LITERATUURONDERWIJS

Met stapels bracht de leraar Nederlands de moderne literatuur het lokaal in. De boeken kwamen uit zijn eigen collectie, want de schoolbibliotheek stelde niet veel voor. Liefdevol gleden zijn vingers over de kaften, terwijl hij zijn leerlingen vertelde waarom zij deze titels niet mochten missen. "Ze zijn zo mooi geschreven."

NELY VAN DAM

De stem van de meestal onbewogen man klonk aangedaan door de gelezen schoonheid. De bewondering klonk nog oprechter, omdat de leraar terloops vermeldde dat hij de levensstijl van schrijvers als Jan Wolkers noch hun hoofdpersonen kon goedkeuren. Zou hij hebben ingecalculeerd dat dat voor de scholieren eerder een aanbeveling dan een waarschuwing was?

Wie weet. De leeshonger van de HBS-klas was in ieder geval gewekt en nog wel voor het betere boek; lang voordat het verplichte lezen voor de lijst aan de orde was.

"De leraar Nederlands is de belangrijkste overdrager van cultuur" . Onder dit motto, vrij naar een brief van Hella Haasse aan leraren Nederlands, vindt vrijdag een Dag van de literatuur plaats in Amsterdam, georganiseerd door uitgeverij Bulkboek en de Stichting schrijvers school samenleving. "Nadat we twee keer voor leerlingen een soortgelijke dag hadden georganiseerd, vonden we het tijd worden de leraren uit te nodigen. Je kunt nog zo ons best doen om jongeren op te porren, als hun docent niet de stuwende kracht is, schiet je weinig op met leesbevordering," zegt Joan Boonstra van Bulkboek.

Auteurs als Hella Haasse, Yvonne Kroonenberg, Maarten 't Hart en Nelleke Noordervliet verlenen hun medewerking. Er zijn vele werkgroepen, want de bedoeling is dat de leraren lessuggesties opdoen. Zo zal dichter Ed Leeflang een sessie over voorlezen leiden, want dat schijnt een van de indringendste manieren te zijn om leerlingen met literatuur in aanraking te brengen.

De uiterst gemotiveerde leraren hebben er vrijdag al een scholingsprogramma opzitten. Gisteren begonnen in Amsterdam studiedagen over jeugdliteratuur in het voortgezet onderwijs. Behalve voor docenten Nederlands, zijn deze dagen ook voor leraren Engels, Frans en Duits. De conferentie is onder meer georganiseerd door de lerarenopleidingen van de Universiteit van Amsterdam en de Algemene hogeschool Amsterdam. Ook hier: werkgroepen en lezingen.

Zo'n overmaat aan belangstelling voor het literatuuronderwijs in een week doet vermoeden dat er iets loos is. Klopt, zegt voorzitter Koos Hawinkels van de Stichting promotie literatuuronderwijs, die bij beide bijeenkomsten spreekt. "Jongeren lezen steeds minder. Bij ieder die dit weet ontstaat hierdoor angst voor verloedering en welk wapen kies je daar tegen? De schone letteren, en voor wie nog te jong is voor de grote literatuur, het goede jeugdboek."

Toen hij een tijdje geleden een discussie met studenten bijwoonde, drong goed tot hem door welke gevolgen weinig lezen heeft. "Ik ben me echt kapot geschrokken. De studenten baseerden elke mening op gevoelens, louter emoties. Dat je een opinie kunt onderbouwen met gegevens, is hen volkomen vreemd. Door te lezen schep je in ieder geval een referentiekader."

Het onderwijs moet wat hem betreft vooral niet te streng oordelen over de lectuur voor jongeren. "De leraar Nederlands die blaast over de Kameleon en zegt 'gooi dat maar weg' kan moeilijk verwachten dat zijn leerlingen plezier in het lezen van andere boeken krijgen. Diezelfde mensen roepen even later wel dat de jeugd van tegenwoordig helemaal niets meer wil lezen. Ja, vind je het gek?"

Te hooghartig vindt Hawinkels ook de afwijzing van populaire genres als de detective en de spionagethriller. "Ik zie niet in waarom goed geschreven ontspanningslectuur niet gewoon bij het onderwijs betrokken kan worden." Op strips heeft hij trouwens ook niets tegen.

Literatuuronderwijs heeft vooral een pedagogisch doel, vindt Hawinkels. "Lezen van fictie helpt bij het volwassen worden. Het leert hoe iemand buiten het eigen kringetje kan zijn, welk gedrag succesvol is en welk niet, wat er uberhaupt in de wereld te koop is en hoe weinig je daar eigenlijk van weet. Lezen, en ook film, video en televisie, geven kortom stof om over na te denken. Om je bij aan te sluiten of juist tegen af te zetten."

Het opdoen van kennis over literatuur mag volgens Hawinkels nooit het hoofddoel van de leraar Nederlands zijn. "Behalve in de laatste jaren havo en VWO. Maar pak het alsjeblieft goed aan. Als je die kinderen soms hoort tobben met termen. 'Waren de Middeleeuwen nou theocentrisch of hoe heette dat andere ook al weer, o ja, of waren ze antropocentrisch?' Zinloze kennis, veel te abstract."

Het ministerie van WVC is goed doordrongen van het afnemend lezen. Het departement subsidieert veel activiteiten onder de noemer leesbevordering, voor in totaal zes miljoen gulden per jaar. Hawinkels heeft geen hoge pet op van de activiteiten die steun krijgen. "Het zijn meest van die projecten die een aardig uitje voor de leerlingen betekenen, maar waar de link met lezen ver te zoeken is. Festivals, waar veel kinderen, vooral veel, een hoedje op krijgen. Zo is leesbevordering gedoemd te mislukken."

Ook vindt hij het teleurstellend dat vooral activiteiten gesubsidieerd worden die niets met onderwijs te maken hebben. Want van de leraren zal het moeten komen, is ook zijn overtuiging. Hij is daarom wel gelukkig met de twee conferenties voor (aspirant-)leraren deze week, ook al zijn die een druppel op een gloeiende plaat. Hawinkels gaat er namelijk vanuit dat de opleiding van verreweg de meeste leraren Nederlands tekort schiet om goed literatuuronderwijs te geven. "En de nascholing is gebrekkig in Nederland. Het is ten eerste niet verplicht en ten tweede gaat nooit een hele sectie tegelijk naar een cursus. Er gaat er een en die moet de kennis maar overbrengen op de collega's. Zo komen nieuwe inzichten in een tempo de school binnen waarbij een slak een racewagen is."

Een van die nieuwe inzichten is dat jeugdliteratuur een goede basis vormt. Aanvankelijk had Hawinkels zijn vertrouwen gevestigd op de basisvorming. De kerndoelen, zoals de omschrijvingen van de minimumeisen per vak heten, voor literatuur bieden alle mogelijke ingangen voor goede lessen. "Nu blijft het vaak steken in een rijtje vragen, waarvan 'verklaar de titel' er steevast een is. Door de kerndoelen zouden leerlingen echt ingewijd worden in het literaire circuit." Ze zouden iets leren over boeken in het algemeen, zoals de produktie, de verspreiding en hoe je op de hoogte kan blijven van wat nieuw verschijnt. "En bovenal zouden zij" , zegt Hawinkels, "een oordeel leren vellen over boeken."

Zijn optimisme is gedempt nu de nieuwe lesboeken voor Nederlands in de basisvorming zijn uitgebracht. "Van de kerndoelen is weinig terug te vinden. Mijn hoop is nu gevestigd op de Stichting leerplan ontwikkeling, die op verzoek van de Stichting promotie literatuuronderwijs een raamleerplan maakt voor jeugdliteratuur."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden