Londen, een smakelijke smeltkroes

Londen, mei 2008. Engelsen worstelen niet langer met diversiteit; al die migranten - Polen bijvoorbeeld - komen hen juist goed uit. (FOTO EPA, ANDY RAIN )

Twintig jaar geleden emigreerde Amal Chatterjee van India naar Londen. Hij zag de stad veranderen in een gemengde samenleving die goed in zijn vel zat. En die de Engelse literatuur een krachtige nieuwe impuls gaf.

Wat me twintig jaar geleden, toen ik voor het eerst naar Groot-Brittannië ging, waarschijnlijk het best op het land heeft voorbereid waren niet de verhalen van mijn ouders – een generatie die er gewoond had, maar weer vertrokken was – en ook niet de ervaringen van diegenen die gebleven waren en in India op bezoek kwamen, maar een film: ’My Beautiful Launderette’ (1985), gebaseerd op de gelijknamige roman van Hanif Kureishi.

Film en boek gaan over de homoseksuele liefde tussen twee Britten uit verschillende bevolkingsgroepen: de Pakistaanse en de Engelse. Ze portretteren niet het Engeland van bolhoeden en Dickens, high tea en Big Ben, maar een land waarin bruin en zwart er op staan als even ‘inheems’ beschouwd te worden als de blanke bevolking. Een land in verandering.

Londen was, zoals zo vaak, het middelpunt van deze ontwikkelingen. Margaret Thatcher en de Conservatieven mochten dan de macht hebben in het parlement, de stad werd bestuurd door een groep radicalen onder leiding van de toen nog jonge Ken Livingstone. En die praatte over zulke dingen als een multiculturele stad waarin verschillende culturen vreedzaam naast elkaar konden bestaan, en waarin iedereen naar het Notting Hill-carnaval wilde, dat de stad elk jaar in augustus in Caribische sferen onderdompelt.

Een rijzende ster in die tijd was de dichter Benjamin Zephaniah, die niet in traditioneel Jamaicaans-Engels dichtte, of in ander traditioneel Engels dialect, maar in een nieuwe mengvorm van Engels en Jamaicaans. Timothy Mo, die een Engelse en een Chinese ouder heeft, haalde de shortlist van de Man Booker-prijs met zijn roman ’Zoetzuur’ (1989), over Chinese immigranten in Groot-Brittannië. Mo was dan misschien nieuw-Brits, maar daarmee net zo Brits als alle andere Britten.

Minder dan twintig jaar daarvoor, in 1968, had de politicus Enoch Powel nog gewaarschuwd voor ’rivieren van bloed’ als de immigratie geen halt zou worden toegeroepen - en was hij prompt uit de conservatieve regering gezet. Het was een belangrijke, symbolisch moment. Geen enkele Britse politieke partij, zo werd opgemerkt, was nu meer vóór rassendiscriminatie.

Zo gemakkelijk ging het natuurlijk niet; er waren rellen, er waren protesten, maar zeker niet op zo’n grote schaal als de onheilsprofeten hadden voorspeld. Golliwogs, grijnzende zwarte poppen die de spot dreven met een Afrikaans uiterlijk, gingen net als de stoommachine tot het verleden of de marges van de samenleving behoren, net als het gebruik van woorden als ‘neger’, ‘Paki’ en ‘kleurling’. De nieuwe generatie Britten – Engels, Schots, Jamaicaans, Pakistaans, Indiaas, Nigeriaans, Chinees en Bengalees, maar allemaal Brits – at minder fish and chips en zoveel chicken tikka (een Indiase kipschotel) dat dit het favoriete gerecht van het land werd.

Tegen de tijd dat de Conservatieven in 1997 uit Downing Street werden verdreven, was het land totaal veranderd. De slogan Cool Brittannia van de nieuwe Labourpremier Tony Blair was weliswaar tenenkrommend, maar de beelden die ermee gepaard gingen waren interessant, want ze weerspiegelden een gemengde samenleving die goed in haar vel zat.

Die relaxte sfeer was natuurlijk grotendeels overdreven, maar in sommige opzichten juist een understatement. Diversiteit was namelijk niet langer iets waar Britten mee worstelden, maar een buitenkans voor het bedrijfsleven. Toen Polen lid werd van de EU en zijn inwoners naar Groot-Brittannië mochten verhuizen, zorgden de Britse supermarkten er rap voor dat er Poolse delicatessen in de schappen lagen. Indiase films, een genre waar de Britten zich vroeger nauwelijks bewust van waren, gaan tegenwoordig in hartje Londen in première. Op televisie wedijveren kookprogramma’s over de Zuid-Aziatische of Caribische keuken met elkaar om de hoogste kijkcijfers en in november wordt op Trafalgar Square in Londen Diwali (lichtfeest van de Hindoes) gevierd. Zelfs Boris Johnson, de conservatieve burgemeester van Londen, heeft erop gewezen dat hij ‘buitenlandse voorouders’ heeft: zijn overgrootvader kwam uit Turkije en een andere voorouder was slavin.

Twee decennia terug stond ik op een koude ochtend in het nieuwe jaar samen met honderden anderen bij de ambassade van Zuid-Afrika in Londen om ’Nkosi Sikele Afrika’ te zingen, het ANC-lied tegen het apartheidsregime dat Thatcher mede in stand probeerde te houden. Tegenwoordig staat er een standbeeld van Nelson Mandela bij de Houses of Parliament. En Gillian Slovo, de dochter van de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijders Joe Slovo en Ruth First, is een Britse schrijfster.

Veel sterren van de hedendaagse Britse literatuur mogen dan in het buitenland zijn geboren – zoals Salman Rushdie (India), V.S. Naipaul (Trinidad) en recentere immigranten zoals Hanif Mohamed (Pakistan) – de Britse literatuur zou zonder al dat multi-etnische Britse talent lang niet zo levenskrachtig zijn. Denk maar eens aan Monica Ali (van Bengalese afkomst) met ’Brick Lane’, dat in een multi-etnische straat in Londen speelt en aan de Engels-Jamaicaanse Zadie Smith met ’Witte tanden’, ook gesitueerd in het multi-etnische Londen van nu. Hari Kunzru (Engelse-Indiaas) bracht ’De poseur’ uit, waarin een jonge man in Brits India de rassenbarrière overschrijdt. En Andrea Levy, kind van Jamaicaanse ouders, verhaalt in ’Klein eiland’ van de Jamaicanen die in de jaren zestig naar Groot-Brittannië emigreerden.

En Benjamin Zephanaiah, de radicale schrijver van de jaren tachtig? Die weigerde in 2003 een Orde, omdat die het Britse Rijk gedenkt dat hij en vele andere Britten van zijn leeftijd als een schandelijk imperium beschouwen. Dit jaar werd hij door de Britse krant The Times op de lijst van belangrijkste naoorlogse schrijvers van Groot-Brittannië gezet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden