Column

Literair prijzencircus is te exclusief

Beeld thinkstock

Eén keer in mijn leven heb ik in de jury van een literaire prijs gezeten. De uitslag beviel me maar matig. Het boek dat met kop en schouders boven de andere uitstak viel nèt buiten de criteria van deelneming. Over de middelmatige rest ontspon zich een warrige discussie vol half-verzwegen criteria. Toen de beslissing gevallen was, leek niet één jurylid er echt gelukkig mee te zijn.

Inmiddels blijft het literaire prijzen regenen en steevast ontrolt zich bij de bekendmaking van de longlist een kleine inspectieparade af. Zijn er onder de kandidaten wel genoeg Belgen? Hoe zit het met de verhouding tussen fictie en non-fictie? En als onverwoestbare klassieker: is de genderbalance (zo heet dat inmiddels) wel in orde?

Sinds kort is ook het leeftijdscriterium onomzeilbaar geworden. 'Eén boek is geschreven door iemand onder de 30,' twitterde een criticus toen deze week de longlist van de ECI Literatuurprijs bekend geworden was. 'Gemiddelde leeftijd 55 jaar. Vorig jaar was de helft ouder dan 50, nu driekwart.' En oh ja, '21 zijn man, 4 vrouw'. Het is soms alsof je het CBS hoort praten en de meetlat ligt bij de representatieve dwarsdoorsnede.

De Nobelprijs
Of het er bij internationale schrijversprijzen net zo aan toe gaat weet ik niet, maar ik heb er weinig fiducie in. De Nobelprijs, de moeder aller 'awards' (ook dát woord is intussen onvermijdelijk), doet het ergste vermoeden. Daar lijkt allereerst het internationale lobbywerk de doorslag te geven. Maar prijzen prikkelen wel de aandacht van het publiek, zo heet het dan. Eens per jaar wordt de wereldbevolking er vanuit Stockholm aan herinnerd dat er schrijvers, en dus boeken, bestáán.

De boekenbranche verwacht daar een 'boost' in de verkoop van. De naam van de winnaar is nog niet bekend, of wereldwijd gaan er orders uit voor de herdruk van de reeds vertaalde titels uit zijn oeuvre. Meestal zijn die inmiddels al lang verramsjt, en in een flink aantal gevallen liggen ze een paar jaar later opnieuw in de ramsj.

'Hé, Erpenbeck!'
Laten we ons dus niet verkijken op de commerciële resultaten van het prijzencircus. Deze week, zo lees ik zojuist in de krant, werd de Europese Literatuurprijs 2015 toegekend aan de schrijfster Jenny Erpenbeck voor haar boek 'Een handvol sneeuw'. Ik moet bekennen: van beide had ik nog nooit gehoord. Het nieuwsbericht was zo kort dat ik nog altijd niet weet in welke taal of welk land ik haar plaatsen moet.

Maar inmiddels heb ik haar naam een keer uitgetypt en dat is goed voor het geheugen. Misschien zie ik bij een volgend bezoek aan mijn boekhandel 'Een handvol sneeuw' wel liggen, en zal dan denken: 'Hé, Erpenbeck!' Maar of ik het ook zal kopen? En dan ben ik nog bovengemiddeld geïnteresseerd in literatuur.

Bijna een prijs
Ooit heb ik zelf bijna een prijs gekregen. Ik beken het, want dat is ongetwijfeld de vraag die u op de lippen brandt. Ik kreeg hem dus níet, maar veel maakte dat niet uit. Mijn eigen boek werd herdrukt, de winnaar verramsjt. Van de verkoopwinst van bekroonde boeken moet je dus geen al te hoge verwachtingen hebben. Stijgende oplagen zijn, een enkele uitzondering daargelaten, vooral weggelegd voor boeken die het tóch al goed deden.

Het prijzencircus past dan ook naadloos in de cultuur van 'excellence' (ja, ook dat moet in het Engels) die alleen nog oog heeft voor de állerbeste, állerhoogste prestaties - of wat daarvoor moet doorgaan. De explosie van die cultuur is gelijk opgegaan met die van het voorzetsel 'top-' in het Nederlands. Alleen het uitnemende is nog de moeite waard.

Minder verschillende boeken
Prijzen leiden dus niet tot méér verkochte boeken, maar tot meer verkoop van almaar minder verschillende boeken. Dat is de 'top', waaromheen heel wat interessants uitgespreid ligt dat er steeds minder toe doet. Misschien leest u erover in de boekenbijlage. Denk dan: de enige prijs die een boek verdient is die welke u ervoor in de boekhandel neertelt. Desnoods voor 'Een handvol sneeuw' van Jenny Erpenbeck. Nooit van gehoord misschien - maar ach, waarom níet Erpenbeck?

Jenny Erpenbeck.Beeld Katharina Behling
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden