'LITTLE WOMEN'

In 8 bioscopen.

Stukgelezen door talloze meisjes over de hele wereld: de lotgevallen van de vier Amerikaanse zusjes March en hun groei naar volwassenheid in de jaren zestig van de vorige eeuw. Samen met hun moeder wachten ze tot vader terugkeert uit de Burgeroorlog. Ondertussen bezoeken ze bals, spelen ze samen theaterstukjes en giechelen ze over jongens. Ook denken ze na over wat ze later willen doen, behalve echtgenote en moeder worden.

Aan hen die ooit het boek verslonden, is zo'n gezellige borduurfilm wel besteed, maar het jonge bioscooppubliek van vandaag zit er wat raar tegenaan te kijken.

Ook om andere redenen is een nieuwe verfilming van 'Little women' een hachelijke onderneming. De eerste versie, die van George Cukor uit 1933 met Katharine Hepburn als alter ego van de schrijfster, laat zich moeilijk overtroeven. Tenslotte ligt het zoetige sentiment op de loer, klaar om de film te reduceren tot Bouquet-niveau. Een tranentrekker is de nieuwe 'Little women' niet geworden, maar de zoetigheid heeft wel toegeslagen. De Australische regisseur Gillian Armstrong balanceert op het randje van de kitsch. Ze valt geregeld naar de verkeerde kant.

De opening doet het ergste vrezen voor de twee uur die nog komen gaan. Moeder (Susan Sarandon) komt thuis met een brief van vader en jubelend scharen de meisjes zich rond haar stoel bij de open haard. In witte gewaden, met elk een kaarsje in de hand, gaat het viertal al zingend naar de bedjes toe. Een doorkijkje door het besneeuwde raam bevestigt het ultieme kerstgevoel. Zo karikaturaal wordt het later niet meer, maar het zet wel de toon voor deze idyllische familiegeschiedenis.

Armoede en oorlog zijn slechts beperkte spelbrekers, voorop staat de onbekommerde zusterliefde en de drang tot artistieke ontplooiing. “I'm desperate for drawing pencils!”, om met Amy te spreken.

Terwijl Amy zich bekwaamt in de schilderkunst, Meg gelukkig wordt met haar saaie privé-leraar en Beth in bed ligt weg te kwijnen, gaat de meeste aandacht uit naar Jo. Zij wordt gespeeld door Winona Ryder, de belangrijkste troef van de makers om de kloof tussen de 19e eeuw en hedendaagse jongeren te dichten.

Jo gaat naar New York, ontmoet een Duitse filosoof (Gabriel Byrne) en probeert haar verhalen te slijten. Dat lukt pas als ze over zichzelf gaat schrijven: de roman over haar eigen familie, 'Little women', wordt gepubliceerd. De filosoof brengt het goede nieuws en krijgt Jo als beloning. Alle meisjes aan de man, trompetgeschal, einde verhaal.

Wie 'Little women' wil verfilmen, ontkomt niet aan korsetten en kanten hoedjes. De art direction, verzorgd door Nederlander Jan Roelfs, is zeer verzorgd. Iets minder zorg voor de aankleding en meer voor de emotionele ontwikkeling had de film echter goed gedaan. Dat impliceert minder trouw aan de strekking van het boek en meer aanpassing aan deze tijd.

Het wekt verbazing dat Armstrong, die met 'My brilliant career' en 'The last days of Chez Nous' heeft bewezen van sterke vrouwen te houden, zich volledig heeft overgegeven aan de conventie. Die is inmiddels zo stoffig, dat lachen meer voor de hand ligt dan huilen. En dat laatste was toch echt de bedoeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden