Literaire rondjes op de korte baan

Schrijfster Sanneke van Hassel: 'Dit is de tijd van fantasy, van vluchten in een boek. In korte verhalen is er vaak geen ontsnappen aan.' (FOTO PATRICK POST) Beeld Patrick Post

Onze snelle tijd lijkt ideaal voor het korte verhaal, toch is de belangstelling In Nederland gering. Want het kost moeite om ze te lezen.

’Willem Frederik Hermans kon natuurlijk geweldige romans schrijven, maar écht op zijn allerbest was hij, volgens een autoriteit als Kees Fens, in korte verhalen. Hugo Brandt Corstius beweerde hetzelfde over de verhalen van Mulisch. Die zijn volgens hem beter dan zijn romans.’

Joost Zwagerman kan het weten. Hij is de enthousiasteling die de belangstelling voor het korte literaire verhaal aanwakkerde in de inleiding van zijn bloemlezing ’De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen’.

Een goed kort verhaal, schreef hij daar, kan als een popliedje in je hoofd blijven hangen. Zwagerman: „Toen ik bezig was met het samenstellen van dat boek, viel mij op dat sommige korte verhalen uit onze literatuur van een onwaarschijnlijk hoog niveau zijn. Maar anders dan in de rest van de wereld, komt de populariteit van het genre in Nederland maar moeizaam op gang.”

De hoogste tijd dus om, alweer vijf jaar na het pleidooi van Zwagerman, hernieuwde aandacht voor het korte verhaal te vragen, dacht Sanneke van Hassel. Toen de schrijfster van onder meer de geprezen korteverhalenbundel ’Witte veder’ (2007) door het Amsterdamse centrum voor politiek en cultuur De Balie werd gevraagd om een weekend te programmeren, wist ze meteen dat de korte verhalen de agenda moesten bepalen.

Nu heet De Balie tot en met zondag ’Hotel van Hassel, een lang weekend korte verhalen’. Op de rol staan door Van Hassel geselecteerde auteurs uit Nederland en andere Europese landen, specialisten in het korte verhaal. „Ik wilde hedendaagse Europese schrijvers uitnodigen, omdat hun bundels vaak niet beschikbaar zijn in Nederland. Mooie bijkomstigheid is dat in dit genre vaak het politieke, culturele en maatschappelijke klimaat van een land doorschemert. Dat viel mij vooral op toen ik vorig jaar juni het Festival van het Europese Korte Verhaal bezocht in Zagreb. Daar schetste een Kroatische auteur het wonderlijke verloop van een voetbalwedstrijd in oorlogstijd. Het korte verhaal zit dichter op de huid van de tijd dan een roman.”

Samen met onder meer de redactie van het literaire tijdschrift Tirade werd de rest van het programma samengesteld.

In het onderdeel ’Logline Tirade’ wordt het korte verhaal als discipline samengesmolten met de korte film. Acht ’talenten op de korte baan’ is verzocht om middels een logline – een pakkende samenvatting van een film in enkele regels – een verhaal te schrijven.

„De auteur moet zich immers binnen vijf pagina’s bewijzen”, zegt Menno Hartman, redacteur van Tirade. „Het korte verhaal is een zelfstandig genre dat de moeite waard is. Het verkoopt misschien niet goed, maar het ís wel ongelooflijk goed. Korte verhalen zijn bovendien van alle tijden. Tirade publiceert ze al sinds de oprichting in 1957.”

Hoe is het mogelijk dat het grote publiek in Nederland niet valt voor het korte verhaal, in een tijd waarin het snel opnemen van korte teksten dagelijkse kost is.

„Je zou inderdaad denken dat de tijd er nu rijp voor is”, zegt Joost Zwagerman. „Maar kort is in dit genre niet hetzelfde als gemakkelijk. Een goed kort verhaal grijpt de lezer meteen bij de kladden. Het houdt de lezer vast, maar niet vanzelf. Die moet er ook iets voor doen.”

Ook Sanneke van Hassel denkt dat de tijdgeest nog geen garantie is voor een gouden toekomst van het korte verhaal. „Dit is ook de tijd van de fantasy, van een vlucht naar de andere wereld. Bij het korte verhaal, dat veel realistische observaties bevat, is dat vluchten er lang niet altijd bij. Eerder is er juist geen ontsnappen aan. Door zijn bondigheid vergt het veel meer oplettendheid van de lezer dan bij een roman. Stel dat je schrijft over een oudere man die voor het eerst de tram neemt. Zo’n moment kies je niet voor niets. Het zegt veel, zo niet alles, over het personage en waar hij of zij op dat moment is. In een kort verhaal is één zo’n moment heel belangrijk. Alleen: Welk moment kies je? Waar in de geschiedenis van het personage stap je in? Het gevoel van ’Die dag was alles anders’. Ze bevatten ook minder biografie, minder ontwikkeling. Je valt er vaak middenin.”

„Het korte verhaal is avontuurlijk, werkt met sterke beelden. Het genre kent een grote diversiteit. De IJslandse schrijver Gyroir Eliasson – een van de gasten in ’Hotel van Hassel’ – is een meester in poëtische sfeerschetsen en iemand als Judith Hermann heeft het vaak over dertigers in de stad, die hun leven betekenis proberen te geven. Hoe gaan wij met de dood om? In haar boek ’Alice’ confronteert ze de gelijknamige hoofdpersoon liefst vijf keer met een dode man.”

Voor schrijvers biedt het korte verhaal eveneens avontuur. Van Hassel: „Ik vind het leuk om in veel verschillende werelden te zitten en om te goochelen met de wetten van beperking en tijd.”

Het korte verhaal vindt zijn oorsprong in Europa, waar auteurs als E.T.A. Hoffmann en Anton Tsjechov het goede voorbeeld gaven. Later volgde Amerika, waar het genre moderniseerde en tot op de dag van vandaag populair is.

Hoe komt het dat de short story in de Verenigde Staten allang voor vol wordt aangezien en hier in Nederland niet? „Amerika kent een traditie van goed, grootschalig schrijfonderwijs. Wat leent zich beter als oefenstof dan een kort verhaal? Het leverde beroemde auteurs van het korte verhaal op, zoals Raymond Carver”, zegt Ton Rozeman, zelf een korteverhalenschrijver en docent in het genre aan de Schrijversvakschool Amsterdam.

Toch bemerkt Rozeman tot zijn genoegen dat het Amerikaanse korte verhaal steeds moeilijker is te onderscheiden van de mondiale short story. Dat het genre tegenwoordig overal vaardig wordt bedreven.

„Ik wil ook absoluut niet meehuilen met de mensen die vinden dat het korte verhaal wordt ondergewaardeerd. Het gaat goed met het korte verhaal! De pers heeft er veel aandacht voor en auteurs als Sanneke van Hassel worden goed besproken. Nu de verkoop nog. Maar we moeten ons daarover geen illusies maken; het is keihard werken voor de lezer. Een kort verhaal is geen warm bad, maar meer een soort dompelbad. Je wordt erin geduwd en er plots weer uitgehaald. Het is veel suggestie, veel weglaten. Inzicht krijgen in een klein moment. Verwacht geen romantiek met maanlicht.”

Naast schrijver en docent is Rozeman hoofdredacteur van de website Shortstory.nu. „De aantallen variëren, maar Nederland telt ontzettend veel mensen die regelmatig korte verhalen schrijven. Op Shortstory.nu wil ik die aspirant-schrijvers samenbrengen met gepubliceerde auteurs.”

Toch zijn er genoeg auteurs die zich niet aan het korte verhaal wagen. „Van collega’s hoor ik wel eens: Ik begrijp niet dat je weet wat je eruit moet gooien”, zegt Sanneke Van Hassel. Ook het idee van een bundel met korte, allemaal totaal verschillende verhalen wordt vaak als ongemakkelijk ervaren. Door schrijvers én lezers. Als je het eerste verhaal uit hebt en in het tweede bent begonnen, ga je toch denken: Waar is die ik-persoon van daarnet nu?”

Daar staat weer tegenover – en daar is dat beklijvende popliedje weer – dat een pakkend kort verhaal rustig meermaals kan worden herlezen. Joost Zwagerman: „’A Perfect Day for Bananafish’ van J.D. Salinger leent zich er prima voor om tien, elf of twaalf keer te lezen. Zie een roman als een taart en het korte verhaal als een lekkere punt daarvan.”

Het korte verhaal vormt dus geen bedreiging voor het lange verhaal?

Van Hassel, die in augustus debuteert met een lang verhaal, de roman ’Nest’, zegt: „Ik denk niet dat lange en korte verhalen elkaar in de weg zitten. Zeker is wel dat het korte verhaal wat mij betreft veruit de voorkeur geniet. Toen collega Thomas Verbogt me onlangs vertelde dat hij het zo heerlijk vindt om tijdens het schrijven van een roman lange tijd helemaal op te trekken met de hoofdpersoon, zei ik hem: ’Ik hoef geen second life’.”

„En ach”, zegt Zwagerman. „Het onderscheid tussen lang en kort is ook weer niet altijd even duidelijk. Dat heb ik zelf recentelijk nog ondervonden met het schrijven van ’Duel’, het Boekenweekgeschenk. Dat is een ’ertussenin-boek’.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden