Lofzang op vervlogen plattelandscultuur

Nieuwe roman van Hans Maarten van den Brink herinnert aan zijn geprezen 'Over het water'

De literaire reputatie van Hans Maarten van den Brink (1956), bekend als journalist en mediabestuurder, berust vooral op zijn veel geprezen novelle 'Over het water' (1998) waarin hij kunstig en geraffineerd informatie doseerde. De verteller van 'Over het water' gaat in de winter van 1944-1945 op zoek naar zijn herinneringen aan de zomer van 1939 toen hij en zijn teamgenoot David alle prijzen bij elkaar roeiden. Geconcentreerd op zijn sport als hij toen was, had hij totaal geen oog voor Hitlers plannen met Europa. Vijf jaar later dwaalt hij door een desolaat Amsterdam, ziet toe hoe het gebouw van de roeiclub als brandhout wordt gebruikt, en beseft dat David (wiens ongenoemd blijvende Joodse afkomst te raden valt) waarschijnlijk nooit meer terugkomt.

Van den Brinks langverwachte nieuwe roman 'Dijk' herinnert aan 'Over het water'. Ook nu haalt een ikfiguur herinneringen op aan een man die in zijn leven verschil heeft gemaakt. Samen met Karl Dijk trad de verteller in 1961 in dienst bij de Rijksdienst voor het IJkwezen. Hun hele arbeidzame bestaan bleven ze naaste collega's. Samen ondergingen ze tegen het einde van de eeuw, niet bepaald tot hun vreugde, de privatisering, digitalisering en de reorganisatiegolven. De rechtlijnige en principiële Karl kon zich moeilijk aanpassen, met het gevolg dat hij nog voor zijn pensionering op een zijspoor belandde, om tenslotte met behulp van een passende regeling te worden uitgezwaaid.

De ikfiguur kreeg de taak toebedeeld om een afscheidsspeech voor zijn kompaan te schrijven, dook in de personeelsarchieven en deed daar een verrassende ontdekking. Bewaard gebleven anonieme brieven leerden hem dat de in 1944 geboren Karl het kind was van een Duitse officier en een zogeheten moffenmeid. Het is wel zeker dat die afkomst hem stempelde tot de stugge en gesloten persoonlijkheid die hij ook voor zijn kamergenoot was. Mogelijk ondervond hij er hinder van bij het verloop van zijn carrière. Daarbij is het een onuitgesproken vraag of de verteller altijd wel zo loyaal ten opzichte van collega Dijk was.

Behalve relaas van een langdurig tweemanschap is 'Dijk' vooral een geslaagde evocatie van een onherroepelijk verzonken tijdperk. Trok in 'Over het water' de oorlog een definitieve scheidslijn tussen heden en verleden, in 'Dijk' zijn het de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen van de laatste decennia die de wederopbouwjaren het aanzien van een prehistorisch tijdperk geven. "Vooruitgang werd in die tijd nog herstel genoemd. Daarmee werd iets bedoeld dat stevig moest zijn, bestendig. En zeg nu zelf: wat was er steviger en bestendiger dan onze Dienst, die zijn oorsprong kon herleiden tot diep in de vorige, de negentiende eeuw?"

Zulk cultuurpessimisme klinkt ook door in de melancholieke, fraai getoonzette lofzangen op de plattelandscultuur anno 1960 waarin de verteller zich laat gaan. Als hij bij winkeliers en kaas- en aardappelboeren langsging om te controleren of ze bij het afwegen van hun producten niet sjoemelden, genoot hij altijd met volle teugen van het lege landschap, de autovrije straten en de overvolle kruidenierszaken, van 'de toonbank met daarin de geldla, de schuine planken en de manden bij de bakker, het marmer van de kaasboer en bij de melkboer de rekken waarin de melkflessen stonden, het potlood aan een touw waarmee de aankopen in een beduimeld kartonnen boekje werden genoteerd zodat er op zaterdag kon worden afgerekend', tot de huiskamer achter de winkel, 'de tafel met het dikke kleed erover, de grote lamp met de neerhangende franje, de achteruitgeschoven stoel, op het tafelkleed het theestel en daarnaast een breiwerk, de sokken die gestopt werden, het opengeslagen kasboek met een slordige waaier van papieren daaromheen.'

Het zijn dit soort opsommingen die 'Dijk' een onweerstaanbare charme geven. In een wiegende cadans trekt een bonte revue aan jaren-vijftig rekwisieten voorbij. Passages als deze zijn doortrokken van een half-pijnlijke, half aangename nostalgie - karakteristiek voor de boeiende verteller die uit de journalist Hans Maarten van den Brink is gegroeid.

Hans Maarten van den Brink: Dijk Atlas Contact; 192 blz. euro 18,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden