'lk blijf het jongetje dat vecht met de draak'

Acteur Helmert Woudenberg, kind van foute ouders, leeft om te spelen. "Acteren helpt om het verleden te verwerken."

Les 1

Het belang van onvoorwaardelijke betrokkenheid

"Ik ben niet de enige Helmert Woudenberg in de familie, mijn neef heet ook zo. Als we elkaar zien worden we altijd een beetje lacherig want we zijn de keerzijde van een medaille. Hij is Joods; mijn vader vocht als Nederlandse SS-officier aan het Oostfront en mijn grootvader was leider van het Nederlandsch Arbeidsfront. Mijn andere grootvader, een tuinder in Aalsmeer, was NSB'er omdat hij hoopte dat het Nationaalsocialisme hier eenzelfde economisch wonder zou bewerkstelligen als Hitler in Duitsland voor elkaar had gekregen. De boerenfamilie waar ik na de oorlog als wees van acht maanden in huis kwam, was om dezelfde reden lid geworden van de NSB - met antisemitisme had het niets te maken. Mijn pleegmoeder heeft zelfs nog Joden laten onderduiken op de boerderij.

De teneur bij interviews is vaak: je komt al uit een verkeerd nest en belandt dan ook nog eens in een soort rovershol. Ik kijk er anders naar. Mijn vader en moeder waren fout, maar ik vergeef het hen omdat ze te jong waren en ik vergeef het mijn pleegouders omdat ze niet beter wisten. Zij hebben mij liefdevol opgenomen, ik voelde me er veilig. Van hen heb ik geleerd wat onvoorwaardelijke betrokkenheid en liefde is, zonder dat ze daar sentimenteel over deden.

Vooral mijn pleegmoeder is belangrijk voor me geweest. Ze had zeven kinderen achter elkaar gekregen die veel ouder waren dan ik; het was het huishouden van Jan Steen. Alle tijd en aandacht die ze haar kinderen niet had kunnen geven, gaf ze mij. Ze was eigenlijk een barse, strenge vrouw maar ik heb met haar nooit een conflict gehad, wat ik ongetwijfeld wel had gehad met mijn echte moeder.

Ik ben deze mensen dankbaar, zij hebben mijn leven gered. Daar was ik me van bewust, zeker als ik een vriendje thuis tegen zijn vader hoorde zeggen: ach man, hou je kop toch eens! Dan was ik wel jaloers: dat je gewoon kon uitvallen tegen je vader zonder dat het consequenties hoefde te hebben. Ik haalde het niet in mijn hoofd zoiets tegen mijn pleegvader te zeggen, ik zou ik me schamen en denken dat ze spijt zouden krijgen dat ze mij in huis hadden genomen."

Les 2

Sluit je niet af voor het verleden

"Mijn vader sneuvelde een week voor mijn geboorte aan het front. Hij was 25. Mijn moeder stierf op haar eenentwintigste, ik was toen ruim zeven maanden. Vroeger zei ik altijd: ik ben

niet geboren, ik ben opgericht. Ik had geen behoefte mijn verwekkers te leren kennen. Maar een ernstige crisis in mijn eigen gezin in de jaren negentig betekende een ommekeer in mijn leven. In die periode ben ik me voor het eerst in het verleden gaan verdiepen, mijn therapeute gaf me het duwtje. Ik vertelde haar over mijn ouders en constateerde dat ik vooral met mijn vader niets had. Mijn therapeute geloofde dat niet, als oudste zoon van de oudste zoon was ik immers de stamhouder. Ik zei: stamhouder, van wie, van wat? Zij antwoordde: van Jan Woudenberg. Dat is zowel de naam van mijn vader als van mijn oudste zoon met wie ik het in die tijd hevig aan de stok had. Ik heb toen een uur liggen huilen en later schreef ik haar een brief: bedankt dat je mij mijn vader hebt teruggegeven.

Ik ben daarna naar mijn oom Dick Woudenberg gegaan en heb hem alles over mijn vader en moeder gevraagd wat ik eerder nooit wilde weten. Het was toevallig de zaterdag voor Pinksteren, de dag waarop zij zo'n vijftig jaar eerder waren getrouwd."

Les 3

Toneelspelen is een kwestie van identiteit

"Het was een echt oorlogshuwelijk. Ze hadden elkaar in 1944 leren kennen via een krantenadvertentie waarin jongens aan het oostfront vroegen om meisjes die met hen wilden corresponderen. In hun brieven klikte het meteen. Al tijdens hun eerste ontmoeting besloten ze bij het volgende verlof van mijn vader te gaan trouwen. Dat is ook gebeurd: op vrijdag voor Pinksteren kwam hij naar huis, op zaterdag zijn ze getrouwd, op zondag ben ik verwekt en op maandag moest hij terug naar het front. Ze hebben elkaar na die vier dagen nooit meer gezien. Maar op hun bruiloft, zei mijn oom, straalden ze en waren ze vol levenslust, als kinderen die de omstandigheden overstegen.

Intussen stortte de wereld om hen heen in. Op Dolle Dinsdag heeft mijn grootvader van vaderskant zijn vrouw, dochter, schoondochter en haar moeder in veiligheid gebracht in een pension in Elspe, vlak over de grens in Duitsland. In februari 1945 ben ik daar in de hel geboren. Er waren bombardementen, de lijken lagen op straat. Mijn moeder kreeg borstinfectie maar ze wilde mij per se borstvoeding geven, anders, zei ze, houdt hij later niet van mij. Ze was bang dat mensen mij van haar wilde afpakken en raakte psychotisch. Aanvankelijk werd ze opgenomen in een ziekenhuis, later kwam ze honderd kilometer verder met mij in een nonnenklooster terecht dat ook dienst deed als krankzinnigeninrichting.

Na de oorlog vond mijn oma mij na maanden zoeken in het klooster en kreeg daar te horen dat haar dochter inmiddels was gestorven. Ze heeft mij meegenomen naar Nederland waar we, wegens haar NSB-verleden, meteen werden geïnterneerd in kamp Vught. Ik had alleen tomaten gegeten en was op sterven na dood - in het kamp wilden ze geen moeite meer voor mij doen. Maar kort daarna kwam ik bij het pleeggezin, dankzij mijn voortvarende pleegzuster Jo. Zij had bij de Jeugdstorm gezeten en was geïnterneerd in een kamp in Aalsmeer, waar ze mijn grootvader leerde kennen die ook geïnterneerd was. Toen ze van hem hoorde over mij heeft ze in overleg met haar moeder, die niet was opgepakt, geregeld dat ik naar de boerderij kon.

Daar was ik een vreemde eend in de bijt. Voor het boerenleven had ik geen enkele belangstelling. Ik verslond boeken en leerde gedichten uit mijn hoofd. Voor het gezin was dat iets totaal nieuws, maar ze vonden het geweldig. Als er visite was werd ik op een stoel gezet en droeg ik voor. Ik speelde ook veel fantasiespelletjes. Doen alsof ik een ridder, cowboy of indiaan was gaf mij een identiteit, het verruimde mijn grenzen. Het was niet zomaar een tijdverdrijf, toneelspelen was een roeping. Als vijfjarige zei ik: ik word toneelspeler."

Les 4

Kruip in de huid van een ander en oordeel niet

"Later op de toneelschool moest ik tijdens de eerste les een monoloog spelen voor actrice Ank van der Moer, een diva die haar hoed ophield en haar jas liet aannemen door de jeunes premiers in de klas. Toen ik klaar was met mijn tekst zei ze: 'Je ziet het, hij kan niet praten, je verstaat hem nauwelijks, hij heeft een beetje een boers accent, hij staat erbij als een zoutpilaar en hij weet niet wat hij met zijn handen moet doen. Waarom denken jullie dat we deze jongen toch hebben aangenomen?' Toen niemand het antwoord wist zei ze: 'Omdat hij meent wat hij zegt.' Nog steeds is dat de intentie waarmee ik speel.

Ik hou van toneel waarbij je vergeet dat je naar toneel kijkt. Ik kruip graag in de huid van mensen die echt geleefd hebben. Je kunt iets onthullen wat een psycholoog of journalist niet lukt. Volgend jaar wil ik een solo maken over mijn grootvader van vaderskant. 'Landverrader' heet het. Na de oorlog verklaarde hij voor de rechtbank dat hij was misleid en zich heeft vergist. Hij heeft tot 1956 vastgezeten. Als kind ging ik wel eens met mijn oma mee naar de gevangenis. Ze zei dat hij op zee voer en dat we hem even in een zeemanshuis konden ontmoeten. Ik vond het raar en dacht: waar is nou dat schip? Ik zie nog hoe hij daar in die gang met celdeuren stond en naar ons wuifde bij het afscheid. In een boekje dat hij in de gevangenis voor mij schreef, en later opnieuw in mijn puberteit, heeft hij geprobeerd tegenover mij verantwoording af te leggen, maar ik was niet geïnteresseerd. Pas toen ik 52 was ben ik naar het Niod gegaan om zijn memoires in te zien. Nu zou ik hem alsnog van alles willen vragen.

Op het toneel laat ik zien hoe het is gegaan. Ik geef hem een stem, zonder over hem te oordelen. Hij moet zichzelf verdedigen. Het is geen afrekening, net zomin als 'De Hel' dat destijds was, een solo waarin ik mijn ouders na hun dood opvoerde. Ik wil aandacht vragen voor verloren levens."

Les 5

Onaangepast vuur is de bron waar ik uit put

"Ik realiseer mij dat als mijn ouders waren blijven leven ik waarschijnlijk iemand anders was geworden. De invloed van ouders op de vorming van hun kind is een thema in al mijn voorstellingen. Ik geloof in Freuds theorie dat de eerste jaren van een leven essentieel zijn voor de rest. Toen ik bezig was met een solo over Pim Fortuyn ontdekte ik dat hij in zijn jeugd op gezette tijden door zijn moeder werd afgewezen - dat heeft zijn hele leven en politiek bepaald.

Mij fascineerde daarnaast Fortuyns twee kanten: hij was charmant en aimabel en tegelijkertijd had hij een onaangepast vuur. Daarin zag ik een overeenkomst met mijzelf: ook ik heb een onaangepast vuur terwijl ik me ogenschijnlijk verre houd van vuur en conflicten ontwijk. Maar op het toneel zoek ik ze op. Daar kan ik uiten wat ik in het dagelijks leven nooit zou doen of durven. Ik heb een acteermethode ontwikkeld gebaseerd op de samenhang tussen de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Vuur is de energiebron waar ik uit put.

Ik heb altijd vastgehouden aan mijn eigen manier van toneelmaken. Ik ben heel goed in improviseren, in dingen maken. Daarom was het Werkteater in de jaren zeventig heel geschikt voor mij: wij zwoeren bij improviseren. Acteren was zelf iets creëren, niet alleen reproduceren. Toen ik later met hetzelfde idealisme bij het repertoiregezelschap Theater begon, kwam ik in botsing met de acteurs die zeiden: dit willen wij niet en de toeschouwers ook niet.

Nadat de subsidie daar was gestopt heb ik een eigen oeuvre opgebouwd met solovoorstellingen. Daardoor kan ik altijd werken. Ik ben niet afhankelijk van iemand die misschien belt met een rol. Al gebeurt dat wel. Ton Vorstenbosch heeft mij gevraagd Abraham Kuyper, de oprichter van de ARP, te spelen in zijn nieuwe stuk 'Kuyper & Wilhelmina'. Dat ga ik de komende tijd doen."

Les 6

Ik blijf het jongetje dat vecht met de draak

"Na veertig jaar samenwonen ben ik nu alleen. Dat is mijn lot en mijn kracht. Ik hoef met niemand rekening te houden als ik met toneel bezig ben. Vroeger worstelde ik daar wel mee, want wat doe je je gezin tekort? Ik heb drie kinderen. Ik was heel goed met ze toen ze klein waren omdat ik plotseling het gevoel had dat ik broertjes had. Ik was ook een klein kind. Toen ze in de puberteit kwamen en ze een vader nodig hadden, kon ik ze die niet geven. Ik had geen vaderbeeld en wist niet hoe je grenzen zou moeten stellen. Hoe oud ik ook word, ik blijf het jongetje dat vecht met de draak. Ik moet mijn weg vinden uit de chaos.

Toneelspelen helpt om het verleden te verwerken. Ik leef om te spelen. Er valt nog altijd zoveel te ontdekken. Ook als ik iets zelf heb geschreven en al veertig keer heb gespeeld, denk ik soms opeens: verrek, dát staat er, zó moet je het zeggen! Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit stop: het fantaseren, zoals ik als kind op zolder deed, houdt niet op."

Helmert Woudenberg

Helmert Woudenberg (Elspe, 1945), die in februari zeventig wordt, groeide op in Hoofddorp en deed in 1969 eindexamen aan de Amsterdamse Toneelschool. Hij was acteur bij toneelgroep Centrum en was in 1970 een van de oprichters van het Werkteater, een vernieuwend en (inter)nationaal succesvol theatercollectief dat met improvisaties eigen producties op locatie maakte. Na het uiteenvallen van de groep was Woudenberg met acteur Gees Linnebank vier jaar artistiek leider van toneelgroep Theater in Arnhem. Daarna begon hij voor zichzelf met de solovoorstelling 'Zwarte kunst', inmiddels heeft hij dertien solo's op zijn naam staan. Naast toneel-, film- en televisieacteur is hij regisseur, docent en trainer. Hij richtte een eigen opleiding op, Studio 5, en schreef een handboek over zijn eigen methode voor improviserend acteren. T/m 13 mei speelt hij in de voorstelling 'Kuyper & Wilhelmina'. www.grunfeld.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden