Lofzang op de sloppenwijk

Een 76-jarige man poseert in zijn zelfgebouwde huis in een sloppenwijk aan de rand van CaïroBeeld Reuters

ESSAY Elke derde wereldburger woont straks in een sloppenwijk. En dat is een goede ontwikkeling, vindt Ralf Bodelier. Slums trekken miljoenen uit de armoede. Samen met vijf jongeren uit een sloppenwijk maakte Bodelier een webdocumentaire.

Morris Michael en Ng'oma Matchaya zijn bedelaars. Morris (27) is verlamd en zit een rolstoel. Ng'oma (29) duwt hem voort. De mannen bedelen op een druk kruispunt in Blantyre, de tweede stad van het Afrikaanse land Malawi. Ze wonen in de krottenwijk Manyowe.

De woningen in deze slum, opgetrokken uit gestampte aarde, slingeren door een kleine vallei op twintig minuten van de verharde weg. Voor zes uur 's ochtends is de wijk wakker. Dan verzorgt Ng'oma zijn vriend Morris met thee en pap. Tegen zeven uur draagt hij de zware ijzeren rolstoel uit het dal naar de asfaltweg. Dan loopt hij terug, hijst Morris op zijn rug en klimt opnieuw omhoog. Vervolgens begint een drie uur durende tocht naar het drukke kruispunt van Makata Road en Chileka Road.

Wij danken God voor werk
Daar lopen, rennen en draaien de mannen vijf uur lang tussen fourwheeldrives, rokende vrachtwagens en rammelende minibusjes. Ze groeten, lachen en zwaaien. Ng'oma schat dat twee op de honderd chauffeurs hun wat geven, vrijwel altijd blanken en Indians, bebaarde mannen in djellaba's uit het Midden-Oosten. De doorsnee-Malawiaan kijkt stoïcijns voor zich uit. Morris schat hun dagelijkse omzet op zo'n 2000 Malawi Kwacha - vier euro.

Om drie uur zit hun werkdag erop. Dan beginnen Morris en Ng'oma aan de lange weg terug; om zes uur valt de Afrikaanse nacht. Aan het einde van de asfaltweg sjort Ng'oma Morris weer op zijn rug. Over het brokkelige pad daalt hij af naar hun tweekamerwoning van amper vier bij zes meter. Vervolgens haalt hij de rolstoel terug. De 2000 kwacha geeft hij aan Morris' zus, die met haar zes kinderen bij hen inwoont. Deze vier euro is de belangrijkste bron van inkomen voor het negenkoppige gezin.

Wanneer ik voor het eerst met Morris en Ng'oma praat, zeggen ze: "Zikomo Mulungu. We danken God. We danken God dat hij ons de kans schonk dit werk te doen. We danken de goede God dat wij dit geld kunnen verdienen. Wij danken Hem dat hij u zond om ons te helpen."

Al wachtend voor het stoplicht maak ik nu vaker een praatje met hen. Morris raakte verlamd in 2006. Hij kreeg een infectie en kon zich vervolgens niet meer bewegen. Ng'oma vond hem in 2009. Sindsdien zijn ze tot elkaar veroordeeld. Ng'oma duwt Morris voort en Morris hengelt het geld binnen. Zonder Morris kan Ng'oma niet bedelen, zonder Ng'oma komt Morris niet van zijn plaats.

Een op de drie burgers woont straks in een sloppenwijk
Morris komt uit een stoffig gehucht in Balaka, op twee uur ten noorden van Blantyre. Ng'oma komt uit een heet en vochtig dorp in Nsanje, op zes uur in het zuiden. Ze zijn blij dat ze er niet meer wonen. In Balaka, zegt Morris, zou ik waarschijnlijk niet meer leven. In Nsanje, zegt Ng'oma, zou ik honger lijden. "Hier kunnen wij geld verdienen. Voor onszelf, en voor de zes kinderen die van ons afhankelijk zijn. We zijn rijk, omdat we die mogelijkheid hebben. Zikomo Mulungu.

"Morris en Ng'oma zijn twee van de 828 miljoen mensen uit de 200.000 sloppenwijken ter wereld. Rond de 61 procent van alle slum dwellers woont in Azië, 26 procent in Afrika en 13 procent in Latijns-Amerika. Met de dag worden het er meer. Het Indiase Mumbai krijgt er elk jaar 60.ooo nieuwe bewoners bij. Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, groeit met maar liefst 400.000 mensen.

Het Nigeriaanse Lagos telde in 1950 300.000 inwoners. Inclusief al zijn slums, wonen er nu 21 miljoen mensen. Inmiddels is de stad de grootste van Afrika. Van de 1,4 miljard mensen die er tot 2030 wereldwijd bij komen, zullen er meer dan 1,3 miljard opgroeien in eenkrottenwijk. Vandaag leeft een op de zeven wereldburgers in een slum, in 2050 is dat een op de drie.

Webdocumentaire

Samen met vijf jongeren uit een grote sloppenwijk in Malawi maakte Ralf Bodelier de interactieve webdocumentaire 'Ndirande, motor achter de ontwikkelingsdoelen'. Boven het introductiefilmpje op de pagina staat een link naar de webdocumentaire. De productie vertelt over het optimisme en de lust tot ondernemen van twaalf slumbewoners. Ralf Bodelier is journalist. Hij promoveerde op de studie 'Kosmopoliet en Krottenwijk'.

De kansen van de sloppenwijk
In het rijke deel van de wereld hebben we een dramatisch beeld van slums. En terecht. In Dhaka is twee derde van het drinkwater vervuild. In vrijwel elke slum is de lucht smeriger dan in het centrum van de stad of op het platteland. In Afrikaanse slums zijn dubbel zoveel mensen geïnfecteerd met hiv als in de dorpen. In slums is er een gerede kans op een verkeersongeval. Negen op de tien dodelijke ongelukken vinden tegenwoordig plaats in ontwikkelingslanden. Slumbewoners in Irak of Pakistan vrezen terroristische aanslagen. De politie is er vaak corrupt. Epidemieën als ebola verspreiden zich er razendsnel.

En dan is er nog die extreme ongelijkheid. Wie vanaf het platteland arriveert in de krot-tenwijken van Islamabad, Lima of Kinshasa, is doorgaans vele malen armer dan degenen die er al decennialang wonen. In de dorpen bestaat het verschil tussen rijk en arm uit niet meer dan een extra set kleren, een fiets of een dak van golfplaat.

In slums rijden sommigen in een Toyota Prado terwijl anderen overleven op een maaltijd per dag. En grote ongelijkheid, zo weten we sinds het debat rond Thomas Piketty, vernietigt de samenhang in een samenleving. Grote economische ongelijkheid is een voedingsbodem voor geweld, maakt het moeilijker om armoede terug te dringen en belemmert economische groei.

Liever slum dan platteland
Ook Morris en Ng'oma noemen hun leven zwaar en moeizaam. Met de zware rolstoel laverend tussen peperdure Nissans en Mitsubishi's, ervaren ze dag in dag uit de ten hemel schreiende ongelijkheid in het huidige Afrika. Maar de bedelaars vertellen nóg een verhaal, een verhaal dat voor menig westerling nieuw en verrassend zal zijn. Zij vertellen over de kansen die de sloppenwijk hun biedt. Onbedoeld geven zij daarmee een antwoord op de prangende vraag waarom jaarlijks meer dan 60 miljoen mensen het platteland verruilen voor een leven in de slums.

Voor wie, zoals deze mannen, opgroeiden in een Malawiaans dorp, is een leven in de sloppen van Blantyre een forse stap vooruit. Het leven in de krotten is zwaar, maar het bestaan in de dorpen is vele malen zwaarder. Wie woont in een dorp is gedwongen tot een bestaan als boer. Ook al zou hij eigenlijk accountant, lasser, gospelzanger, onderwijzer, webdesigner of dokter willen worden. En de dorpeling die geen boer kan worden omdat hij, zoals Morris Michael, tot zijn nek is verlamd, is volledig overgeleverd aan de welwillendheid van anderen. Hoe moeizaam ook, in de stad kon Morris een zelfstandig bestaan opbouwen.

Voor Ng'oma lag het niet veel anders. Terwijl de rest van de wereld vooruit schoot in de wervelwind die we globalisering noemen, leek het leven in Nsanje zo goed als stil te staan. Er is geen voortgezet onderwijs. Er is vaak geen schoon water en er is zeker geen stroom, laat staan televisie of internet. Banken en banen, kranten en klinieken, kauwgom en computers: alles waar de stad als vanzelfsprekend in voorziet, is in het dorp niet te vinden.

En het armst in de dorpen zijn vrouwen. Zij hebben het minst te vertellen. Vrouwen wer-ken op de akkers en doen vrijwel al het huishoudelijk werk. Vrouwen verzorgen de kinderen, lopen ver om schoon water te halen en zijn verstoken van onderwijs. Voor veel dorpsvrou-wen in Malawi, in India of Venezuela, is de trek naar de stad ronduit een bevrijding.

Beeld anp

Aantrekkingskracht van slums
Willen we de aantrekkingskracht van slums begrijpen, dan moeten we die niet vergelijken met de villawijken en stadscentra in Afrika, laat staan met een vinexwijk in Nederland. Willen we slums begrijpen, dan is het goed om het perspectief kiezen van een jonge boer uit Madhya Pradesh in India, van een ambitieuze jonge vrouw op het platteland van Peru of een verlamde man uit Balaka, Malawi.

Daarbij moeten we niet uit het oog verliezen dat het voor al deze mensen niet enkel gaat om een opleiding of een baan. "Voor jongeren in een Indiaas dorp gaat het bij de aantrekkingskracht van Mumbai ook om de vrijheid", schrijft de Indiase journalist Suketa Mehta in de New York Times in een artikel met de treffende titel 'Vuil, overbevolkt, rijk en prachtig'.

En zo is het. De 200.000 slums ter wereld zijn smerig, overbevolkt en ongelijk. Maar voor wie van het platteland komt, zijn ze ook rijk, prachtig en dynamisch. Een dag in Dharavi, Mumbai of Tondo, Manila is een aanslag op je zintuigen. De doorlopende confrontatie met mensen die je iets willen verkopen, van muziek tot een machete en van seks tot samosa's, de onafgebroken stroom geuren en beelden, de herrie uit de kroegen en krochten, de overdaad aan tempels, kerken en moskeeën.

De slum is het culminatiepunt van de moderne metropool. Ze is de 21ste-eeuwse stad in haar meest dramatische, maar ook in haar meest maximale vorm. Voor honderden miljoenen plattelandsjongeren is haar aantrekkingskracht simpelweg onweerstaanbaar. Daarom wonen over enkele decennia maar liefst 3,5 van de 10 miljard mensen in slums. Daarom ook is het verstandig om alvast aan het idee te wennen.

Terug bij Dickens
Niet iedereen wenst eraan te wennen. Voor Mike Davis, auteur van de apocalyptische bestseller 'Planet of Slums' (2006) is de onbeteugelde opkomst van de moderne krottenwijk een absoluut rampscenario. Davis doceert aan de Universiteit van Californië en noemt zichzelf een 'marxistisch milieuactivist'. Hij meent dat de onstuimige groei van de krottenwijken zowel 'biologisch als ecologisch' volstrekt onhoudbaar is.

Zoveel mensen op zo'n kleine plek met zo weinig voorzieningen, overgeleverd aan misdaad, ziektes en vervuiling is de 'grote morele catastrofe van onze tijd'."We zijn weer terug bij Dickens", schrijft Davis. Wat vandaag gebeurt in de derde wereld, zag Charles Dickens al in de sloppen van het 19de-eeuwse Londen. Voor een westerling, vertrouwd met verhalen over Oliver Twist en David Copperfield, is het inderdaad verleidelijk om vanuit een dickensiaans perspectief te gruwelen over de slums van Dhaka, Kinshasa of Lima.

Maar dit perspectief verhult meer dan het openbaart. Zo was het leven in de sloppen van het negentiende-eeuwse Europa veel dramatischer dan dat in de slums van het huidige Afrika. Alleen al de sterfte onder kinderen en hun moeders was in de negentiende eeuw zo massaal, dat de bevolking van de steden alleen op peil kon blijven door de constante migratie vanuit het platteland. In sommige Engelse industriesteden was de gemiddelde levensverwachting niet hoger dan 25 jaar, terwijl mensen in het omringende platteland mochten verwachten 45 jaar te worden.

Vrouw in een sloppenwijk in NairobiBeeld ANP

Afrikaanse situatie
In het huidige Afrika is de situatie precies andersom. Niet alleen mag de gemiddelde Afrikaan rekenen op 58 jaar, ook word je in de slums nu gemiddeld een stuk ouder dan op het platteland. Volgens onderzoeker Martin Brockerhoff blijven vandaag tientallen miljoenen Afrikaanse kinderen in leven om het eenvoudige feit dat hun moeders in de stad gingen wonen.

Afrikaanse steden groeien vandaag ook doordat de kinderen simpelweg niet meer doodgaan. En dan ligt het stedelijke geboortecijfer nog een stuk lager dan op het platteland. Stadsvrouwen in Ethiopië krijgen gemiddeld 2,6 kinderen, terwijl Ethiopische plattelandsvrouwen er 5,5 baren. Vanzelfsprekend gaan kinderen die opgroeien in slums ook veel vaker naar school.

Anders dan in de tijd van Dickens, zijn moderne slumbewoners een stuk minder arm dan hun families in de dorpen. In Brazilië is 5 procent van de bewoners van favela's extreem arm, tegen maar liefst 25 procent op het platteland. Het percentage extreem armen in de slums van het Nigeriaanse Lagos is ongeveer de helft van dat percentage in de Nigeriaanse dorpen. Het leven in de slums van het Indiase Kolkata is ronduit ellendig. Maar het percentage extreem armen in Kolkata is 11 procent, terwijl dat voor het omliggende platteland rond de 24 procent ligt.

Verstedelijking blijkt, kortom, niet alleen een wapen tegen kindersterfte, analfabetisme en bevolkingsgroei. Verstedelijking leidt ook tot de afname van armoede. De keuze die Morris en Ng'oma maakten om hun dorpen in Balaka en Nsanje te verruilen voor de slums van Blantyre, wordt er alleen maar begrijpelijker door. Het is domweg beter om in een stad te wonen, zelfs al is het in een krottenwijk.

Dat de slums het zoveel beter doen dan het platteland, is te danken aan het feit dat er meer ziekenhuizen, internetcafés en banken zijn, dat zich er meer scholen bevinden en dat ook vrouwen er een opleiding kunnen volgen en werk kunnen zoeken.

Vrouw belt in een sloppenwijk in NairobiBeeld EPA

Mogelijkheden
Dát al die mogelijkheden er zijn, volgt uit het feit dat in een slum zoveel mensen in de onmiddellijke nabijheid van elkaar wonen en werken. De doorlopende confrontatie met zoveel andere mensen, met nieuwe ideeën, opvattingen, en keuzes voedt je creativiteit en je ondernemingslust. Alleen op een plaats waar veel mensen veel verschillende dingen doen, is het mogelijk iets nieuws te gaan doen en daar ook goed in te worden.

Vervolgens kun je besluiten samen op te trekken met mensen die zich ergens anders in wisten te specialiseren.Terwijl in het dunbevolkte dorp iedereen hetzelfde doet - verbouwen, bereiden en opeten van voedsel - verschaft de slum mensen de kans zich ergens op toe te leggen. Bijvoorbeeld op elektrotechniek of op het onderling verbinden van computers, op het ontwerpen van sites en op het schrijven van webteksten, om vervolgens gezamenlijk een gezondheidskliniek te voorzien van moderne internettechnologie.

Deze uitwisseling van kwaliteiten en ideeën gebeurt alleen daar waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich tot elkaar veroordeeld weten. Creativiteit, specialisering en samenwerking zet vooruitgang aan. Alleen in stedelijke gebieden vindt ontwikkeling plaats.

Slums zijn niet arm omdat rijke mensen er armer worden. Ook zijn ze niet arm omdat ar-me mensen in hun armoede blijven hangen. Slums zijn arm omdat miljoenen straatarme mensen ernaartoe trekken. En dat doen ze in de overtuiging dat ze deze armoede achter zich kunnen laten. Deze sprong uit de armoede wordt niet iedere slumbewoner gegund, maar een groot aantal mensen lukt het wel. De toekomst van gezonde, rijke en gelukkige mensen ligt niet op het platteland. Die ligt in de stad. En voor de komende decennia bestaan die steden voor het grootste deel uit slums.

Dit artikel verscheen 24 april 2015 in Letter & Geest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden