Lorca is van iedereen, maar van de een iets meer dan van de ander

“Ik ga een lange reis maken (....) Ik wil de statische wereld bezoeken waar al mijn mogelijkheden en verloren landschappen leven. Ik wil bekoeld maar scherp van geest binnentreden in de tuin van het niet groeiende zaad en van de blinde theorieën, op zoek naar de liefde die ik niet had en die toch van mij was (...) Ik had naar het land van de doden kunnen gaan maar ik geef de voorkeur aan het land waar ik niet leef, wat niet hetzelfde is.”

Woorden van Federico García Lorca, de Andalusische dichter die in een kort, intens leven wordt achtervolgd door de angst voor tijd, dood en liefde. Nog voordat hij 40 jaar is, komt er een gewelddadig einde aan zijn leven omdat zijn politieke opvattingen zich niet verhouden met de heersende mening van de falangisten. Lorca sterft in 1936 op een pad in de bergen van Granada voor een vuurpeloton van Franco. Anderen zeggen dat hij in de rug is geschoten om het op een vluchtpoging te laten lijken. Zijn lijk wordt niet teruggevonden maar zijn erfenis is zo krachtig en universeel dat geen dictatuur die ooit zou kunnen elimineren.

Dit jaar is het Lorca-jaar in Spanje want het is een eeuw geleden dat Federico García werd geboren. Herdenkingen, tv-en radioprogramma's en toneel- en muziekopvoeringen werden ingeluid door een concert van de Amerikaanse zangeres Patti Smith in de Huerta de San Vicente, het voormalige tuinhuis van Lorca in Granada. Hoogtepunt van het Lorca-jaar is de retrospectieve tentoonstelling Federico García Lorca (1898-1936) in het Reina Sofia-museum voor moderne kunst in Madrid. Brieven, manuscripten, zelden getoonde tekeningen, schilderijen van vrienden en tijdgenoten, korte documentaires waaraan Lorca meewerkte en honderden familiekiekjes laten vooral de mens Lorca zien, zijn vriendschappen, zijn passies (voor flamenco en stieren), zijn relaties met tijdgenoten en zijn leven in Spanje en daarbuiten.

Omdat we nooit echt veel hebben geweten over zijn privé-leven doet deze chronologisch opgestelde collectie op zich recht aan dat hiaat in de Spaanse cultuurgeschiedenis. Het lijkt zelfs op een poging tot eerherstel. Omdat het bovendien iets laat zien over het tijdperk waarin Lorca leefde, is de optelsom van alle kiekjes en ansichten al een documentaire op zichzelf. Om daarin enigszins orde te scheppen volgt het expositiemateriaal vier themalijnen: de steden waar hij langere tijd vertoefde (Granada, Madrid, New York en Havana), zijn vrienden (schilder Salvador Dalí, cineast Luis Buñuel en componist Manuel de Falla), de glorie van het succes en uiteindelijk de valkuilen van de eenzaamheid.

Om een zo intens leven als dichter, pianist en theaterauteur visueel tot leven te laten komen in enkele zalen van een voormalig hospitaal (want dat is het museum in Madrid) is een bijkans schier onuitvoerbare opdracht. De expositie kan dan ook niet meer dan de statische optelsom zijn van vergeelde foto's en amper leesbare brieven. Bovendien moet je als bezoeker een vergrootglas meenemen om alles te kunnen ontwaren. In dat opzicht biedt de catalogus, die ook beter is gedocumenteerd, meer uitkomst. Bijzonder irritant voor de buitenlandse bezoeker is dat alle teksten en toelichtingen uitsluitend in het Spaans zijn gesteld, een linguïstische kortzichtigheid in Spaanse musea waaraan maar geen einde wil komen.

Zo uitvoerig de expositie is in het anekdotische, zo schrijnend zijn enkele tekortkomingen als het om diepte in zijn leven gaat. 'Lorca is van ons allemaal', had de centrumrechtse premier José Maria Aznar al gezegd toen hij vooraan stond om de Lorca-herdenkingen in te luiden. En hij voegde eraan toe dat poëzie nou eenmaal geen ideologie heeft. “Een andere zaak is de ideologie die elke dichter heeft maar dat is een zaak van hem.” Het antwoord liet niet lang op zich wachten. De socialistische kandidaat voor de volgende algemene verkiezingen, Josep Borrell herhaalde bits dat Lorca inderdaad van ons allemaal is en voegde daaraan toe: “Van de een iets meer dan van de ander.” Want links fronst de wenkbrauwen nu centrumrechts Lorca ineens omhelst als de verloren zoon van het Spaanse gedachtegoed.

De organisatoren gaan er prat op dat ze ongelimiteerd te werk zijn gegaan in voorbereiding en hun keuzes. “Er waren geen taboes”, zo verzekerde Estrella Diego namens de commissarissen van de tentoonstelling. “Deze expositie laat het werk en leven zien van Lorca zoals hij was en leefde.”

Een gotspe. Want hoe gedetailleerd en interessant de expositie ook moge zijn, wat we per saldo te zien krijgen is een gezuiverde Lorca. Het riekt naar censuur nu de organisatoren de regering-Aznar niet in al te grote verlegenheid wilden brengen met het eren van een man die zijn leven lang heeft getuigd van zijn linkse en homoseksuele voorkeuren. Terecht spreekt Lorca-specialist Ian Gibson over een expositie van 'een politiek correcte Lorca'. Beter nog zou zijn geweest 'een politiek gecorrigeerde Lorca'.

“Wat opvalt, is de rigoureuze afwezigheid van elke herkenning of overweging van de homoseksualiteit van de dichter (ondanks het feit dat een deel van de expositie aan zijn vrienden is gewijd)”, fulmineert Gibson in het dagblad El País. Gibson laakt het weglaten van Lorca's politieke voorkeuren - 'van vitaal belang in zijn werk' - terwijl hij terecht constateert dat ook al met geen woord wordt gerept over de wijze waarop Lorca de dood vond. Waar de bezoeker ook een aardig beeld krijgt van New York en Havana toen Lorca er vertoefde, blijft hij verstoken van elke vingerwijzing over de politieke omstandigheden in Spanje in de laatste jaren van Lorca's leven.

Het is van een schijnontroering als de samenstellers van de expositie getuigen van de diepe vriendschap tussen Lorca en Dalí, 'een relatie die was gebaseerd op wederzijds respect, bewondering en fascinatie', zo lezen we in de catalogus. Maar dat deze vriendschap ook kon bekoelen, wordt niet gemeld. Zelfs Gibson ontging het. Daarvoor moeten andere bronnen worden geraadpleegd zoals de catalogus van de expositie die enkele jaren geleden (toen de socialisten nog regeerden) was gewijd aan de jonge Dalí. Daarin wordt wel melding gemaakt van een lange brief van Dalí aan Lorca nadat hij zijn boek 'Romancero Gitano' (de doorbraak in zijn carrière als dichter) heeft gelezen en Lorca voorhoudt dat hij zich schuldig maakt aan traditionele, oude poëzie. Dalí besluit de in 1928 geschreven brief nog hoopvol met: “Ik geloof in je inspiratie, in je transpiratie en in je astronomische fataliteit. Deze winter nodig ik je uit om ons in de leegte te werpen. Ik ben daar al enkele dagen. Nog nooit voelde ik zoveel zekerheid.”

De toon van Dalí leidde weliswaar niet tot woede of wrok maar luidde wel de scheiding in tussen beide vrienden. Nog vreemder is dat ook geen melding wordt gemaakt van de brief die Lorca later - in de herfst van 1930 - vanuit New York naar Dalí zou sturen. “Ik krijg een expositie in New York”, schreef Lorca, “want ik heb al een galerie gevonden en een enorme hoeveelheid aan idiote vrienden, flikkermiljonairs en dames die schilderijen kopen waardoor onze winter weer wat aangenamer wordt.” Na te laten weten dat hij een film gaat maken met 'een negerdichter', smeekt hij Dalí bijna wanhopig om te schrijven. “Ik heb te lang zonder bericht van jou geleefd. Zeg me wat je denkt. Schrijf me uitvoerig.”

Maar het allermerkwaardigst is wel dat een foto wordt getoond van Lorca met cineast Luis Buñuel op de kermis van San Antonio de la Florida in Madrid. De foto oogt vrolijk en lijkt het zoveelste vriendenkiekje uit de schoenendoos. Wat niet wordt vermeld, is de tekst op de achterzijde van de foto die kan worden geïnterpreteerd als een regelrechte liefdesverklaring van Lorca aan Buñuel, een tekst die is te vinden van de catalogus die in 1996 uitkwam ter gelegenheid van een aan Buñuel gewijde expositie in Madrid.

“Mijn hart licht op en draait zich in de groene en gele nacht. Luis, mijn hartstochtelijke vriendschap vervlecht zich met de wind.” Ay, het is zoals Gibson opmerkt: Lorca maakte van zijn homoseksualiteit nooit een vlaggenschip maar door dit facet te negeren wordt geen recht gedaan aan de ware persoon die Lorca was en die deze expositie - hoe interessant ook - pretendeert te bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden