Lokale Labourpartij vond in vuilnis haar Stalingrad (2)

In Groot-Brittannië viert Tony Blair met zijn New Labour-regering ruim een jaar na aantreden nog triomf na triomf. New Labour, New Britain, maar in het achterland is het lang niet alles goud wat er blinkt. In Liverpool bijvoorbeeld, havenstad aan de Mersey, dringt de glans nog lang niet door. De Liver Bird, symbool van de stad, laat de kop hangen. Deel 2 in een serie over de stad, het vuil en de hoop.

PETER VAN DEUTEKOM

LIVERPOOL - Op Walton street, in noordelijk Liverpool, brengt Chris, een vuilnisophaler in een smetteloos groene Onyx-overall, de container met straatvuil in gereedheid. Hij zet zich in het bushokje langs de weg te wachten op de vuilniswagen, en houdt zo een oogje in het zeil. Want je weet maar nooit, er kan opgeschoten tuig langs komen, en met een stevige windstoot ligt de boel ook zo weer over straat. En het moet geen rotzooitje worden.

Was zo'n jaar of acht geleden wel anders, zegt Chris. Toen was de vuilnisophaaldienst nog in handen van de gemeente, en lag de zaak voortdurend plat, door stakingen of andersoortig trammelant. En bleef het vuil soms weken liggen. Maar sinds de vuilverwerking in het Britse Liverpool door de gemeente bij de Franse firma Onyx in particuliere handen is gegeven, draait het prima, zegt hij. Op tijd, twee keer per week, goed materiaal, een goed betaalde job. En met 350 man, eenderde van wat er vroeger nodig was. En de Liverpudlians waarderen je, ervaart Chris.

Laat in kringen van de Liverpoolse Labourpartij de naam 'Onyx' vallen, en alle stoppen slaan door. Wat 'Stalingrad' was voor de nazi-Duitsers, is 'Onyx' voor de Liverpoolse socialisten. En dan wordt met 'Onyx' de strijd om de 'renationalisering' van de vuilophaaldienst aangeduid, waar regerend Labour in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen mee schermde. En waarvan de oppositionele Liberal Democrats een ijzersterk nummer maakten: 'Vuilnisophaaldienst terug in gemeentehanden! Liverpool weer een smeerboel!'

De uitkomst van die raadsverkiezingen waren voor Labour desastreus. Een slachting. Een ravage. Alsof de pest de Liverpoolse Labourpartij getroffen had. Niet dat iemand had verwacht dat de Liverpoolse socialisten het er op zeven mei goed van af zoudenbrengen, maar een meltdown van deze omvang hadden zelfs de grootste zwartkijkers niet durven bevroeden.

Weliswaar ging het maar om 33 van de 99 raadzetels, maar zelfs die 'beperkte' verkiezingen waren al voldoende om de almachtige Labour-partij in de Britse havenstad uit het zadel te stoten. Dertien van de 52 zetels moest de partij inleveren, elf daarvan gingen naar de Liberal Democrats, de andere twee naar linkse Laboursplinters. Dat later nog een Labourraadslid overstapte - naar de 'orthodoxe' Liberals - maakte de afgang nog pijnlijker.

Zodat na zestien jaar Labourregime het 'rode bolwerk' Liverpool van kleur veranderde: in geel, de kleur van de Liberal Democrats die nu met 52 zetels de absolute meerderheid kregen. “Ja, een absolute ramp, we kregen een ongenadig pak slaag”, zegt Gary Booth. Hij, de organizer, zeg maar staf-chef van de Liverpoolse Labour Party, zit inmiddels in de slotfase van het onderzoek naar de oorzaken van de nederlaag.

Samen met de door landelijk Labour ingestelde commissie van drie. Een zware commissie, want New Labour van premier Tony Blair wiens faam suggereert dat alles wat hij aanraakt in goud verandert, neemt de afgang in Liverpool hoog op. Altijd weer dat arme, lastige, armlastige Liverpool. Dat altijd zijn hand ophoudt. Dat in de jaren tachtig met de lokaal aan de macht zijnde radikaallinkse Militant Tendency niet alleen de Conservatieve regering van Margaret Thatcher tot razernij bracht, maar ook de Labourpartij zelf. Alle aarzelende pogingen om onder leiding van Neil Kinnock van het verlammende Old Labour-stempel af te komen, werden voortdurend door de 'trotskisten' van Liverpool gefrustreerd.

Onyx, de naweeën van de Militant Tendency, het zijn zo een paar redenen die Gary Booth kan aandragen voor de ineenstorting van Labour in Liverpool. “Onyx was cruciaal”, zegt hij. “Toevallig liep het contract van zeven jaar even voor de verkiezingen af, en moest vernieuwd worden. Bij inschrijving, en Onyx was de enige inschrijver. Het probleem was dat de gemeente wellicht gechanteerd kon worden, als Onyx de enige bleef. Daarom probeerde het stadsbestuur onder Labourleider Frank Pendergast greep te krijgen op de situatie door zelf met een tegenbod te komen. En daar maakten de Lib Dems een nummer van.”

Maar het was niet alleen Onyx dat Labour de das omdeed. De council tax, gemeentebelasting, is in het verarmde Liverpool de hoogste van het land. Met als 'tegenprestatie' een bedroevende dienstverlening, slecht onderhouden straten, vervallen huizen. Het dreigement van de nationale Labourpartij om de uitkeringen voor éénoudergezinnen te koppelen aan de plicht werk te zoeken, viel in de stad met het hoogste percentage éénoudergezinnen niet best. Bovendien rommelde het binnen de lokale partij, waar de aimabele en gematigde maar weinig resolute voorman Frank Pendergast het zowel de Old als New Labourvleugel naar de zin trachtte te maken.

Het gevolg van al die problemen samen was niet eens zozeer een grote stemmenwinst voor de Liberal Democrats als wel een totale ineenstorting van de Labour-vote. In sommige kiesdistricten lag de opkomst onder de vijftien procent, in 'veilige' Labour-districten vooral, zoals in Granby, waar in vroeger jaren een hond met drie poten gekozen zou worden, vooropgesteld dat hij een Labourrozet opgespeld had. Dieptepunt was het district Abercrumbee, met probleemwijk Toxteth, een overwegend gekleurde en solide Labourwijk. Opkomst: 8,8 procent. “Dramatisch”, zegt Gary Booth. “Slechts zes procent van alle kiesgerechtigden in Liverpool stemde voor Labour. Dat lag vroeger ruim boven de veertig.”

En dus viel Liverpool in handen van de Lib Dems. Van fractieleider en raadsvoorzitter Mike Storey en zijn plaatsvervanger annex wethouder-financiën en lokaal bestuur Flo Clucas. Wéér in handen, want dat Liverpool al tientallen jaren een rood, socialistisch bolwerk zou zijn, is een misverstand. “Tot eind jaren zestig waren de Conservatieven aan het bewind”, zegt Flo Clucas. “In 1968 namen de toenmalige Liberalen het over, tot 1982, toen pas kwamen de socialisten aan het bewind.” Dat was na een periode waarop de Liberalen niet echt trots hoeven te zijn, geeft ze toe, met als dieptepunt de dagen durende rassenrellen in Toxteth in 1981. Waarbij tientallen gewonden vielen, en voor honderden miljoenen schade werd aangericht in het toch al naar verpaupering neigende Liverpool, dat daarna overstapte naar Labour.

Maar ook voor de Lib Dems kwam de ineenstorting van Labour onverwacht. Clucas: “Er heerste wel een gevoel van: we gaan het goed doen, maar een regelrechte absolute meerderheid ... zelfs niet van gedroomd. Labour verloor de verkiezingen en wij profiteerden. Het was eerder dat zij ze verloren, dan dat wij ze wonnen.”

Echt op de bestuursmacht voorbereid waren de Liberal Democrats dus niet, en de erfenis van twaalf jaar Labour zal zwaar drukken op de begroting, zegt Clucas. “Liverpool zit met een grotere schuld dan Albanië of Cambodja.”

Schuld en boete. Want ondertussen bereidt Labourleider Frank Pendergast zich voor op de nacht van de lange messen. Hij weet dat wanneer straks het rapport van de commissie van drie op tafel ligt, hij als leider van de Labourfractie en tot zeven mei Liverpools machtigste man, als eerste aan de galg zal bungelen. In zijn kiesdistrict, Beckfield, kwam maar vijftien procent van de kiezers opdagen, hoewel hij wel ruim de helft van de 1 400 uitgebrachte stemmen haalde.

New Labour, in casu Tony Blair en de zijnen, mogen wat Pendergast betreft zichzelf ook wel het nodige verwijten. Want naast de bekende en érkende lokale factoren, heeft de landelijke partij in Liverpoolse termen heel wat steken laten vallen. Pendergast noemt bijvoorbeeld 'Hillsborough', het drama in april '89, toen bij de halve finale FA-cup tussen Liverpool en Nottingham Forest in het Hillsborough-stadion 95 mensen omkwamen in het gedrang.

Pendergast: “Labour heeft als oppositiepartij steeds bij de Tories aangedrongen op een officieel onderzoek. Thatcher en Major weigerden steeds. Nu regeert Labour zelf, en komt er nóg geen onderzoek. Zoiets komt hard aan in Liverpool.”

Zelf kwam hij in 1990 in de raad, eerst als backbencher. Later werd hij leider van de fractie, die nog kampte met de naweeën van de Militant Tendency. Pendergast: “Militant Tendency was de grootste ramp voor Liverpool sinds de Blitz van 1940. Op een gegeven ogenblik had de stad een schuld van 800 miljoen pond. Om hun politieke projecten te bekostigen, leenden ze zelfs geld bij Zwitserse banken. Toen de problemen alleen maar groter werden, eisten die hun geld terug.”

Vóór de verkiezingen zag Pendergast de bui al hangen, al vermoedde hij niet dat het zó'n afgang zou worden. In april nam hij per brief contact op met Blair en waarschuwde hem voor de dreigende nederlaag. En of 'Londen' geen hulptroepen kon sturen in de vorm van enkele zwaargewichten om de partij in de verkiezingsstrijd een steuntje in de rug te geven. Pendergast: “Ik moet nog steeds antwoord krijgen.”

Hij is er knap cynisch door geworden. “Ik ben niemands vriend”, zegt hij grijnzend, “dan móet je je werk wel goed doen. Omdat ik heb gesneden in uitgaven en gemeentepersoneel ben ik in de ogen van de bonden te hard. Maar voor de Labour-partij hier ben ik weer te soft, en voor landelijk Labour niet de juiste man.” Maar Frank Pendergast steekt de hand ook in eigen boezem. “Wellicht was ik ook wel te toegeeflijk. Bij ideologische discussies gaf ik de dissidenten altijd de ruimte. De democratie sloeg op hol, ja.”

Hij heeft, zoals vele Liverpudlians een wat zwartgallige humor. “Moet ik ook wel hebben, anders zat ik hier niet na alle shit en beledigingen die ik de laatste vijf jaar over me heen heb gekregen.” Aan de muur van zijn kantoor dan ook de nodige 'zwarte' cartoons en teksten die duiden op veel gevoel voor zelfspot.

Maar ook een tekst van een partijgenoot, bedoeld als hart onder de riem na de ramp van 7 mei. Iets over het rechten van de rug in tijden van nood, over het weerstaan van valse smaad, over kameraadschap die je er weer bovenop helpt, when the going gets tough. Inderdaad, 'you'll never walk alone', die klassieker van Gerry and the Pacemakers. Ook uit Liverpool.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden