steeds nauwer aangehaald en op maandag, 2 januari 1815, om elf uur trouwden zij. Nog geen uur later, in het rijtuig op weg naar Halbany, werd Byron overvallen door een claustrofobische paniek. De huwelijkse staat was een kerker waaruit hij onmiddellijk wilde ontsnappen. Het duurde weken voor Annabella erin slaagde Byron tot rust te brengen, helaas, niet voor lang. Zodra Augusta ten tonele verscheen was het gedaan met de fragiele harmonie. Het drietal raakte verstrikt in een onderlinge relatie van aantrekking en afgrijzen. De geboorte van Annabella's dochter Augusta Ada bracht geen verbetering in de situatie tussen de beide echtelieden, sterker nog, het gedrag van Byron in deze periode deed velen vrezen dat hij krankzinnig was geworden. Pogingen zijn vrouw aan te randen wisselden zich af met dreiging met zelfmoord en met het doden van vrouw en kind. Op 15 januari 1816, bij het krieken van de dag, verliet Annabella met haar dochter de echtelijke woning. Byron zou zijn vrouw en zijn kind nooit meer zien. Het paar scheidde van tafel en bed. De publiek opinie keerde zich tegen Byron. In april van dat jaar vertrok hij vanuit Dover om nooit meer in Engeland terug te keren.

Zijn omzwervingen op het vasteland van Europa resulteerden onder andere in tweede nieuwe canto's van 'Childe Harold', een vriendschap het de dichter Shelley en een buitenechtelijk kind bij Jane 'Claire' Clairmont, de stiefzuster van Shelly's echtgenote. Gravin Teresa Guiccioli, de negentienjarige echtgenote van een veel oudere man, werd zijn laatste, ook al turbulente, 'vaste relatie'.

Het allerbelangrijkste lijkt een heel andersoortige oude liefde te zijn geweest, niet voor een persoon, maar voor een idee, voor een volk. In het voorjaar van 1821 was de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog uitgebroken. Al vele jaren daarvoor had Byron in een voorlopige versie van 'Childe Harold II' tot vijf keer toe de vraag gesteld: ,,Wie zal de Gieken uit de slaverij naar de vrijheid geleiden?'' en vijf keer had het antwoord met grote letters over de pagina geschreven: Byron. . . Hier lag zijn kans om op een geheel andere manier naam te maken. Hij gooide zich met hart en ziel in de Griekse vrijheidsstrijd. Hij ging echter niet strijdend ten onder. Zijn einde was minder romantisch. Missolonghi, vergeven van malaria, werd zijn noodlot. Hij stierf op 19 april 1824.

Byron is een vat vol tegenstrijdigheden: wreedheid en weldadigheid, oprechtheid en aanstellerij, ernst en spot, rationalisme en Romantische illusie, inschikkelijkheid en rebellie, moed en zelfbeklag, geloof en cynisme strijden om voorrang. Deze eigenschappen zijn niet chronologisch gerangschikt, maar wisselen elkaar af, wat hem uiterst gecompliceerd maakt als onderwerp voor een biografie. Benita Eisler beschrijft en duidt hem in een bewonderenswaardige en boeiende stijl. Het jaartal bovenaan elke rechterpagina en de uitgebreide en beredendeerde index achterin maken haar boek zeer toegankelijk. Het notenapparaat en de bibliografie onderstrepen het gedegen onderzoek dat aan deze schijnbaar moeiteloos geschreven biografie ten grondslag ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden