Lisdodden en waterbuffels in de veenwei

Een rietsnijder in de omgeving van Sint Jansklooster, in de Kop van Overijssel, sjouwt net gemaaid riet om het te sorteren en andere planten eruit te kammen. Het seizoen - van half december tot begin april - is bijna ten einde, want het riet moet worden gemaaid voordat de watervogels op de rietvelden gaan broeden. Beeld ANP

De Nederlandse veenweiden dalen en dalen. De enige oplossing: nat boeren. Dat moet een proefproject in Noordoost-Friesland duidelijk maken.

Sloten, sappig gras, schapen en een windmolen in de verte. Het Bûtenfjild in Noordoost-Friesland oogt oer en oer-Hollands. Toch zal dit plaatje voor het eind van de eeuw onherroepelijk verdwenen zijn, waarschuwt Jasper van Belle, ecoloog en docent-onderzoeker bij Hogeschool Van Hall Larenstein. In plaats daarvan komen wuivende rietvelden, drassige veenmosakkers of misschien zelfs rijstteelt. Want willen de Friese veenweideboeren het hoofd boven water houden, dan is natte landbouw onvermijdelijk, letterlijk en figuurlijk.

Onder onze laarzen ligt namelijk nog maar zo’n vijftig centimeter veen. Een fractie van de vijf tot tien meter die hier ooit lag, voordat de ontwatering begon. “Het broekbos daar”, wijst Van Belle naar een duidelijk hoger gelegen deel. “Dat was ooit het moerassigste, laagste punt hier. Omdat het zo lastig te ontwateren was, is het nooit in gebruik genomen.”

Het veen van het Bûtenfjild is de afgelopen eeuwen met een centimeter per jaar gedaald. De lage waterstand, nodig om te kunnen ploegen, zaaien en oogsten, zorgt voor inklinking en continue ‘veenverbranding’. Wanneer veen droogvalt, komt er zuurstof in de bodem en breken de oude plantenresten af tot CO2. Het Bûtefjild is dus grotendeels in de lucht verdwenen – wat flink bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Een hectare ontwaterd veen stoot per jaar evenveel kooldioxide uit als een auto die drie rondjes om de aarde rijdt.

De krappe meter veen die nu nog rest in het Bûtenfjild, is zonder tegenmaatregelen voor 2100 verdwenen. Voor de boeren is dat niet per se een probleem. Want ook op de onderliggende zandgrond kun je met genoeg mest schapen of koeien weiden. Maar het betekent nóg een extra meter bodemdaling, terwijl de zeespiegel gestaag stijgt. De kosten voor bemaling rijzen de pan uit en zout kwelwater dreigt de polders in te dringen. “Maar ook ecologisch heeft de regio een probleem”, stelt Van Belle. “De vegetatie zal zonder het veen drastisch veranderen.”

Veenaangroei

De mogelijke oplossing heet paludicultuur (palus is Latijn voor moeras) en ligt voor onze voeten. Indrukwekkend is het nog niet. Het proefveld lijkt op een ondergelopen maïsperceel kort na de oogst. Maar de stoppels blijken wortelstokken van de grote lisdodde, de oeverplant bekend van de dikke ‘sigaren’. Ze zijn tweehonderd meter verderop uitgestoken langs de rand van de boezem door twintig studenten van het mbo-watermanagement & milieu in Leeuwarden. Vervolgens zijn ze op een bootje naar dit weiland gebracht.

De wortelstokken staan in slordige rijen in een ondiepe vijver van tien bij honderd meter. “Deze zomer kun je er niet meer overheen kijken”, belooft ecologisch onderzoeker Ivan Mettrop van adviesbureau Altenburg & Wymenga. “Elke wortelstok zorgt voor drie of vier stengels van minstens een meter hoog en ze breiden zich ook snel uit over de bodem.”

De oogst van dit jaar zal eindigen als tafel of stoel. Lisdodden zijn eenvoudig samen te persen tot biolaminaat waar lokale meubelmakers mee aan de slag gaan.

“Maar lisdodden zijn ook erg in trek als isolatiemateriaal”, vertelt Mettrop terwijl hij een stengel doorbreekt om de luchtkamertjes binnenin te laten zien. De lisdodden zijn juist gekozen omdat ze economisch veelbelovend zijn. Ze kunnen ook dienen als veevoer of biobrandstof. En de wortels zijn eetbaar, in Frankrijk gelden ze zelfs als delicatesse. Later volgen ook nog experimenten met het kleine kroosvaren, “perfect veevoer”. Het plantje kan tussen de lisdoddenstengels groeien voor een dubbele oogst.

Paludicultuur Beeld Sander Soewargana

Een landschap van wuivende lisdodden betekent geen CO2-uitstoot maar CO2-opslag, en veenopbouw in plaats van bodemdaling, aldus Christian Fritz, senior onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Fritz zal in het Bûtenfjild gasmetingen doen. “Het hoge water voorkomt verdere veenafbraak. Bovendien halen lisdodden veel nutriënten uit het water, dat remt de algengroei en daarmee methaanuitstoot.” Fritz schat de winst in op 10-25 ton CO2 per hectare. En metingen in Duitsland aan lisdoddenweiden laten centimeters veenaangroei zien binnen vijftien jaar.

Maar voor de Friezen is de paludicultuur vooral een overlevingsstrategie. Het proefveld is onderdeel van het initiatief ‘Better Wetter’ dat Noordoost-Friesland economisch perspectief moet bieden én een oplossing voor klimaatverandering. Mettrop: “Lisdoddenweiden kunnen flinke buien bergen en als extra waterbron dienen bij de langere droge periodes.”

Vogeloase

Ook in het Ilperveld (Noord-Holland), Zegveld (Utrecht) en Bargerveen (Drenthe) lopen proefprojecten met paludicultuur om bodemdaling tegen te gaan. In Nationaal park De Groote Peel in Noord-Brabant gaat natte landbouw een overgangszone vormen tussen het natte, beschermde veengebied en omliggende landbouwgronden. Lisdodden verschalen de grond. Met de oogst verdwijnt veel stikstof en fosfaat en krijgt de oorspronkelijke vegetatie weer een kans.

Noordoost-Duitsland startte vijftien jaar geleden al met paludicultuur, weet Fritz. Het Duitse staatsbosbeheer zet jaarlijks 500 hectare veenweiden om in Elzenbos dat duurzaam hout oplevert en carbon credits (CO2-rechten). En bedrijven kweken op zo’n 20-30 hectare veenmos. Dat is een goede vervanger van potgrond of substraat in groente- en bloementeelt. Maar natuurwetten blijken een groot obstakel voor echte paludicultuur. “De waterstand is omhoog gegaan, het veen groeit aan, maar oogsten mag niet. Een mix van landbouw- en natuurbestemming past niet in de Duitse wetgeving.”

Mettrop herkent het probleem. “Dit veld is het enige stukje Bûtenfjild waar geen weidevogelbescherming op zit en paludicultuur mogelijk is.” Nogal paradoxaal, vindt hij, want het lisdoddenveld is straks een oase voor vogels. “Ganzen proberen we eruit te houden omdat ze de jonge scheuten opeten, maar de rest is juist welkom.”

Rijstteelt

Fritz ziet ook toekomst in Nederland voor drassige veenmosakkers waar waterbuffels grazen. Van Belle vindt een combinatie van lisdodden met viskweek interessant. “En je kunt kijken naar voedselgewassen. Nu is het nog te koud voor rijstteelt, maar dat kan anders worden door een warmer klimaat en aangepaste rassen.”

Het mag allemaal utopisch klinken. Het is minder onrealistisch dan doorgaan met pompen-of-verzuipen, benadrukt hij. “Dat is echt een doodlopende weg. Ik merk gelukkig dat die urgentie steeds meer wordt gevoeld hier.”

Fritz: “Mij wordt vaak sceptisch gevraagd: wat levert dat nou op, die paludicultuur? Maar laten we nu eens de vraag omdraaien: wat kost landbouw op het veen nu? In gebieden als deze kom je al snel uit op duizenden euro’s per hectare voor het ontwateren, de CO2-uitstoot, schade aan wegen door bodemdaling etc. Hoe rendabel is dat? Voor die prijs kun je ook andere keuzes maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden