LIST EN BEDROG Spookleger en spionnen bonden tientallen Duitse divisies

Door omvangrijke en vergaande misleidingen werd Hitler ertoe gedwongen zijn strijdmacht over Europa te versnipperen. Zonder de listen en leugens zou D-Day wellicht een grote mislukking zijn geworden. “Het was op het nippertje, verdomd op het nippertje, het meest op het nippertje wat je ooit hebt meegemaakt”.

HUIB GOUDRIAAN

Sydney Cripps, een Engelse boer, kon op een avond in mei 1944 zijn ogen niet geloven. Hij constateerde dat één van de tanks uit een kolonne die bij zijn weiland stond, werd aangevallen door een stier, waarna de tank sissend in elkaar zakte.

Zuid- en Oost-Engeland waren in die lente één groot legerkamp en Cripps was gewend aan tanks. Maar hij keek er wel van op dat massa's tanks, legerauto's, kanonnen en veldkeukens uit luchtballonnen bleken te bestaan. In Oost-Engeland, in de driehoek Dover-Cambridge-King's Lynn, was een reusachtig namaak-leger bijeengebracht met de naam FUSAG, First United States Army Group (Eerste Amerikaanse Legergroep). Duitse verkenningsvliegtuigen werden doelbewust - na luchtgevechten om het echt te doen lijken - boven het gebied toegelaten. FUSAG verspreidde ook de bij een legergroep behorende golf radiogeluiden, die werd opgevangen door de Duitse luisterdienst op het continent. Old Blood and Guts, zoals de in pistolen en rijlaarzen gehulde Amerikaanse pantser-generaal George Patton werd genoemd, bezocht als 'opperbevelhebber' FUSAG, wat natuurlijk ook Berlijn ter ore kwam. Daarentegen heerste er radiostilte bij de zich voor D-Day in Zuid-Engeland formerende echte legers van Montgomery. Door 'lekken' kreeg de pers lucht van FUSAG: plaatselijke kranten meldden dat aalmoezeniers waren ingedeeld bij 'een legergroep die zich gereedmaakt voor de invasie in Europa via de historische vlakten van Vlaanderen'. En Duitse spionnen in Engeland, die al gauw na het uitbreken van de oorlog waren 'omgedraaid' en voor de Britten werkten, gaven het schijn-rumoer via zenders door aan hun Duitse bazen.

In de havens, kreken en riviermondingen van Oost-Engeland lagen honderden landingsschepen - constructies van hout en rubber - uit Londense filmstudio's. Hun schoorstenen rookten en duizenden verduisterde autolampen wekten de indruk van konvooien, op weg naar de schepen. Bij Dover werd onder leiding van de Engelse architect Basil Spence een namaak-oliehaven van zes vierkante kilometer aangelegd. Decorarbeiders van de filmindustrie en van het theater bouwden nagebootste pijpleidingen, opslagtanks, elektriciteitshuisjes, brandweerauto's, luchtafweerbatterijen, parkeerterreinen voor tankauto's en steigers.

De valse gevechtsopstelling van ruim een miljoen man had zwaartepunten in het Oosten van Engeland en Schotland. Begin 1944 bedreigde in Schotland een niet bestaand 'Vierde Britse leger' het door Duitsland bezette Noorwegen met radio-telegrafisten, die dag en nacht berichten stuurden aan niet bestaande eenheden. Fortitude heette het bizarre misleidingsplan dat Hitler ertoe moest brengen niet minder dan 90 Duitse divisies verre te houden van het echte strijdtoneel in Normandië. Niet alleen Noorwegen en Pas de Calais in Noord-Frankrijk, ook Zuid-Frankrijk en de Balkan waren doelwit van geallieerde schijn-aanvallen. Vlak voor D-Day werd een sprekend op generaal Montgomery lijkende Engelse luitenant, Meyrick James, ingezet. Anthony Cave Brown vertelt in zijn boek 'Bodyguard of lies' (Nederlandse vertaling 'Het onzichtbare front', uitg. Unieboek) dat de dubbelganger eind mei 1944 Algiers en Gibraltar moest inspecteren om de Duitsers in de waan te brengen dat Montgomery buiten Engeland vertoefde. Ook hieruit zou Hitler afleiden dat de invasie zeker niet in de eerste week van juni zou komen.

Bovendien moest de indruk ontstaan dat Montgomery het bevel voerde over een geallieerde aanval op Zuid-Frankrijk. De organisatoren zagen één ding over het hoofd: de dubbelganger was allerminst geheelonthouder, zoals de echte generaal. Hij nam in het toestel naar Gibraltar een stevige slok uit een heupflesje onder zijn generaalsuniform. Hoewel nog wat onvast kon hij bij aankomst niettemin stram, en met briljant nagebootste nasale stemgeluid 'Monty' spelen. Voor de landing hadden zijn niet kinderachtige opdrachtgevers hem naakt met koud water overgoten en gedwongen in de tochtige Dakota een ijskoude luchtstroom te ondergaan.

De vaak gecompliceerde intriges en listen bleken hun uitwerking niet te hebben gemist. “Als de valse gevechtsorde er bij de Duitsers eenmaal goed ingehamerd was, werd het onvermijdelijk dat zij eruit zouden afleiden dat de invasie bij Pas de Calais zou plaatsvinden”, schreef Sir John Masterman later in zijn historisch werk 'Het Double-Cross systeem'. De historicus Masterman werkte zèlf in de Tweede Wereldoorlog bij de Britse inlichtingendienst MI 5, in het hart van de organisatie die het gehele Duitse spionagenet in Groot-Brittanië 'omdraaide' en met valse radioberichten de Duitse legerleiding op het verkeerde been zette.

Ook na D-Day, nog op de derde dag (D+3), zond de later bekend geworden double-cross spion Garbo een bericht aan de Duitsers dat cruciaal werd. In het Führer-hoofdkwartier werd zijn boodschap als volgt samengevat: “gezien de massale concentratie in Oost- en Zuidoost-Engeland van troepen die niet aan de huidige operaties deelnemen, ben ik tot de conclusie gekomen dat de operaties in Normandië een misleidingsmanoeuvre zijn. De bedoeling ervan is onze reserves naar het bruggehoofd te lokken en de beslissende slag op een ander punt te slaan (...)”.

Hitler besliste in de nacht van 9 op 10 juni dat de verplaatsing van infanterie- en tankdivisies uit de omgeving van Calais naar Normandië moest worden gestaakt. Hij was ervan overtuigd dat de legergroep Patton (het spookleger FUSAG) op het punt stond bij Calais te landen. De gefingeerde bedreiging werkte lang na D-Day. Wat Masterman zijn lezers onthield is dat de geallieerden - ook de Britse en Amerikaanse generaals te velde - op de hoogte waren van àlle Duitse troepenbewegingen, omdat ze het Duitse radioberichtenverkeer kenden. De Britse regering hield in 1972, toen Masterman toestemmming kreeg zijn verhaal over het Double-Cross systeem te publiceren, het codebrekers-verhaal nog geheim. Dit verbluffende onderdeel van 'de geheime oorlog' met de naam Ultra, kreeg de gespecialiseerde onderzoeker Anthony Cave Brown in 1975 in Washington onder ogen. Uit documenten van de Amerikaanse chefs van staven bleek hem dat de alle Duitse militaire codes waren gekraakt. Ultra was te danken aan het achterhalen in 1939 van de werking van de Duitse Enigma coderings- en decoderingsmachine. De gehele oorlog door kon de Britse inlichtingendienst MI 6 met behulp van een team briljante jonge wiskundigen in Bletchley Park de Duitse codes 'lezen'. Hierdoor was het effect van de misleidingsoperaties op het Duitse opperbevel een open boek voor de geallieerden. De voorkennis dankzij Ultra van de Duitse bevelen in veldslagen, ter zee en in de lucht was van onschatbaar belang. Cave Brown ontleende de titel van zijn boek, Bodyguard of lies, aan een uitspraak in 1943 van de Britse premier Winston Churchill: “De waarheid is in oorlogstijd zo kostbaar dat ze altijd moet worden omringd door een lijfwacht van leugens (bodyguard of lies).”

De Britten sponnen een web van leugen en bedrog, dat op aandrang van Churchill snel uitgroeide tot een instituut, ongekend in de militaire geschiedenis. Er kwam een geheim bureau, met de naam London Controlling Section (LCS), dat de listen en lagen moest coördineren. De strategie die met misleiding het denken van Adolf Hitler moest beïnvloeden, kreeg de naam Bodyguard. De Britse premier en zijn adviseurs achtten de kans op succes van D-Day, een aanval uit zee op de vuur spuwende betonnen en stalen bunkers van de Atlantik Wall, zeer gering. Dat was de voornaamste reden waarom Hitler ertoe werd gemanipuleerd zijn strijdmacht over Europa te versnipperen.

Het niet bestaande Amerikaanse leger FUSAG en andere schijnaanvallen ter camouflage van D-Day, vormden slechts een deel van Fortitude. In het al in 1940 door de Britse generaal Sir Archibald Wavell geschreven rapport over de misleidingsstrategie staat een opmerkelijke zin: “Normaliter mag niet aan de betrokken (eigen) troepen worden meegedeeld dat hun manoeuvres alleen worden uitgevoerd om de vijand te misleiden.” Anthony Cave Brown tekent hierbij aan dat dit op een 'zelfs sinistere manier zou worden toegepast, niet alleen met de troepen, maar ook met de geheime agenten en verzetsorganisaties (cursivering van red.) die in de misleidings- en camouflageoperaties van de geallieerden betrokken zouden worden'.

Pas in 1990 was er een Nederlands auteur, de oud-verzetsman Pieter Hans Hoets, die hieruit conclusies trok voor het Englandspiel in Nederland. Na de oorlog verstomde nooit de vraag waarom 54 jonge Nederlandse agenten, gedropt boven bezet gebied, achter elkaar in Duitse handen kwamen en het leven lieten. Hoets bracht met zijn boek 'Englandspiel ontmaskerd' de hypothese, dat de Britse organisatie SOE (Special Operations Executive) doelbewust - en niet door blunders - doorging met droppen, met als gevolg dat de gearresteerde agenten als pionnen van de Duitse contra-spionage doorgingen met seinen. Dit maakte deel uit van de misleidingsoperatie 'Plan Holland', waarvan het sabotageprogramma op 12 juni 1942 in een gedropte container in Duitse handen werd gespeeld. Waarom moesten, zoals de Duitsers in dit plan konden lezen, 1070 Nederlandse saboteurs in Zuidoost-Nederland door het verzet worden opgeleid? 'Plan Holland' - èn de droppings van 43 Nederlanders tussen maart 1942 en mei 1943 - vestigden de Duitse aandacht op de kortste weg van Engeland naar Duitsland: via Calais.

Hoets: “Wat meenden de Duitsers toen uit deze SOE-operaties in Frankrijk en Nederland te moeten opmaken? Dat de invasie bij Calais aan land zou komen. Het is de eerste valse wegwijzer geweest waardoor de Duitsers naar de voor hen verkeerde hoek zijn gestuurd.” Deze hypothese is niet met documenten te staven. Alle belangrijke stukken over het Englandspiel bleken direct na de oorlog te zijn verdwenen. Blijft de kwellende vraag of 'opoffering' van eigen agenten moreel geoorloofd is. De vooraanstaande en integere Nederlandse verzetsman wijlen jonkheer P.J. Six zei tegen de parlementaire enquêtecommissie, die deze mogelijkheid onderzocht: “Als men werkelijk meende daardoor zulke grote groepen eenheden in het Westen te kunnen binden en daardoor het Russische front belangrijk te kunnen ontlasten, dan is het, militair gesproken, misschien ook zelfs geoorloofd en verantwoord.” Eén van de opstellers van het invasie-operatieplan, de Britse generaal Sir Frederick Morgan, verwoordde later waarom misleiding een bittere noodzaak was. D-Day had volgens hem aan een zijden draad gehangen: “Het was op het nippertje, verdomd op het nippertje, het meest op het nippertje wat je ooit hebt meegemaakt”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden