Locatelli, de virtuoos aan de gracht

In het Noord-italiaanse Bergamo werd hij geboren, op 3 september 1695; hij kreeg de namen Pietro Antonio voor de familienaam Locatelli. Als violist en als componist voor zijn instrument zou hij uitgroeien tot een Europese beroemdheid. De onderzoekers van zijn levensloop hebben geen duidelijke reden kunnen vinden waarom hij zich in 1729 in Amsterdam vestigde en er tot zijn dood in 1764 bleef wonen. Al zijn composities werden in de Hollandse metropool uitgegeven, waaronder het werkstuk waar hij tot nu toe zijn grootste bekendheid aan dankt, de twaalf concerten voor viool-solo en strijkers, getiteld 'l'Arte del violino', 'De Kunst van de viool'.

Locatelli vestigde zich aan de Prinsengracht, de minst aanzienlijke van de vier ringgrachten in de achttiende eeuwse stad. Aan het uiterlijk simpele huis (nr. 506) werd door zijn bewonderaars uit Bergamo in 1964 een plaquette bevestigd. Hùn zoon had daar gewoond en gewerkt; zo bleef Locatelli nog een beetje in het zicht want behalve als studiemateriaal werd zijn muziek niet meer op de lessenaar gezet.

Reden om zijn driehonderdste geboortedag aan te grijpen voor een groots opgezet Locatelli-festival dat zondag op zijn verjaardag begon en zal duren tot en met 15 september. Hoofdmoten in het herdenkingsprogramma vormen de masterclasses en lezingen, en het vioolconcours. Dat laatste kreeg een opmerkelijke opzet, want er is zowel een wedstrijd voor bespelers van de zogenaamde barokviool als voor de violisten op een 'modern' (dat wil zeggen naar de negentiende en twintigste eeuwse maatstaven aangepast) instrument. Zaterdagavond is de finale voor de moderne afdeling in het Amsterdams Concertgebouw, zondagmiddag volgt de finale voor de barok.

Die opzet van het concours spoort met de programmering van de concerten, waarin zowel ensembles en solisten zich laten horen op oude als op nieuwe instrumenten. Het Locatelli Festival doorbreekt daarmee de waterscheiding die nogal eens wordt aangebracht (bijvoorbeeld in Festival Oude Muziek) tussen groepen musici die weliswaar beide zich nauwgezet rekenschap geven van de oude speelcultuur en barokke esthetiek, maar die in de keus van het instrumentarium gescheiden wegen gaan. Het Locatelli-festival is gastvrij zowel voor het Nederlandse ensemble Combattimento Consort met Jaap van Zweden als solist (12 september in de Oude Kerk te Amsterdam) als de Italiaanse groep Europe Galante met Fabio Biondi als solist/leider.

Een belangrijke gast op het festival is de Australische violiste Elizabeth Wallfisch: concerterend, meestercursussen gevend en jurerend neemt zij deel aan dit tri-centennium. Zij heeft recht van spreken want zij is tot nu toe de enige violist die de hele ARTE DEL VIOLINO (Hyperion CDA 66721/3) speelde en vastlegde op cd. Iets meer dan 3 1/2 uur vioolspel; zowel in lyrisch expressief opzicht als wat betreft technische virtuositeit vergen de twaalf concerten het uiterste van de uitvoerder.

Hij had het vak geleerd als jongetje in Bergamo waar hij aan de plaatselijke kerk verbonden was, om daarna als vijftienjarige naar Rome te trekken. Daar 'heerste' Corelli temidden van vele maestri; bij een van hen leerde Locatelli de fijnste kneepjes van het vak. Amsterdam doemde toen al op, want in 1721 liet hij er zijn eerste compositie, twaalf Concerti grossi (in de stijl van Corelli), uitgeven.

Tussen 1723 en 1729 vergaarde hij roem en kapitaal als rondreizend virtuoos, maar ondanks de lof die hem in woorden en in natura werd gebracht aan de hoven van Europa, richtte hij zijn schreden naar de republikeinse handelsstad aan het IJ. Daar kwam in 1733 'De kunst van het vioolspel' tot stand, pas zijn opus 3! Elk van de twaalf concerten is driedelig van opzet, naar de stijl die in Venetië (Vivaldi, Albinoni) tot ontwikkeling kwam. Vrijwel steeds vormt een largo het middendeel; de solo-violist speelt er zijn expressieve kwaliteiten in uit. Lange aanzwellende lijnen en afwisselingen tussen hard en zacht beklemtonen melancholieke sferen. Het eerste en derde deel daarentegen zijn briljant van uiting.

Bovendien mag de solist excelleren in het capriccio in elk eerste en derde deel. Er zitten dus 24 hoogst virtuoze nummers verstopt in deze twaalf concerten. Die capriccio's (letterlijk: grillige stukken) doen het meest denken aan uitgeschreven improvisaties. Locatelli voorzag dat niet iedereen hem in zijn trapeze-werk zou kunnen volgen en schreef daarom op de titelpagina 'Capricci ad Libitum', oftewel 'u bent vrij om ze over te slaan'. De stukken waren dus niet alleen voor virtuozen bedoeld, en zo klinken ze ook niet: melodisch zijn ze rijk en meeslepend voor het oor.

Je kunt je afvragen: wie waren de afnemers van zijn muziek (en van vele anderen die in Amsterdam hun composities uitgaven)? Er ontwikkelde zich in de achttiende eeuw een groeiende Europese markt van beroepsmusici (iedere vorst wenste een orkestje aan zijn hof), terwijl er verbluffend veel amateur-spelers waren onder de adel en ontwikkelde, rijke burgers. We hoeven maar te wijzen op onze Unico graaf van Wassenaer die met soortgenoten in Den Haag zo lekker musiceerde en voor eigen genoegen zes puike concertjes schreef. Locatelli zat in Amsterdam als spin in het web, een stad met de beste drukkers, met veel geestelijke vrijheid en veel geld.

Zijn beroemdste concert uit de serie is het laatste, met een kenmerkend krachtig, unisono voorgedragen thema. Het draagt de ondertitel 'Il labirinto armonico facilus aditus, difficilis exitus'. Inderdaad wordt de solist flink beproefd, zelfs in het largo met zijn razendsnel figurenspel boven de begeleiding. Elizabeth Wallfisch werkte zich met prijzenswaardige inzet door dit en de elf voorgaande labyrinten, vergezeld door The Raglan Baroque Players onder leiding van Nicholas Kraemer. Ze weet te zingen in de andantes, adagio's en de bijkans zwoele largo's, werpt zich met overleg en met schwung in de snelle delen en volvoert het adembenemende trapeze-werk van de capriccio's. Dan hoor je de aard van het beestje dat Locatelli was, terromotto, een artiest met de uitwerking van een aardbeving. Iemand die zo uitzonderlijk mooi kon spelen dat, naar een oor- en ooggetuige meldde, de huiskanarie van zijn stokje viel, maar die ook ruig te keer kon gaan op de snaren. En dat allemaal aan een rustige Amsterdamse gracht in een ondramatisch ogend huis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden