Interview

Lodewijk Asscher: Eindelijk ben ik vrij om te zeggen wat ik wil

Beeld Werry Crone

Hij is minister af, en leidt de PvdA-fractie vanuit de oppositiebanken. ‘We gaan woekeren met negen zetels en zullen er alles aan doen om de koers van het land te wijzigen.’

Lodewijk Asscher ontvangt op exact hetzelfde moment dat het staatshoofd zijn opvolger beëdigt. “Is het zover?”, vraagt hij zijn bezoekers. “Gelukkig, dan ben ik op dit moment geen minister meer. Het werd tijd. Nu ben ik helemaal vrij om te zeggen wat ik wil. Ik hoef nu niet meer te schipperen tussen de rol als vicepremier en de rol als lid van de oppositie als ik pleit voor een hoger salaris voor leerkrachten.”

Asscher plaatste een paar uur daarvoor een filmpje op Twitter van zijn zogenaamd laatste uur aan het bureau van de minister van sociale zaken en werkgelegenheid. Hij stelt daarin een nieuw wachtwoord in voor het wifi-netwerk voor zijn opvolger, D66’er Wouter Koolmees. Het wachtwoord wordt ‘GelukkigGeenHalbe’. Daarop verlaat hij de kamer met achterlating van een foto van Joop den Uyl. “Houd het in de gaten hè?”, zegt Asscher, sinds donderdag voltijds PvdA-leider.

Tekst loopt door onder de video.

Is het wantrouwen zo groot tegen dit kabinet? Dat er een foto over de schouder van de nieuwe minister van sociale zaken moet meekijken?

“Het nieuwe kabinet is een rechts kabinet, met rechtse voorstellen. Zo bijzonder is dat niet. Maar het is de komende tijd wel mijn taak dat aan de kaak te stellen. Er staan absoluut goede voorstellen in het regeerakkoord. Maar er worden ook nogal wat keuzes gemaakt die op langere termijn de zekerheid van mensen aantasten.

Ik ben ervan overtuigd dat je in zekerheid voor mensen moet investeren, als je wilt dat mensen weer in vooruitgang gaan geloven. Dan is er helemaal geen noodzaak de belastingen voor buitenlandse aandeelhouders te verlichten en ook de multinationals kunnen dan gewoon de huidige vennootschapsbelasting blijven betalen.

Er zijn overschotten op de begroting. We kunnen weer investeren in mensen in plaats van in multinationals. Toch wordt opeens voorgesteld de proeftijd voor tijdelijke contracten weer in te voeren en die bij een vast contract te verlengen naar vijf maanden. Stel je voor: vijf maanden lang kun je van het ene op het andere moment ontslagen worden. Dat is een lange tijd om vogelvrij te zijn. Of neem de bezuinigingen op arbeidsgehandicapten. Hoe rechtvaardig je dat als er geen financiële noodzaak is en als er geen enkele inhoudelijke logica achter zit? De pijn achter dergelijke keuzes, de toenemende onzekerheid, ook op het terrein waar Joop den Uyl ooit minister was, wil ik zichtbaar maken. Het is onze taak om te laten zien dat er alternatieven mogelijk zijn.”

In de inleiding van het regeerakkoord staat de gewone Nederlander centraal. Die inleiding had toch ook kunnen staan bij een regeerakkoord waaraan de PvdA wél had meegeschreven?

“Zeker. Alleen, vanuit mijn maatschappijvisie maak ik dan andere keuzes. Groepen in de middenklasse voelen zich in hun bestaanszekerheid aangetast. Eind jaren negentig ontstond een gevoel van ‘we zijn er’. Eigenlijk hoeven we alleen nog maar aan zelfrealisatie te werken. Nu staat bestaanszekerheid weer vol op de agenda. Doordat werk onzeker is, doordat men zich zorgen is gaan maken over veiligheid en terreur. Doordat fijn wonen voor grote groepen niet meer toegankelijk is, omdat in de grote steden beleggers het overnemen.

Een antwoord formuleren vergt meer dan lippendienst bewijzen. Dus ja, ik vind dat je de zekerheid terug moet brengen van de middengroepen, waar uiteindelijk de ruggengraat, het vooruitgangsgeloof en de solidariteit van de samenleving op gebaseerd is. Maar dat staat natuurlijk in schril contrast met maatregelen als dividendbelasting afschaffen of vermogensbelasting verlagen.

De middengroepen, dat zijn niet allemaal mensen met meer dan 30.000 euro op de bank. De middengroepen bestaan uit wijkverplegers, politieagenten en leerkrachten. Die komen er bekaaid van af. Er is een enorm contrast tussen het beeld dat deze coalitie poogt neer te zetten en de praktijk.”

Is de samenvatting dat die inleiding ook bij afspraken met de PvdA had kunnen staan, maar dat de bijbehorende maatregelen heel anders waren geweest?

“Dat de middengroepen aandacht verdienen, staat als een paal boven water. Ik denk echter dat je ze pas recht doet door je beter te verdiepen in hun zorgen. Je ziet nu dat het kabinet met een gietertje allerlei dingen probeert uit te delen, terwijl de fundamentele onzekerheid, die de afgelopen jaren groeide door de lastige maatregelen die we hebben moeten nemen, daarmee niet wordt verminderd.

Er is ruimte om te investeren en de samenleving snakt ernaar. Er is enorm veel draagvlak om te investeren in zorg en onderwijs. Als je ziet dat de leraren massaal gesteund worden, in het bijzonder door ouders met kinderen op de basisschool, vind ik dat heel opvallend. Je merkt het ook heel erg nu het nieuwe kabinet wil bezuinigen op de wijkverpleging. Ik heb dat punt eruit gepakt omdat ik het een typisch voorbeeld vind: het kabinet steekt veel geld in verpleegtehuizen, maar bezuinigt op verzorging thuis. Terwijl driekwart van de ouderen thuis woont.”

U blijft maar hameren op die wijkverpleging. Het kabinet kan u in de toekomst, gezien de krappe meerderheid van de coalitie, nog nodig hebben. Had het schrappen van die bezuiniging een maatregel kunnen zijn die u vertrouwen gaf in mogelijke samenwerking?

“Het is niet duur om dat te doen. Tot nu toe krijg ik geen sjoege. De oprichtingsvergadering van het kabinet, afgelopen woensdag, was een mooie gelegenheid geweest voor een gebaar. Niets. Ik vind dat een slecht voorteken. Maar goed, iedereen dient het voordeel van de twijfel te krijgen. Als je met de PvdA zaken wilt doen, dan is het belangrijk wijkverplegers te ontzien.”

Het vorige kabinet, waarin u vicepremier was, had, om het zacht uit te drukken, ook tijd nodig om erachter te komen hoe steun bij oppositiepartijen verworven moest worden.

“Dat is ook zo. En ik heb er ook begrip voor.

Ik begrijp dat het afschaffen van de dividendbelasting niet in de eerste week wordt teruggedraaid. De kurken zijn net van de champagne in de boardrooms van de grote bedrijven. Maar het is een bizar cadeau voor een groep die niet bepaald zielig is.

Daarom heb ik ingezet op een volgens mij heel redelijk punt: 100 miljoen euro voor de wijkverpleging. Dat is echt niet de hoofdprijs. Ik zeg: beweeg daar nu. Tot nu toe gebeurt er niets, terwijl ze echt niet zo veel tijd hebben. In 2019 al verandert de samenstelling van de Eerste Kamer. Als je een goede relatie wilt met de oppositie, moet je er niet te lang mee wachten. Volgende week is de eerste gelegenheid bij het debat over de regeringsverklaring.”

Zegt u dit ook in de wetenschap dat de PvdA wellicht de partij is waar de coalitie naar kijkt, mocht de krappe meerderheid niet genoeg zijn op onderwerpen?

“Ik heb in het debat over het eindverslag van informateur Gerrit Zalm al aangegeven dat ik vanwege de traditie van mijn partij en de verantwoordelijkheid die wij ook in de oppositie voelen voor het landsbelang, goede voorstellen altijd zal blijven steunen. En dat ik ook altijd aanspreekbaar ben om voorstellen die niet goed zijn beter te maken. Dat heeft betekenis in een land met een meerderheid van één zetel en waarin andere partijen in de oppositie op voorhand niet bereid zijn tot samenwerken. De nieuwe coalitie heeft me, denk ik, heel goed verstaan.”

Stijl zegt niet alles, maar wel iets. Je kunt als oppositiepartij de verschillen benadrukken, je kunt ook zoeken naar de overeenkomsten. Komt er wel één, gezamenlijk links oppositiegeluid?

“Het is in de nu ontstane situatie heel aantrekkelijk om samen te werken op links en samen alternatieven vorm te geven, al blijven er natuurlijk heel duidelijke verschillen in persoonlijkheden, in stijl en in partijtraditie.

Ik merk dat er heel veel onderling vertrouwen is tussen de drie leiders op links. Het gaat stukken beter dan in het verleden. Ik merk ook dat er enthousiasme ontstaat. Niet praten over samenwerking als doel, maar als middel om zaken voor elkaar te krijgen, bijvoorbeeld een lager eigen risico in de zorg. Alleen: vervolgens kies je je eigen stijl, je eigen onderwerpen en punten in het debat, en dat vind ik ook gezond in de democratie.

De regering verdient een goede oppositie en in mijn ogen is een goede oppositie in de eerste plaats een geloofwaardige oppositie die dingen probeert te bereiken.”

U wilt best samenwerken met het kabinet, de SP is daar van nature minder toe geneigd. Hoe ziet u die linkse samenwerking dan voor zich?

“Ik denk dat we elkaar kunnen versterken. We werken samen rond die btw-actie en hebben een initiatief ingediend om de situatie van payrollmedewerkers te verbeteren. Het leuke is dat dit laatste in het regeerakkoord lijkt te landen. Jesse Klaver, Emile Roemer en ik zoeken elkaar meer op. Er wordt gelachen.

Het gaat echter niet zo ver dat we een vaste dag hebben voor overleg. Zodra je te veel over de vorm gaat nadenken, maak je misschien iets kapot wat nu goed gaat. Ik denk veel meer dat de nieuwe coalitie het zal gaan merken in de manier waarop we met hen omgaan.”

U bent niet bang dat de noodzaak van samenwerking op links uw stijl van oppositie voeren zal beïnvloeden? Dat uw behoefte tot zaken doen met het kabinet in het gedrang komt door de noodzaak de coalitie te bestrijden?

“Nee, ik ben daar totaal niet bezorgd over. Een van de verrukkelijke dingen van vandaag is dat ik kan, zal en mag zeggen wat ik vind. En als ik iets goed vind, zal ik het zeggen, al ben ik de enige in Nederland. Dat is héérlijk. Ik vind iets, namens de Partij van de Arbeid. Ik vind het een feest. Ik weet zeker dat Emile Roemer zich niet gaat afvragen: ‘Goh, wat zou Lodewijk zeggen?’ Die gaat ook gewoon op basis van zijn idealen zijn mening geven.

Het heeft heel mooie kanten om minister te zijn en vicepremier, maar de komende jaren – wij zijn een partij die met negen zetels moet gaan woekeren – zullen wij alles doen om de koers van het land te beïnvloeden. Dat is de ambitie. Dat ga ik doen door te zeggen wat ik vind. En ook als ik het goed vind, zal ik het zeggen. Het is totaal ongeloofwaardig als ik anders zou proberen te doen.”

Toch zal de coalitie dat anders zien. Die zal proberen u los te weken uit het linkse kamp.

“Dan zijn ze slecht begonnen. Want ik heb nog niets gezien. Met een rechts kabinet krijg je een links blok tegenover je, dat lijkt me voor de hand liggen. Vervolgens zie ik ook dingen in het regeerakkoord staan die ik wel goed vind en dan is het niet mijn stijl daar zuur over te doen.

Alleen: het is aan het kabinet zelf hoe met die ene zetel meerderheid om te gaan. Willen ze alles met z’n 76en gaan doen, dan zullen ze een enorm afstemmingscircus, ijzeren discipline en spreekverboden moeten gaan instellen. Ik heb de afgelopen jaren ervaren dat het ook heel leuk en goed kan zijn om te luisteren naar voorstellen van andere partijen. Ik heb gezien hoeveel je dan kunt bereiken. Die ervaring neem ik wel mee.”

Lees ook: Den Haag kan zijn taken weer oppakken, tot opluchting van velen

Lees ook: Buma: 'Kabinet zal referendum over sleepwet negeren'

Lees ook: Wie is wie in Rutte III? Doe de quiz!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden