Review

Literaire onruststokers in Vlaanderen

Herman Brusselmans, 'Het mooie kotsende meisje', uitg. Prometheus, 235 blz. - f 29,90; Tom Lanoye, 'Doen', uitg. Prometheus, 223 blz. - f 29,90.

Ook in Vlaanderen hebben ze een lichting opruiende schrijvers. De twee eerste namen aldaar zijn Herman Brusselmans en Tom Lanoye. Van beiden kwam onlangs een prozabundel uit bij een Nederlandse uitgever, want alles wat in Vlaanderen boven het maaiveld uitkomt belandt tenslotte boven Roosendaal. Herman Brusselmans is een veelschrijver, sinds 1982 publiceerde hij al dertien boeken, die ongeveer allemaal even controversieel zijn. Ook in 'Het mooie kotsende meisje' klinkt in iedere zin iets provocerends, opstandigs en egocentrisch mee. Wie het een mooi etiketje wil geven kan zeggen dat Brusselmans de zwartste traditie van de zwarte romantiek voortzet.

Maar tegelijkertijd heeft hij als schrijver ook maar al te veel weg van een onvolgroeide puber, die er alles aan gelegen is in opstand te blijven en het establishment te schokken. Zijn handelsmerk is 'smakeloosheid', het ene verhaal is nog smakelozer (en onzinniger) dan het andere. Hij weet dat zelf ook, juist het onbekrompen en ongeremde ouwehoeren (een beter woord kan ik er niet voor vinden) lijkt zijn lust en zijn leven. In zekere zin doet hij daarbij een beetje denken aan Baron von Munchhausen, zij het dan vermengd met een flinke scheut Celine, Kerouac en Gerard Reve.

Wilt u een citaat? Ga er maar even voor zitten. Brusselmans vult bij afwezigheid de column van collega Lanoye in Humo met de volgende teksten:

"Jij bent het mooiste meisje dat ik vandaag ooit gezien heb." Dat leek haar te vleien, want ze begon te blozen zoals een uitgezogen slet tegen wie je na de geslachtelijke ommegang verklaart: "Met jou intiem verkeren is nog ,lekkerder' dan neuken met een maagd." Dat soort uitspraken vleit uitgezogen sletten, echt waar. Overigens is zo'n uitspraak volslagen bullshit. Neuken met een maagd is helemaal niet 'lekker'. Neuken met een maagd is net zo lekker als de rumba dansen met een zak cement op je rug, een gekarteld broodmes in je reet, wollen wanten aan je poten en de overschoenen van je grootmoeder aan je voeten. Of zoiets in die trant. Want eerlijk gezegd, heel nauwgezet houd ik de rumbadanserij niet bij."

Brusselmans houdt zich heel zorgvuldig aan deze stijl van de straatvechter. Als het toch even leuk lijkt te worden zevert hij te lang door en gaat zwelgend in z'n eigen grappigheid ten onder. Veel van zijn verhalen hebben een fantastische inslag. De homerische overdrijving staat permanent op het menu. Voorals als het om zijn eigen afkomst gaat weet Brusselmans flink uit zijn duim te zuigen. Op zijn beste momenten krijgen de teksten er een wat surrealistische inslag door, a la 'Les Chants de Maldoro' van Lautremont, maar meestal waaiert het gekanker en gevloek het ene oor in en het andere weer uit.

Wat mij betreft kan Brusselmans beter het cabaret in, want steeds als ik er wat aan begon te vinden, bleek het om melige grappen te gaan. Zo meldt hij, na een portretje van zijn familie vol gekanker, gevloek en gezeik, met onmiskenbaar gevoel voor ironie: "Ik moet me aan dit milieu onttrekken, later." Ook grappen als "Stottert ze nog, ons moeder? Alleen als ze spreekt." en "Zo zo, jij gaat dus naar de hoeren. Ik moet wel want ze komen niet naar mij." horen bij dit genre. In het algemeen overheerst sterk de indruk van een totaal en moedwillig anti-schrijver, een 'angry young man' zonder compromissen, die zijn best doet zo platvloers mogelijk te blijven.

Het werk van Tom Lanoye is van een heel ander kaliber. Hier is iemand aan het schrijven die niet in de eerste plaats het vuil uit zijn ziel krabt, maar een vorm van hogere kritische satire bedrijft. Zijn taalgebruik is, in vergelijking met dat van Brusselmans, veel geacheveerder en scherper, hij is geestig en hij heeft het ergens over. In de bundel 'Doen' staan columns die hij voor het Vlaamse tijdschrift Humo schreef. Als aardigheidje bestaat het omslag uit een soort uitscheurbaar vel zegels, waarvan men er onder elk stukje een kan plakken om daarmee instemming of afkeuring te betuigen.

In 'Doen' komen vooral veel Belgische onderwerpen aan de orde, die voor de Nederlandse lezer dan ook van een passende samenvatting van het voorafgaande zijn voorzien. Belgie komt in Lanoye's stukken naar voren als een soort bananenrepubliek, waar vooral veel valt te lachten. Het tijdelijke aftreden van Koning Boudewijn ( "Heden verkeren wij in de onmogelijkheid om satire te bedrijven" ), het optreden van Jean Pierre van Rossem, de celibataire braafheid van kroonprins Filips, het zijn stuk voor stuk voorspelbare maar daarom niet minder prikkelende onderwerpen voor een Vlaamse columnist.

Maar Lanoye staat ook met een been in Nederland en zo beseft hij heel goed hoe het met de Vlaams-Nederlandse animositeit zit: "Vlamingen zijn schizofreen. Ze kijken tegen Nederlanders op en haten hen tegelijk hartgrondig (. . .) Vlaanderen is verslaafd aan zijn minderwaardigheidscomplex" schrijft hij in een stuk waarin hij voorstelt dat Vlamingen eens aan Nederlandse schrijvers een prijs uitreiken in plaats van andersom.

Elders vergelijkt hij Hollanders met hooligans. "Als je er een voor je hebt, zit je te kijken naar een bedaarde, niet onsympathieke, ietwat onduidelijk articulerende kansarme medemens. Zet ze allemaal samen en ze breken je kot af?" Doelwit van deze column is de Nederlandse actie "Help de Russen de winter door" , door Lanoye gekwalificeerd als "een benauwend staaltje van het collectief Nederlands narcisme" . Het aardige is dat Lanoye aan het eind van zijn stukje de lezer oproept actie te ondernemen tegen de zojuist beschreven misstand. Zo roept hij hier de Russen op om massaal naar Nederland te trekken: "Niet vergeten, tovarisjtsji. Koop een one-wayticket naar de Randstad, help die Hollanders de vier seizoenen door. Doen."

In een ander opmerkelijk stuk rekent Lanoye af met Gerrit Komrij, toch de peetvader van het soort columnistiek dat hij zelf bedrijft. Hij verzet zich tegen Komrij's verklaarde afkeer van verwijfde homo's, die hij hypocriet vindt zolang "de Tante Bet van de Grachtengordel" (Lanoye kan het ook!) zichzelf als volbloed dandy met zijn vriend liet fotograferen.

Maar niet alleen de vigerende cultuur wordt door Lanoye bestookt. Hij schrifjt ook een eulogie op de wielerklassieker Gent-Wevelgem, en een paar aardige stukjes over typisch Vlaamse lachertjes als de bondscoaches Guy Thys en Walter Meeuws. Kortom, in 'Doen' ontpopt hij zich als een allround-columnist.

"Dhr. Tom Lanoye is inderdaad de tweede beste schrijver van Vlaanderen" , schrijft Brusselmans in een van z'n stukjes. Kennelijk voelt hij een soort verwantschap. Maar behalve dat ze allebei op hun eigen manier onrust stoken, zie ik die verwantschap niet zo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden