Lof voor kameleontische identiteit

De moderne jonge mens wisselt van identiteit naar gelang van de cultuur waarin hij zich bevindt.

Mijn twee zoons die opgegroeid zijn in een islamitische wereld en sinds vijf jaar in Nederland wonen spreken accentloos Nederlands en Arabisch en kleden en gedragen zich westers. Als we met vakantie terugkeren naar het land van hun vader, zijn ze ineens weer Arabieren. Ze zijn ingetogener, spreken de taal, tonen respect voor het geloof en voor grootouders, tantes en ooms et cetera. Maar zodra ze een voet op Schiphol zetten, voelen ze zich hier ook thuis.

Hun identiteit? Die vraag doet er niet toe, vinden ze. Ze passen zich makkelijk aan. Zoveel mensen zoveel zinnen, zoveel achtergronden, zoveel rollen, zoveel identiteiten.

De vraag over identiteit komt voort uit onzekerheid. Wat ik om me heen zie sinds ik terug ben is dat Nederlanders een bang volkje zijn geworden. Angstig zijn de oude Nederlanders in de oude stadswijken door de komst van immigranten, met hun ontwortelde, soms criminele kinderen en hun andere gewoonten die ons tegen de borst stuiten. Bang zijn ook de nieuwe Nederlanders, die hun weg moeten vinden in een samenleving die hen in het gunstige geval negeert en het slechtste geval voortdurend uitdaagt, ter verantwoording roept en discrimineert. Beide groepen moeten zich aan een nieuwe situatie aanpassen, voelen zich geïsoleerd en kunnen niet meer leven als vroeger. Door de botsing worden ze voortdurend bewust van zichzelf, tradities en hun achtergrond. Maar aanpassing hoeft niet eng te zijn. Het is juist verrijkend. Mits iedereen het gevoel heeft welkom te zijn. Dat was het geval met de twee werelden waarin mijn zoons terechtkwamen.

Daarom moet de vraag waar het Nederlandse debat om draait verschuiven van het behoudende ’Wat is de Nederlandse nationaliteit?’ naar: ’Hoe past onze samenleving zich aan in een nieuwe situatie veroorzaakt door veel immigranten?’. Hoe creëren we, de overheid voorop, de voorwaarden daarvoor zodat mensen zich niet meer bedreigd voelen? Een debat met inhoud en visie.

De regering Balkenende moet veel duidelijker zijn in het nemen van maatregelen om leefomstandigheden van zwakke groepen te versterken. Zowel oude als nieuwe Nederlanders moeten het gevoel hebben dat ze gezien worden. Een stap in de juiste richting was de tournee van honderd dagen door het land. Nu de daden nog.

Allereerst moeten alle meldingen van discriminatie serieus worden genomen en afgehandeld. Het mag niet gebeuren dat een Liberiaans gezin in een dorp wordt weggepest, omdat we er niet van afwisten. Of wilden weten. Het is te gek voor woorden dat er na drie klachten van het gezin geen alarmbellen zijn gaan rinkelen. En dat we scheldwoorden als apengezin voor lief nemen. Dan kennen we onze eigen samenleving niet. De onrust die dit incident heeft veroorzaakt onder immigrantengezinnen is gigantisch.

We blijven maar praten over radicalisering van jongeren en de repressie die noodzakelijk is om hen op het juiste pad brengen. Welnu, door de lakse aanpak bij bovenstaand gezin weet ik zeker dat er al weer enkele jongeren zich tot de jihad zullen wenden. Discriminatie en uitsluiting zijn aanleidingen voor radicalisering.

Over discriminatie op het werk en sollicitaties is eindeloos onderzoek gedaan. Feit is dat nieuwe Nederlanders zich achtergesteld voelen. Ook elders, zoals in het uitgaansleven. Tot nu toe heb ik geen harde maatregelen gezien om dat tegen te gaan. Klachten onmiddellijk checken, werkgevers of horeca meteen aanpakken. Laat agenten meer talen leren om tenminste een gevoel van evenredigheid over te brengen.

Tegelijkertijd moet de overheid hard optreden tegen jongeren van Marokkaanse en Turkse afkomst die ook mensen wegpesten en homo's in elkaar slaan. En tegen de (kleine) criminaliteit. Oude Nederlanders moeten zich thuis kunnen en blijven voelen in hun buurt. Het idee van prachtwijken is een leuke aanzet, maar veel te klein. Veel meer geld moet worden uitgetrokken voor werkgelegenheid voor beide groepen. Het dorpsgevoel moet weer terug, kunnen we geen buurtwinkeltjes, cafeetjes en dergelijke subsidiëren?

Nieuwe en oude burgers moeten het gevoel hebben dat de overheid waakt en beschermt en dat hun lot haar aangaat. En het kabinet moet met deze boodschap vaker de boer op, weer de wijken in, meer interviews, persconferenties et cetera.

Daarnaast is overdracht van kennis over de gewoonten en tradities van de nieuwe immigranten een vereiste. Daarmee moet een begin gemaakt worden in de schoolboeken, met schoolreisjes, bezoeken, gesprekken, en bijvoorbeeld uitwisselingen. Nog steeds wordt een vak als levensbeschouwing daar nauwelijks voor ingezet. Moskeëen houden vaak open dagen, maar oude Nederlanders en hun gezinnen komen er niet op af. Op buurtniveau moeten vaker ontmoetingen worden geregeld, daarin ligt een taak voor de gemeente. In sommige steden zijn de gezamenlijke ramadanmaaltijden een groot succes dat we vast moeten houden met bijvoorbeeld een tegenuitnodiging voor een kerstmaaltijd.

Met vertrouwenwekkende maatregelen kunnen wederzijdse bezoeken op individuele schaal worden gestimuleerd. Veel te veel heerst nu nog het idee dat de buurvrouw met de hoofddoek raar, ouderwets en onderdrukt is. Nee, ze is leuk, heeft veel meegemaakt, kan prima koken en zou het prachtig vinden om uitgenodigd te worden. Ze moet alleen toestemming vragen aan haar man, misschien. Contacten kunnen ook worden gelegd via de kinderen op school. En pratend met handen en voeten kom je een heel eind, heb ik zelf ervaren toen ik in het omgekeerde geval, in de Arabische wereld belandde. Waar blijft de Hollandse nieuwsgierigheid naar andere culturen die we op al onze vakanties drie keer per jaar juist opzoeken? Als het maar ver van mijn bed is?

Doel van alle ontmoetingen is om oude en nieuwe Nederlanders zich op hun gemak te laten voelen in elkaars bijzijn. Nu is er wederzijdse achterdocht en wantrouwen. Doel moet zijn om als een kameleon tussen de verschillende culturen te kunnen bewegen, als de hoofdpersoon Zelig in de film van Woody Allen, die zich zonder inspanning aanpast aan de gesprekspartner door diens gewoonten, eigenschappen te bestuderen en te imiteren. Toen hem dat was afgeleerd, werd hij diepongelukkig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden