Lopen met de Masai

Nils Elzenga trok met een groep Masai acht dagen te voet door hun thuisland, op de grens tussen Kenia en Tanzania. Fantastisch én doodvermoeiend.

Niet dat ik het ooit zou toegeven natuurlijk, maar ik begin nu toch echt wel heel erg moe te worden. Mijn benen lijken van lood, mijn voeten jammeren luidkeels en ik heb dórst. Tja, had ik mijn water maar niet zo vlug moeten wegslobberen.

Hoe ver zou het nog zijn? En waarom hebben de twee Masai die ons gidsen schijnbaar nergens last van? Hij, lang en gespierd, loopt nota bene op waterschoenen! Zij, klein en mollig, op plastic balletschoentjes. "Uit China", lacht ze. "Lekker goedkoop." Ze hebben eten noch drinken bij zich.

Enkele uren eerder voelde ik me nog de koning te rijk. Het dagdoel was bereikt: een uitbundige waterval die het riviertje voedt dat we volgden sinds het ochtendgloren. Met James (31), de Masai met de afgebroken voortand die een bijzondere genegenheid voor me lijkt te koesteren, was ik een steile rotswand op geglibberd. Naar het 'vleeskamp' dat hij daarboven verborgen op een richel wist. Tussen inzakkende hutjes en rondslingerende botten legde hij trots uit hoe krijgers als hij op zulke verstopplekken soms wekenlang niets anders deden dan vlees eten. Ziedaar het geheim van hun gevreesde vechtlust. Over mijn moralistische bijna-vegetarisme (dierenleed, milieuvervuiling!) was ik maar niet begonnen.

De langgerekte bergkloof waardoor we teruglopen biedt gelukkig nog steeds dezelfde kleurenkakofonie als vanochtend: bloeiende bomen in ontelbare groentinten, glooiende grond variërend van knalrood tot diepzwart. Na een plensbui raakt de plotsklaps weer hemelblauwe lucht vergeven van de vliegende mieren. Hun vleugels glinsteren goud in de zon. Met hun felgekleurde gewaden en overdadige sieraden passen de Masai perfect in het plaatje.

Eindelijk terug in de plattelandsschool waar we overnachten - honderden joelende kinderen hadden ons een dag eerder overweldigend ontvangen - voel ik me rillerig. Alsof ik koorts krijg. Een powernap, twee paracetamols en een warme capuchontrui later doet alleen mijn ego nog een beetje zeer. Ik had mezelf toch ingeschat als de fitte voorhoede van ons reisgezelschap.

Dat is eigenlijk even ongebruikelijk als onze voettocht zelf: Kenianen, Nederlanders, Britten, een Indiaans-Amerikaanse en een Zuid-Soedanese. De jongste 19 jaar, de oudste 71. Van beeldschermverslaafde grootstedelingen tot laaggeletterde veehoeders. Zo'n zestig mensen, van wie grofweg de helft Masai. Acht dagen lang lopen we in de voetsporen van Joseph Thomson (1858-1895), de Schotse ontdekkingsreiziger die in 1883 de eerste geslaagde westerse expeditie leidde door Masailand, van de Keniaanse havenstad Mombasa helemaal naar de noordkust van het Victoriameer.

Er zijn zelfs heuse afstammelingen van Thomson bij. De overgrootvaders van John Hastings-Thomson (69) en Margaret Green (71) - beiden belachelijk kwiek voor hun jaren - waren broers van de roemruchte avonturier. "Veel ontdekkingsreizigers schoten zich letterlijk een weg door Afrika", had John me verteld toen we nog liepen door een droger en vlakker deel van Masailand. "Thomson droeg nooit wapens. Zijn motto was: He who goes gently, goes safely; he who goes safely, goes far." (wie vriendelijk reist, reist veilig, wie veilig reist, reist ver). Dat leek Thomsons opdrachtgever, de Royal Geographic Society in Londen, een passende houding jegens de verondersteld gewelddadige Masai.

Thomson was overigens niet vies van enige intimidatie: naar eigen zeggen joeg hij de Masai schrik aan door zijn kunstgebit uit te doen en zo magische krachten te veinzen. Helemaal geweldvrij was de expeditie evenmin: op de terugweg overleefde Thomson ternauwernood de charge van een chagrijnige buffel.

Bij het kampvuur vertelt Ezekiel Ole Katato (64), de Masai-ouderling die de trekking organiseert samen met de Nederlandse organisatie MasterPeace, elke avond over zijn cultuur. Over de strikte hiërarchie. Over de vele rituelen. En over de worsteling met de oprukkende moderniteit. De vragen die steevast op zijn verhalen volgen leveren soms kolderieke cultuurclashes op. Zoals wanneer een Nederlandse dame plompverloren vraagt: "En hoe zit dat hier eigenlijk met homoseksualiteit?" Een doodse stilte daalt neer. Tot Katato diplomatiek zegt: "Ik heb het nooit gezien hier. Dus ik denk dat het hier niet voorkomt."

We krijgen Masai-namen van Elias (40), een graatmagere gestalte met littekens op zijn wangen die stamgenoten zijn afkomst vertellen. Mijn naam luidt Olodupa: 'Werkt erg hard, maar is niet zo belangrijk'. Pak aan, ego. Even later huilt ook weer de dierenvriend in mij, als krijgers met lange stokken een donkerrode gifslang doodslaan die ons kamp is geïnfiltreerd. Niettemin ben ik opgelucht als krijger Gideon (24) me het gifreservoir toont achter de kop: "Eén beet en je bent er hartstikke geweest." Hoewel gekleed in een traditioneel rood gewaad blijkt Gideon zeer werelds. Hij studeert Finance & Banking in Nairobi en volgt op zijn smartphone nauwgezet sociale media.

Maar die zijn hier ver weg. Tijdens de dagelijkse loopuren - soms in gezelschap, maar vaak ook bewust alleen - bespeur ik zelden sporen van menselijke activiteit. Meestal ruik ik alleen de aarde, hoor ik vogelgeluiden en voel ik de zon en de wind. Soms laten zich struisvogels of gazelles zien; eenmaal ontwaren we tussen de struiken een giraffenfamilie. Bij een boom ontwricht door een olifant vertelt krijger Musa (24) hoe hij als herdersjochie uit nieuwsgierigheid net zolang zo'n dikhuid uitdaagde tot die hem bijna platstampte.

Halverwege de tocht pauzeren we onder de rook van een manyatta, een met doorntakken omheind erf waarop enkele families leven. Met twee Masai breng ik het dorpshoofd, een stokoude baas die soezend in de schaduw van zijn afbrokkelende hut zit, een bout van het schaap dat ze zojuist geslacht hebben. Dat ik hun gesprek niet versta is eigenlijk wel prettig. De zon zakt achter een heuvelrug, en ik ervaar een rust die ik in mijn woonplaats Amsterdam vaak vergeefs zoek. Toch maar eens serieus werk gaan maken van dat huis in de duinen.

Route

Een retourvlucht Amsterdam-Nairobi kost 400 à 500 euro. Vanuit de Keniaanse hoofdstad bereik je per bus het vertrekpunt van de voettocht: natuurpark Amboseli, bekend om zijn olifanten en uitzichten op de Kilimanjaro, Afrika's hoogste berg. 120 kilometer lopen verderop brengt de bus je ook terug naar Nairobi. De beste reistijd is tijdens de droge seizoenen, van juli t/m oktober en december t/m februari.

Lezen

De Blanke Masai van de Zwitserse Corinne Hofmann vertelt het verhaal van haar huwelijk met Masai-krijger Lketinga. Eveneens inzichtelijk is Geheimen van de Maasai van Ton van der Lee en Jandries Groenendijk. Joseph Thomsons reisverslag uit 1885 (Through Masai land) is ook gewoon online verkrijgbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden