Longo: een groot sportvrouw, een nukkig mens

VALKENBURG - Het is met Jeannie Longo als met beroemdheden die maar niet dood gaan. Hun necrologieën zijn allang klaar, maar moeten jaar na jaar worden aangepast. Over Longo is sinds 1989 al een groot aantal afscheidsverhalen gepubliceerd. Negen jaar geleden zwaaide ze het wielrennen voor de eerste keer een hartelijk vaarwel toe. Sindsdien waren er altijd weer gegronde redenen om op zo'n besluit terug te komen. Maar na de wegwedstrijd van morgen schijnt het echt voorbij te zijn.

Op 31 oktober wordt de Française veertig, in 1979 reed ze in Valkenburg haar eerste Wk. “Het is nu definitief, de cirkel is rond”, vertrouwde ze de ongelovige verslaggever van Le Figaro toe. Longo duikt de geschiedenis in als een groot sportvrouw. Ze werd vijf keer wereldkampioene op de weg (in 1985, '86, '87, '89 en '95), tweemaal tijdritkampioene (1996 en '97), pakte vier regenboogtruien op de baan (achtervolging en puntenkoers), realiseerde in 1996 op de Olympische Spelen van Atlanta na drie mislukte pogingen eindelijk haar ultieme droom en is, als vanzelfsprekend, houdster van het werelduurrecord. Twee jaar geleden klokte ze in Mexico-stad een vooralsnog onovertroffen moyenne van 48,159 kilometer per uur.

Op haar kwaliteiten als wielrenster staat geen maat, op die van Longo als mens ook niet; zij het in negatieve zin. Ze houdt er een kleinere vriendenkring op na dan een kluizenaar. En als het madame even tegenzit, toont ze zich een slecht verliezer. Zoals woensdag na de individuele tijdrit, toen ze de commissarissen van de medische controle publiekelijk suggereerde het plasje van Leontien van Moorsel meteen maar in de Maas te gooien. Dat zou het gastland van de Wk een onverkwikkelijke dopingaffaire besparen. Ze telt een hoop bijnamen in het peloton. De vriendelijkste is nog La conasse, de trut. “Men moet mij maar nemen zoals ik ben”, heeft ze meermalen geroepen. “Ik ben opgegroeid in een sfeer van zelfcultuur. Mij is van jongs af aan geleerd mezelf te ontwikkelen. Dat volhouden, beschouw ik als een van de grootste deugden.” Ze moest, zegt ze, als kind al een sterk karakter ontwikkelen om te kunnen overleven. Haar moeder, een lerares, leerde haar lezen, schrijven en rekenen. Toen ze als zesjarig meisje voor het eerst de drempel van de lagere school overschreed, had ze al een voorsprong van twee jaar op haar leeftijdgenootjes. Op school mocht Jeannie dan ook twee klassen overslaan. “Maar omdat ik een jaar of drie jonger was dan de rest, dreigde ik buiten de lessen voortdurend het onderspit te delven. Ik moest dus wel voor mezelf opkomen.”

Longo is niet alleen onhandelbaar en vaak onbenaderbaar voor de buitenwereld. Ze is ook moeilijk voor zichzelf en heeft er een tweede natuur van gemaakt conflicten op te roepen. Dat zit haar wel eens dwars, vertrouwde ze de lezers van Le Figaro toe. “Het enige waarvan ik in relatie tot andere mensen spijt heb, is dat ik te veel een klimaat van negativisme rond mijn persoon heb gecreëerd en dat ik gevoelens van jaloezie maar moeilijk kan onderdrukken.” Hoe vaak ze ook heeft gewonnen in haar ultralangjarige loopbaan, ontspannen was ze nooit. “Voor iedere koers, groot of klein, sta ik stijf van de stress.” Een journalist van de Franse sportkrant L'Equipe, met welk toonaangevend blad ze trouwens chronisch op voet van oorlog leeft, ervoer dat begin deze week nog aan den lijve. “Je hebt nooit belangstelling voor me, alleen maar tijdens het Wk. Welnu, ik heb niets te melden”, beet ze hem toe. Enigszins tot rust gekomen, begon ze toch te praten. De spanning was haar twee dagen voor de tijdrit al te veel geworden. Eerlijk is eerlijk, communicatief is Longo sterk ontwikkeld. Het zijn alleen altijd verbale gevechten.

Depressief als de wielrenster is, overwoog ze in het verleden een paar keer zelfmoord te plegen. De reden van haar (eerste) afscheid in 1989 was een innige kinderwens. Het lukte haar echter niet zwanger te worden. Toen Longo destijds in Chambery vertelde dat ze haar laatste Wk had gereden, schoof ze haar landgenote Catharine Marsel als opvolgster naar voren. Die werd echter snel overvleugeld door Leontien van Moorsel. De gedachte dat de 'veelvraat' uit Boekel een mogelijk nog imposantere erelijst dan de vermeende sterkste renster van haar generatie zou opbouwen, was een belangrijke overweging voor haar come-back. Het werd er een met vele, mooie overwinningen, maar ook een vervuld met haat jegens de medemens en de wielerinstituties. De Franse bond accepteerde niet dat ze haar echtgenoot Patrice Ciprelli als trainer engageerde en dat ze haar eigen sponsorzaakjes regelde. In 1994 kwam het op Sicilië tot een voor iedereen zichtbare uitbarsting, toen Longo in de wegwedstrijd in haar eentje de in een kopgroep rijdende Marsel terughaalde. Het peloton sprong dankbaar in het wiel van de Française, waarna de Noorse Valvik met de regenboogtrui aan de haal ging.

Tussen Longo en Van Moorsel was het al ver voor woensdagmiddag mis. De relatie bereikte in de slot-etappe van de Tour de France feminin van 1994 een dieptepunt, toen beide dames op de klim naar Alpe d'Huez een langdurig nummertje sur place opvoerden. Longo moest acht seconden goed maken om te winnen en wilde de Brabantse de koppositie opdringen. Met een lange demarrage zou de betere klimster het karwei alsnog kunnen klaren. Van Moorsel trapte er niet in, zoals ze een jaar eerder op het Wk in Oslo ook al niet 'bereid' was voor haar de sprint aan te trekken. De opmerking over het plasje in de Maas kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen. Op haar manier voerde Longo een kruistocht tegen dopinggebruik. “Ik herken me niet meer in de wielersport, dat is mede een reden om te stoppen”, zei ze in Le Figaro. “Organisatoren willen steeds meer spektakel, en de sporter is van die geldingsdrang het grootste slachtoffer. Kijk hoe er over Griffith wordt gepraat. Toen ze olympisch goud won, was ze de panter met de lange nagels, toen ze lag opgebaard een gedrogeerde.”

Longo zal niet uit het peloton verdwijnen. Pratend over haar nabije toekomst hinkt ze op twee gedachten, maar dat geldt niet voor haar plannen een eigen wielerploeg op te zetten. “Ik weet alleen niet of ik dat in Frankrijk of de Verenigde Staten doe. In mijn vaderland voel ik me niet meer thuis, ondanks dat ik altijd wel de steun van het publiek heb gehad. Maar het idee om in Frankrijk een sterke ploeg te maken met drie Françaises en enkele goede buitenlanders, spreekt me ook aan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden