LOGEREN ONDER DWANG

Sober, functioneel en goedkoop. Onder dat motto zijn in de afgelopen drie jaar in een razend tempo 4550 cellen bijgebouwd. De politiek vraagt, de Rijksgebouwendienst en het ministerie van Justitie leveren. CAP '96 heet het project, dat niet alleen nieuwbouw omvat, maar ook renovaties en uitbreidingen van bestaande inrichtingen. De operatie is vooral een inhaalslag geweest. Nieuwe plannen dienen zich al weer aan en het einde van de vraag is nog niet in zicht. De tijdsdruk laat weinig ruimte voor architectonische experimenten. Vandaar dat één gevangenismodel - een kruis - dat op meerdere plekken is herhaald. Op 15 april gaan de laatste gevangenissen van CAP '96 open, zes in getal, goed voor 1600 nieuwe cellen.

Het is een vreemde ervaring om in het Huis van Bewaring in Lelystad door de gangen van het hoofdgebouw te lopen met een gedetineerde in het kielzog. Geen begeleiding, geen boeien, geen overdreven beveiligingsmaatregelen. Het relativeert het meedogenloze repressieve klimaat dat je als leek in een gevangenis verwacht. Tegelijkertijd lijkt het de volkse mare van 'gevangenissen die net hotels zijn' te bevestigen. Vrijheid blijheid daar binnen die vier muren van het gevang! Dat laatste is zeker niet het geval. De bewegingsvrijheid van de gedetineerden is relatief en aan alle kanten ingekaderd. Ze gaan van het celblok naar de arbeidsruimte of de sportzaal, vrij over het middenterrein, maar overal zijn deuren en obstakels. Overal is controle. Niemand loopt van niets naar nergens. Ze gaan van gesloten ruimte naar gesloten ruimte. Ze blijven opgesloten.

Het Huis van Bewaring in Lelystad - een koepelgevangenis - is net een jaar open. Het is gebouwd onder de vlag van CAP '96 - en functioneert onder de nieuwste inzichten over detentie -, maar is feitelijk nog een produkt van eerdere uitbreidingsconcepten. Als koepelgevangenis valt het buiten de reeks kruisgevangenissen die in het afgelopen jaar zijn gebouwd, maar de uitgangspunten zijn voor beide hetzelfde: de gevangenis leefbaar houden én de gevangenen zo effectief mogelijk opbergen.

Hans Putter, de architect van de Lelystadse inrichting: “In de hele gevangeniswereld zie je een trendverschuiving van de wil om de gevangenen te genezen naar efficiënt opslaan. Die houding is bepalend voor de nieuwste generatie gevangenissen. 'Ontspannen bewaken' is het credo. In Lelystad probeerde ik dat te bereiken door een relatief groot 'vlak' te maken voor de cellen. Niet alleen kun je daar huiskamer-functies en sportfaciliteiten op kwijt, het zorgt ook voor afstand tussen de bewaker die in zijn hokje zit en de gevangene die op het vlak verblijft. Het is observatie zonder confrontatie. Zowel voor de bewakers als de gedetineerden heeft dat voordelen. De bewakers hebben een goed overzicht en de gevangenen kunnen zich vrijer bewegen, terwijl ze toch steeds in beeld zijn. Ze willen dat ook, omdat ze onderling nog wel eens mot hebben.”

“Een gevangenis is een gechargeerde samenleving”, zegt ook Hans Gerritse van EGM Architecten, ontwerper van verschillende gevangenissen. “Het zijn 24 kerels die een behoorlijke portie agressie in zich hebben en twee bewakers die dat in de hand moeten houden. Die samenleving moet je proberen te laten werken en daarvoor moet je een zo ontspannen mogelijke sfeer scheppen.” Gerritse doet dit door kleur- en materiaalgebruik. Aan de vorm kon hij vrijwel niet sleutelen, die lag van tevoren al vast.

De jongste schepping van Gerritse is de inrichting van Dordrecht, een zogeheten 'dubbelkruis'-type. Het zijn twee aparte gevangenissen die in het midden met elkaar verbonden zijn door een iets hoger blok, waarin een aantal gezamenlijke faciliteiten zitten. Het complex ligt net buiten een woonwijk, pal naast een enorme elektriciteitscentrale en niet ver van een rustiek park. De centrale zal binnen een paar jaar verdwijnen, zodat de gevangenis vrijer in de omgeving komt te liggen. Niet helemaal weggestopt, maar ook niet in het kloppend hart van de stad.

Dordrecht is exemplarisch voor de huidige generatie gevangenissen. Een kale betonnen muur, een streng rechthoekig blok als uiterlijke vorm en overal tralies voor de ramen. De cellen zitten in de poten van de kruis-vormen, 48 per vleugel. Als een spin in het web bevindt zich in het kruispunt een 'statische post', het hok van de bewakers. Met twee man zijn de drie vleugels in één keer in de gaten te houden. Het bespaart personeel, het is overzichtelijk en door de segmentering zijn de afdelingen hanteerbaar en geschikt voor verschillende soorten regimes. Dit zijn meteen ook de belangrijkste redenen voor de directie van CAP '96 (een samenwerkingsverband van de Rijksgebouwendienst en het Ministerie van Justitie) om voor het kruismodel te kiezen. Het is rationeel, zakelijk en doeltreffend. In alles een gevangenis. Geen architectonische statements of vorm-tierelantijntjes en dus ook geen misverstanden over de functie.

Dat was in het verleden wel anders. De Bijlmerbajes in Amsterdam (officiële naam: Penitentiaire Inrichting Over-Amstel) was in de jaren zestig de eerste nieuwe gevangenis die sinds de negentiende eeuw werd gebouwd. Van een afstandje lijken het 'gewone' woontorens. De witte huid heeft wel iets sympathieks en voor de ramen zit geen traliewerk, waardoor de associatie met een gevangenis niet meteen wordt gelegd. Die muur met gracht zie je pas later. Gerritse: “In de Bijlmer suggereren de open ramen vrijheid, maar dat is natuurlijk schijn. Tralies zijn veel eerlijker. Daarnaast waren er excessen dat gevangenen zich voor de ramen gingen uitkleden. En dat tralies een opgesloten gevoel geven is ook een vals argument. Ze zitten opgesloten!”

Ook Hans Putter heeft zich aan het 'dubbelkruis'-type gewaagd. Na Lelystad ontwierp hij de gevangenis van Almere, een uiterlijk vrijwel identieke inrichting als Dordrecht. Van binnen zijn er toch wel verschillen. Vooral de ontsluiting van de entree naar het celblok, de bezoekersruimte en het kantoren gedeelte is wezenlijk anders. In Dordrecht is dit iets overzichtelijker. In Almere worden ook alle vier de 'poten' van de twee kruisen gebruikt. De gevangenis van Almere ligt op een industrieterrein, veel verder buiten de stad dus dan Dordrecht. Nu nog is het een landelijke omgeving, maar in de toekomst wordt het vermoedelijk opgeslokt door bedrijfsterreinen.

Architectonisch is Putters Huis van Bewaring in Lelystad veel gearticuleerder. Het heeft een sprekende entree, het blok met isoleercellen ligt als een zwart element op het dak, waardoor het visueel enigszins los komt van de rest van het gebouw en de koepel heeft een expressieve vorm. Van binnen blijkt de laatste ondersteund door een paraplu-achtige constructie. De cellen zijn in vier gehoekte compartimenten rond de statische post gegroepeerd. Deze post zweeft als een ruimteschip in het midden van de ruimte. Voor een gevangenis is de ruimte in Lelystad verrassend open en vriendelijk. De leegte verzacht enigszins de strengheid van de rijen celdeuren.

Toch ziet ook Putter het kruis-type gezien de stringente eisen als de beste oplossing: “Binnen het programma van eisen is dit het optimum. Het concept is volledig uitgekristalliseerd en uitgebalanceerd. Het is zelfs zo efficiënt ingedeeld, dat ik bijna geen plaats meer kon vinden voor een kunstwerk. Binnen die krappe marges kun je eigenlijk geen architect vragen iets nieuws te bedenken. Wil je iets anders, dan zul je het programma van eisen moeten aanpassen. En dat betekent vermoedelijk weer dat je je personeelsbezetting bij moet gaan stellen.”

Rijksbouwmeester Wytze Patijn legt zich nog niet helemaal neer bij de uitgekristalliseerde vorm. “Onder druk van de tijd zijn bepaalde typen herhaald binnen CAP '96. Ik ben daar niet a priori tegen. Als je zo'n groot aantal cellen in een korte tijd moet bouwen, dan is het goed om een concept te hebben. Het gebeurde vorige eeuw ook, bijvoorbeeld met het koepel-type. Daarnaast is een gevangenis geen uniek gebouw, zoals een schouwburg of een museum, die wel ieder voor zich om een expressieve vorm vragen. Aan de andere kant krijg je geen reflectie op het gebouwtype als je maar doorgaat met veel en snel herhalen. Vandaar dat het stilaan tijd is om ons te bezinnen op de ontwikkelingen binnen de penitentiaire inrichtingen.”

Patijn ziet een aantal criteria waaraan een gevangenis in zijn ogen moet voldoen: “Het moet een sober en doelmatig gebouw zijn, dat uitdrukking geeft aan het feit dat mensen van hun vrijheid worden beroofd. Het moet ook op een efficiënte manier de geforceerde samenleving die een gevangenis is laten draaien. Daarnaast is het denk ik heel goed als een gevangenis zichtbaar is voor mensen van buiten, zonder moraliserend te zijn. Het maakt ze bewust van ook dat element van de samenleving. Ik pleit er daarom voor om plekken te zoeken die niet helemaal aan de rand van de samenleving in de periferie van de stad liggen. Tot slot is er de wijdlopigheid van grondgebruik in de huidige projecten. We moeten denk ik zoeken naar compactere vormen, ook gezien de wens om niet buiten de samenleving te bouwen en in de stad is de grond schaars.”

Wat veel ruimte opslokt, zijn de facilitaire ruimtes: werklokalen, sporthal, bibliotheek, fitnessruimte. De cellen maken uiteindelijk maar 15 % van het totale gebouw uit. Met name arbeid is in recente jaren een ruimtevreter geworden. Lucas Elting, hoofddirecteur Dienst Justitiële Inrichten van het Ministerie van Justitie: “Een van de peilers van het gevangenisbeleid is werkzame detentie. Door gedetineerden meer te laten werken zorg je voor een waardevolle dagbesteding, terwijl de inrichtingen beter de markt op kunnen en eigen inkomsten kunnen genereren. Het betekent wel dat je meer en grotere arbeidsruimtes nodig hebt.”

Elting merkt dat gemeenten graag een gevangenis binnen hun grenzen hebben: “Het zorgt voor werkgelegenheid, het is schone arbeid, de lokale middenstand kan als leverancier fungeren en het geeft ook wel een veilig gevoel om een gevangenis in je gemeente te hebben. Er ligt nu bij de politiek een plan om nog eens 1500 tot 2500 cellen te bouwen, bovenop de 1000 cellen die we al na CAP '96 hebben gepland, en de gemeenten staan bij wijze van spreken in de rij om in aanmerking te komen als locatie.”

Het tekent het pragmatisme waarmee op dit moment over gevangenissen wordt gedacht. Als utilitaire bouwwerken zijn ze er om mensen veilig op te bergen. Een functie voor de omgeving hebben ze nauwelijks, althans niet in architectonische of stedebouwkundige zin. Wel zijn voor het eerst landschapsarchitecten bij de CAP-projecten betrokken om de groenvoorziening binnen en buiten de muren van de gevangenis te verzorgen. Het kan echter niet verhelen dat het om een verzameling in zichzelf gekeerde leefbunkers gaat, gebouwd naar de behoefte van de politiek. Eerlijk en rationeel, maar volstrekt anoniem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden