Loep op palliatief sederen

De indruk dat palliatieve sedatie enorm is toegenomen is niet juist. Artsen in Nederland passen het niet vaker toe dan hun collega’s in andere landen van Europa.

Onlangs is het debat over palliatieve sedatie en de mogelijke overlap met euthanasie opgelaaid, mede door het uitkomen van het boek ’de laatste slaap’ van Rob Bruntink. En vandaag debatteert de Tweede Kamer over deze onderwerpen.

Sinds 1990 houden we ongeveer vijfjaarlijks onderzoeken waarin betrouwbare gegevens worden verzameld over de praktijkontwikkelingen op dit gebied. Het meest recente onderzoek in deze serie was de evaluatie van de in 2002 in werking getreden euthanasiewet. Resultaten uit empirisch onderzoek kunnen het debat voeden. Probleem is echter dat beleidsmakers niet altijd de juiste cijfers gebruiken over euthanasie en palliatieve sedatie.

Onder palliatieve sedatie verstaan we het in slaap brengen van patiënten in de laatste levensfase bij wie het niet lukt om pijn of andere klachten voldoende te verlichten. Door deze patiënten in slaap te brengen voelen zij de klachten niet meer en kunnen ze rustig overlijden. Het heersende beeld is dat de praktijk van palliatieve sedatie enorm is toegenomen. Dat is niet terecht. Voor Nederland stammen de eerste cijfers over palliatieve sedatie uit 2001: wij schatten toen dat palliatieve sedatie werd toegepast in 5,6 tot 12,2 procent van alle sterfgevallen. Voor 2005 kwamen wij uit op een schatting van 8,2 tot 13,7 procent. Er is dus sprake van een toename, maar er is geen bewijs voor de stelling dat waar er vroeger sprake was van een ’zeldzame ingreep’ palliatieve sedatie nu ’gemeengoed’ is geworden.

Komt palliatieve sedatie in Nederland meer voor dan in ons omringende landen? Nederland springt er niet per se bovenuit wat betreft het voorkomen van palliatieve sedatie. In 2001 hebben wij een studie uitgevoerd in Nederland en vijf andere Europese landen. In dit onderzoek werd de frequentie van palliatieve sedatie voor Nederland geschat op 5,6 procent van alle sterfgevallen. Dat cijfer bleek in sommige landen lager te zijn dan in Nederland (Denemarken 2,5, Zweden 3,2 en Zwitserland 4,8 procent). In andere landen kwam palliatieve sedatie daarentegen vaker voor: in België in 8,2 en in Italië in 8,5 procent.

De belangrijke vraag is of artsen palliatieve sedatie gebruiken om euthanasie te ontlopen. Dit komt voor, zij het in een bescheiden deel van de gevallen van palliatieve sedatie. In het debat wordt vaak vermeld dat artsen palliatieve sedatie verkiezen boven euthanasie omdat dit emotioneel minder belastend zou zijn of omdat zij melding en toetsing zouden willen vermijden. In groepsgesprekken met artsen die wij hebben gehouden in het kader van ons onderzoek werden die motieven ook genoemd door enkele deelnemers. Er waren echter ook artsen die juist veel moeite hadden met palliatieve sedatie als uitvoeringsvariant van euthanasie.

Aangezien euthanasie per definitie op verzoek van een patiënt gebeurt, kan er van overlap tussen palliatieve sedatie en euthanasie alleen sprake zijn wanneer een patiënt een uitdrukkelijk verzoek om euthanasie heeft gedaan. Uit ons onderzoek bleek dat in 12 procent van de gevallen van palliatieve sedatie de patiënt eerder een verzoek om euthanasie had gedaan (ter vergelijking: in 8 procent van álle sterfgevallen had de patiënt een euthanasieverzoek gedaan). In 3 procent van alle gevallen van palliatieve sedatie diende de arts de middelen toe met het uitdrukkelijke doel het leven te beëindigen, op verzoek van de patiënt. In dit bescheiden deel van de gevallen van palliatieve sedatie is er geen scherpe grens tussen euthanasie en palliatieve sedatie te trekken.

De toename van palliatieve sedatie is waarschijnlijk een van de verklaringen voor de daling in de frequentie van euthanasie. Ons onderzoek toonde aan dat het aantal gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding tussen 2001 en 2005 daalde van 2,8 procent naar 1,8 van alle sterfgevallen. Dat deze daling deels te verklaren is door de toename van palliatieve sedatie en andere vormen van palliatieve behandeling is aannemelijk, omdat het aantal patiënten dat een verzoek om euthanasie aan zijn of haar arts doet ook duidelijk afgenomen was: van ongeveer 9700 verzoeken in 2001 tot ongeveer 8700 verzoeken in 2005.

Het is goed mogelijk dat de gedeeltelijke vervanging van euthanasie door palliatieve sedatie wijst op een verbreding van voor de patiënt passende keuzemogelijkheden bij ondraaglijk terminaal lijden. De keuze voor palliatieve sedatie en het vermijden van euthanasie kan immers gebaseerd zijn op goede, medisch-inhoudelijke argumenten, maar het is zeker niet uit te sluiten dat weerzin tegen de toetsingsprocedure of emotionele argumenten van de dokter in sommige gevallen ook een rol spelen. Uiteindelijk moeten in deze afwegingen het belang van de patiënt en de vraag hoe deze het beste geholpen is, altijd centraal staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden