Loeiende tuba's, loeiende koeien

Tijdens de ZomerJazzFietsTour krijg je geen makkelijk in het gehoor liggende zangeresjes te horen. In oude Groningse kerkjes piepknorren de muzikanten erop los – en oogsten daarmee, tot hun eigen verbazing, ovationeel applaus.

Vanaf de grote weg zie je het kerkje van Adorp nauwelijks liggen, een lief, bepleisterd gebouwtje met een houten spitsje. Het is sowieso een dorp waar je doorheen bent voor je er erg in hebt.

Maar tijdens de ZomerJazzFietsTour is het er een drukte van belang. De ruimte binnen is prachtig geproportioneerd, en de kerkbanken puilen uit; er moeten zelfs klapstoeltjes bij worden geschoven. Op het altaar staat het Duitse blazerskwartet Potsa Lotsa klaar voor een set met composities van Eric Dolphy.

Dolphy stond in zijn tijd al bekend als een ’moeilijke’ muzikant, de vier Duitsers doen er nog een schepje bovenop. Van klassiekers als ’245’ of ’Hat and Beard’ herken je vaak wel het thema, maar daarna buitelen de ingewikkelde improvisaties over elkaar heen.

Tot verbazing van altsaxofoniste Silke Eberhard is de kerk ook aan het eind van de set nog gevuld. „Zo’n publiek maak je zelden mee”, vertelt ze, terwijl een tiental mensen zich bij het podium verdringt om een cd’tje te kopen.

De ZomerJazzFietsTour, die afgelopen weekend zijn 24ste editie beleefde, heeft een naam die misschien een beetje oubollig klinkt. En in ieder geval associaties oproept met licht verteerbare muziek die je roséslurpend vanaf een terrasje tot je kunt nemen.

Maar de naam is bedrieglijk. Programmeur Marcel Roelofs vertelt dat hij juist een tegenwicht wil bieden aan de dominante jazzfestivalcultuur. Als je hem hoort praten, merk je dat hij zelfs het woord ’jazz’ maar met moeite zijn mond uitkrijgt. Hij heeft het liever over ’geïmproviseerde muziek’. Die bestrijkt een breder gebied dan wat je bijvoorbeeld op Radio 6 te horen krijgt. „Daar hoor je de hele dag een herhaling van zetten. Allemaal op Amerikaanse leest geschoeid. Terwijl er in Europa ook prachtige impro gemaakt wordt. Wij proberen mensen die daar normaal niet snel naar zullen luisteren mee kennis te laten maken. In al die Dox-zangeresjes (het platenlabel van Giovanca en Wouter Hamel – red.) hebben wij geen zin.”

Maar omgekeerd geldt ook: „Als de muziek de mensen toch niet niet zint, kunnen ze zo doorfietsen naar het volgende optreden.” Want dat is het mooie van de ZomerJazzFietsTour: het vindt plaats op ruim twintig locaties in het Reitdiepdal in Groningen: oude kerkjes en boerenschuren. De bedoeling is dat je je fietsend een weg baant door het programma. Roelofs: „Op de meeste festivals ren je van hot naar her, en word je helemaal overvoerd. Hier maak je na een concert een fietstocht, en raakt je hoofd weer helemaal leeg.”

Misschien is dat wel het geheim van het enthousiasme van het publiek. Na Adorp slingert de weg zich door de maisvelden en de weilanden, met overal schapen en koeien, naar Oostum. Het is een gehucht: niet meer dan een wierde met een paar huizen, en een prachtig bakstenen Romaans kerkje. Ernaast een kerkhofje met slechts een paar graven. De bewoners beheren de kerk gezamenlijk. Voor erediensten is zij allang niet meer in gebruik, maar voor de hongerige festivalganger staat er wel een heel Bijbels bord linzensoep klaar.

In de kerk treedt de Britse tubaspeler Oren Marshall op. Hij maakt er een halve stand-up comedyshow van. Hij sluipt door de zaal, tussen het publiek, terwijl hij afwisselend in zijn enorme instrument zucht, hijgt, hoest en blaast. Het is niet alleen maar een manier om het publiek erbij te betrekken, vertelt hij na het optreden. Hij tast ook de akoestische kwaliteiten van de ruimte af. „Een kleine ruimte als deze heeft heel veel invloed op de klank van een instrument met zo’n groot geluid.” Na die eerste exploraties blijkt hij zijn instrument ook gewoon heel mooi en wendbaar te kunnen bespelen, alsof het geen logge tuba betrof, maar een trompet.

Het zijn niet alleen de piepknorders die op dit festival de ruimte krijgen. Alles wat een beetje afwijkt van de mainstream, mag meedoen. In een schuur in Feerwerd treedt Electric Barbarian op: een gezelschap dat bestaat uit een strijkkwartet, twee dj’s, een trompettist en een bassist. Samen brengen ze een ode aan het werk van de Amerikaanse dichter Langston Hughes, die in de jaren twintig een belangrijke rol speelde in de ’Harlem Renaissance’. Het samenspel van de muzikanten is niet in alle nummers even uitgewerkt. Maar om, gezeten op een strobaal in een Groningse boerenschuur, teksten over zwart zelfbewustzijn over je uitgestort te krijgen, dat blijft toch een prachtige gewaarwording.

Daarna is het, in de kerk van Garnwerd, weer tijd voor echte hermetische impro, met cellist Tristan Honsinger en stemkunstenaar Phil Minton. Sommige bezoekers is dit toch wat veel van het goede. Een echtpaar schuifelt ongemakkelijk op de kerkbanken, terwijl hun dochter vragend naar ze opkijkt: ’Moeten we hier serieus naar luisteren?’, lijkt ze haar ouders te willen vragen. Die hebben na een paar minuten het antwoord gevonden: „Na dit nummer gaan we weg”, fluisteren ze. Wat ze dan nog niet weten, is dat dat ’nummer’ nog zeker veertig minuten zal duren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden