Ljubljana, klein maar fijn

Vriendelijke mensen, schappelijke prijzen en een romantisch stadscentrum: welkom in de hoofdstad van Slovenië.

Sebastjan is lange tijd de correspondent van de Sloveense publieke omroep in Italië geweest. In zijn Romeinse tijd zijn we vrienden geworden. Na zijn terugkeer in Slovenië nodigt Sebastjan me uit om bij hem aan de Adriatische kust te komen logeren. Ik stel voor om ook Ljubljana te gaan zien. Want ik ben nieuwsgierig naar de kleine hoofdstad (280.000 inwoners) van zijn kleine vaderland (2 miljoen inwoners) - ook al heeft de stad geen enkele bezienswaardigheid van wereldfaam.

En zo wandelen we samen door Ljubljana. Het regent. Van onder onze paraplu zie ik een mooi onderhouden binnenstad, in barok en art nouveau. De huizen en lage gebouwen kleuren lichtgeel, oranje, okergeel, roze. Dit is duidelijk een Midden-Europese stad, vol invloeden uit buurland Oostenrijk - met een vleugje Italië in de architectuur.

Ons verplaatsen met de auto of de bus is niet nodig, alles is prima te belopen, zegt Sebastjan. We slenteren ongestoord over de natte, grijze keien. Geen getoeter en uitlaatgassen, want een goed deel van het stadscentrum is autovrij. Ik vind Ljubljana een charmant en rustig stadje. Klein maar fijn.

We maken een uitgebreide stadswandeling met een gids. Simona vertelt ons dat de huidige stad aan de rivier Ljubljanica vooral in de achttiende eeuw vorm heeft gekregen. Terwijl we langs de belangrijkste bezienswaardigheden lopen - het kasteel, het stadhuis, de drie bruggen en de kathedraal - wijdt Simona uit over een geschiedenis vol verschillende overheersers. Ljubljana maakte onder andere vijf eeuwen deel uit van het Oostenrijk-Hongaarse rijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad bezet door Italiaanse fascisten en daarna werd het de hoofdstad van de Republiek Slovenië en daarmee onderdeel van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië. Trots vertelt Simona hoe haar landgenoten in 1991 tien dagen met succes voor hun onafhankelijkheid vochten, en nu met euro en al bij de Europese Unie horen.

Slovenië is dus nog maar twaalf jaar zelfstandig. Het hoorde bijna vijftig jaar tot het socialistische Joegoslavië. Ik heb in Moskou gewoond toen het oostelijke deel van Europa nog schuilging achter het IJzeren gordijn, en ik heb destijds een aantal Oostbloklanden bezocht. 'Oost-Europa' associeer ik - naast onderdrukking, communisme en een planeconomie - met chagrijnige verkoopsters, onverschillige ambtenaren en bot horecapersoneel. Maar terwijl ik Ljubljana op me laat inwerken door de zaterdagmarkt te bezoeken, in een knus restaurant goelasj met polenta te eten, de barokke gebouwen te bewonderen en koffie te drinken in superhippe cafés merk ik helemaal niets van een socialistisch of communistisch verleden. De stad maakt een moderne, levendige indruk en het personeel is overal vriendelijk en behulpzaam, en spreekt Engels.

Het verbaast Sebastjan niet dat ik in zijn landgenoten geen 'oostblok-gedrag' bespeur: Joegoslavië zat immers niet achter het IJzeren Gordijn. Hij vertelt dat zijn vaderland altijd open was en open stond. Zijn grootouders, ouders en hijzelf gingen bijvoorbeeld vaak naar Italië, in tegenstelling tot de inwoners van landen als Polen, Roemenië, Hongarije en Bulgarije, die decennialang niet naar 'het kapitalistische Westen' mochten reizen.

Pas in het Metelkova Museum voor Hedendaagse Kunst, dat is gehuisvest in een voormalige kazerne van het Joegoslavische leger, stappen we als het ware het Oostblok binnen. Dit nieuwe museum huisvest moderne multimediale kunst uit heel Oost-Europa. En bijna alle kunstwerken gaan op een of andere manier over een ondemocratisch politiek systeem en repressie. In een video vertelt een meisje hoe haar ouders in Albanië werden vervolgd en naar Italië zijn gevlucht. Met zwart-witfoto's laat een Sloveense kunstenaar zien hoe een straatbeeld van zijn land is veranderd: kinderen van de jeugdbeweging in pioniersuniformen hebben plaats gemaakt voor reclame. Een Russische kunstenares vergelijkt de reclame voor Coca-Cola met die voor Sovjet-leider Lenin.

Als we weer buiten staan, regent het nog steeds. We duiken wijnbar Movia, vlak naast het stadhuis, in. Daar proeven we Sloveense wijnen. De enthousiaste gastvrouw schenkt voor ons allebei vier glazen in. Nina maakt ons opmerkzaam op de oliesmaak van een Riesling uit het oosten van het land en begint te glimmen bij een fruitige Sauvignon uit het westen. Volgens Nina doen de beste Sloveense wijnen niet onder voor Italiaanse of Franse toppers, maar weet niemand buiten Slovenië dat. De Slovenen zijn te bescheiden en verlegen om hun wijn met kracht in de Europese markt te zetten, zegt ze.

Naast ons aan de houten tafel zitten twee toeristen uit Australië. Ik vraag waarom ze juist naar het kleine, onbekende Ljubljana zijn gekomen. Ze blijken op eerdere vakanties de belangrijkste steden van Europa al te hebben gezien: Parijs, Rome, Madrid, Amsterdam, Berlijn, Londen. Dit keer zijn het Boedapest en Ljubljana.

De Australiërs zijn lyrisch over deze stad: ze vinden iedereen zó vriendelijk, de prijzen zó schappelijk, het stadscentrum zó romantisch. Sebastjan en ik zijn het met hen eens. We proosten en bestellen nog een glas, want buiten komt de regen nog altijd met bakken uit de hemel.

Slovenië: hoe er te komen?

Van en naar Ljubljana
Luchtvaartmaatschappij Adria vliegt dagelijks -behalve op donderdag - van Amsterdam naar Ljubljana. Op www.slovenia.info, de officiële toeristische site van Slovenië, vindt u allerlei informatie over het land, inclusief een overzicht van reisgidsen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden