Loodzwaar en zeer leerzaam

Vroeger waren ze tv-producent, of accountmanager bij een autoleasebedrijf. Nu voeden ze lastige kinderen op die elders zijn ’mislukt’. Wat drijft de pleegouders van Driehuis, een intensief opvangproject in Amsterdam? „Het zijn tropenjaren, je parkeert je eigen leven.”

Iris Pronk

Niet schrikken, zegt Julika Hulsebos (48), terwijl ze de deur opentrekt. Daarachter ligt het domein van haar 15-jarige pleegdochter Gaby: een chaotisch tableau van inderhaast neergeworpen kledingstukken. Het meisje, dat nu op school zit, wist vanochtend niet wat ze aan moest trekken.

Gaby kampt niet alleen met dit alledaagse pubermeisjesprobleem. Sinds haar achtste zwierf zij van pleeggezin naar pleeggezin, omdat haar eigen ouders niet voor haar konden zorgen. Steeds ging het mis, Gaby kon zich aan niemand hechten. Inmiddels staat zij bekend als moeilijk en stuurs en is ze niet meer te handhaven in een gewoon pleeggezin.

Daarom kwam de puber ruim een jaar geleden terecht bij Hulsebos in Driehuis, een bijzonder project van jeugdzorginstelling Spirit in Amsterdam. Het bestaat uit acht eengezinswoningen in de Amsterdamse wijk IJburg, met acht pleegouders, die elk voor twee lastige kinderen zorgen. Dat is een betaalde, meer dan fulltime baan voor een periode van drie jaar. Daarna neemt een andere ouder het stokje over.

„Ik had in het begin echt een shock: waar was ik in terechtgekomen?”, vertelt Hulsebos, die ruim een jaar een van die acht Driehuis-ouders is. Zij heeft zelf geen kinderen en komt ’uit een hele andere wereld’: ze deed de productie en marketing van films en tv-programma’s. Haar carrière-ommezwaai werd ingegeven door haar verlangen naar nuttiger werk: „Ik wilde iets betekenen voor anderen.”

Gaby liet in het begin vooral blijken dat ze haar nieuwe pleegmoeder niet moest, zegt Hulsebos: „Haar lichaamstaal is nogal duidelijk. Ze vulde de kamer met negativiteit. Het is moeilijk om dat niet persoonlijk te nemen.”

Ook haar andere pleegkind, de elfjarige Diego, was met zijn forse ADHD en zijn gewelddadige voorgeschiedenis geen makkie. „Deze kinderen zijn al zo vaak afgewezen. Ze kwamen hier binnen met een air van: ’Eens zien waar het schip strandt, dat duurt vast niet lang’. Ze wilden bewijzen dat ik het niet aankon.”

Maar de pleegmoeder hield vol. Ze is zeven dagen per week met de kinderen bezig, begeleidt ze met school, psychiaterbezoek, individuele hulpprogramma’s. En ze wordt nu, na dat eerste lastige jaar, voor haar inspanningen beloond.

„Ik steek veel tijd in de familie van Diego, ik bel geregeld met zijn moeder. Die is blij met me, ze heeft een beter contact met hem gekregen. Dat zie ik als mijn loon.”

Samen met Gaby had ze twee weken geleden de slappe lach op de bank. „Dat was het eerste moment van echte ontspanning in een heel jaar. Dat is goud, daar voed ik me mee.” Sowieso doet het verblijf in Driehuis de kinderen goed, zegt Hulsebos. „Ik zie ze tot rust komen. Ze kunnen niet meer terug naar huis, dit is next best.”

Ook pleegvader William Schmidt (51), die een paar straten verderop een andere Driehuis-woning bemant, zag zijn pleegkinderen opknappen in het afgelopen jaar. De dertienjarige Marco, een zachtaardige jongen met prachtige zwarte krullen, was in het begin heel stilletjes. Schmidt: „Nu moet ik af en toe roepen: ’Joh, hou je mond’. Hij durft tegenwoordig zijn boosheid te tonen over de dingen die fout gingen in zijn leven. Hij voelt zich nu veilig.”

Zelf zegt de jongen, die naast zijn pleegvader in een hoekje van de bank kruipt, dat hij het in Driehuis naar zijn zin heeft. Meer dan in het kindertehuis waarin hij hiervoor verbleef. „Op de groep mocht je niet naar buiten, alleen in de achtertuin. Je zat daar met veel kinderen en die waren niet allemaal even gezellig. Dit is meer een echt huis, ik heb hier meer vrijheid.”

Marco’s metamorfose verschaft Schmidt ’heel veel levensvreugde’ – veel meer dan zijn vorige baan als accountmanager bij een autoleasebedrijf. Maar het werk als pleegvader eist ook z’n tol, vertelt hij bij een kop thee in zijn IJburgse woonkamer. „Je parkeert je eigen leven, ook je sociale leven. Je moet heel veel e-mailen en bellen om je vriendschappen nog een beetje bij te houden.”

Veel tijd voor live ontmoetingen met die vrienden is er niet. De pleegkinderen hebben zulke pittige gedragsproblemen, dat ze niet makkelijk aan een oppas uit te besteden zijn. Schmidt: „Ik ben vier keer een weekeinde weggeweest en drie keer ging het mis met mijn oudste pleegzoon. Die hield zich in mijn afwezigheid niet meer aan de afspraken.”

Hulsebos slaat sinds ze in Driehuis werkt vaak feestjes over. „Ik heb geen kinderen die ik makkelijk kan integreren in mijn eigen familie, ook al zijn ze daar wel welkom. Ik heb ook weinig energie voor privédingen. Ik heb vrij van half elf ’s avonds tot ’s ochtends kwart voor zeven. In die tijd moet ik ook nog slapen.”

Pleegvader Schmidt, die zelf een volwassen zoon heeft, vindt zijn betrekking heftig maar mooi. „Het zijn tropenjaren, maar ik leer hier veel van. Vooral goed luisteren en kijken naar je kind.”

Het afbreukrisico lijkt vrij groot: sinds het begin van het Driehuisproject in 2008 gaven drie pleegouders er voortijdig de brui aan. Maar Hulsebos is vast van plan de drie jaar waarvoor ze getekend heeft vol te maken: „Ik ben gehecht geraakt aan mijn kinderen. Ik vind het een naar idee om ze achter te laten, net nu ze aan me gewend zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden