Literatuur blijft wit, dat is een keuze

De literaire wereld blijft wit als de opvattingen over literatuur zo beperkt blijven, betoogt Timo Koren.

Natuurlijk: 'ze' mogen best schrijven van de literaire elite, schrijven socioloog Thomas Franssen en criticus Daan Stoffelsen (Opinie, 27 augustus) over de niet-witte auteurs, die ondervertegenwoordigd zijn in het literaire veld, om vervolgens te speculeren over onderwijsachterstanden als oorzaak voor dit probleem. Met dat 'natuurlijk' sluiten ze uit dat literaire poortwachters diversiteit buiten de deur houden.

Maar de literaire wereld is een wit, in Amsterdam gecentreerd bastion. En vooral de gatekeepers: de uitgevers, de redacteuren, de recensenten. Als we meer willen weten over hoe die wereld wit blijft, moeten we juist kijken naar de normen die aan de toegangspoort worden gehanteerd.

Bij initiatieven om de inclusiviteit van de Nederlandse literatuur te vergroten, zoals de Boekenweek van 2001 met het thema Schrijven tussen twee culturen of het ter ziele gegane intercultureel beleid van het Letterenfonds, was er telkens dezelfde, hardnekkige kritiek: schrijvers worden dan niet geselecteerd vanwege hun literaire kunnen, maar vanwege hun achtergrond.

Literaire kwaliteit

Tijdens mijn onderzoek naar het wit van het literaire veld hoorde ik dat argument vaak, wanneer uitgevers en redacteuren uitlegden dat ze weinig of niks aan diversiteit deden. Selecteren op diversiteit zou botsen met selecteren op literaire kwaliteit. Bij literaire romans zijn de selectiecriteria die uitgevers het belangrijkst achten vooral taalkundig en esthetisch: stijl, vorm, universaliteit, originaliteit en individualiteit. De politieke of sociaal-culturele waarde van een boek wordt als niet-literair gezien, en draagt dus niet bij aan de kwaliteit ervan.

Voor een uitgeverij die veel etnisch diverse schrijvers uitgeeft werkt dat als een stigma: ze krijgen het verwijt dat ze niet op 'puur' literaire criteria selecteren, maar op politieke.

Die kwaliteitscriteria, gebeiteld in een traditie van modernistische kunstkritiek, worden door gatekeepers als natuurlijk en neutraal voorgesteld. De implicatie daarvan is dat de effecten van selecteren op kwaliteit willekeurig zijn en de mate van diversiteit toeval. Maar die normen zijn helemaal niet zo neutraal als ze lijken.

Tegen een witte achtergrond wordt het werk van niet-witte schrijvers omschreven als subjectief (en dus minder universeel), gekoppeld aan de etniciteit van de schrijver (en dus minder individueel) of vaker gezien als slechts sociaal-cultureel waardevol (en dus minder literair). Het is opvallend, maar niet verrassend, dat uitgevers die politieke en sociaal-culturele redenen wel van belang vinden bij uitgeefbeslissingen, een etnisch diverser fonds hebben.

Geen probleem

Franssen en Stoffelsen zien geen probleem in de normen die literaire poortwachters hanteren. De vraag is of dat deze discussie verder helpt. Ze volgen de lijn van Anil Ramdas, Hafid Bouazza en Jamal Ouariachi: zij bekritiseren niet de modernistische kwaliteitscriteria, maar ageren vooral tegen critici die hun werk in sociaal-culturele termen bespreken.

Daartegenover staan bijvoorbeeld Astrid Roemer, Karin Amatmoekrim en Abdelkader Benali: juist door hun achtergrond en politieke thema's expliciet onderdeel te maken van hun werk en de gevestigde literaire orde te bekritiseren, wijzen zij erop dat ook witte auteurs geen neutrale, universele positie innemen. Dat impliceert wellicht dat een literair werk geen universele waarde heeft, maar legt mogelijk ook de weg open naar een bredere opvatting van literatuur, en hopelijk naar een groter literair publiek. Want dat wordt door uitgevers nog te vaak voorgesteld als wit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden