Linkse rakker vindt rust

Geert Straetmans 1955-2016 Hij was een doorzetter. Steeds zocht hij een nieuwe weg, vanuit een ongebruikelijke hoek. En net zo zuinig als zijn vader de kruidenier.

Toen hij besefte dat hij niet lang meer had, misschien weken of enkele maanden, besloot hij te breken met een lang gekoesterd principe. Hij zou gaan trouwen met de vrouw die hij 29 jaar had liefgehad. Altijd had hij zich verzet tegen het huwelijk. Dat vond hij een symbool van afhankelijkheid en dus ongelijkheid.

Hoeveel opvattingen uit zijn jonge jaren hij ook had laten varen in de loop der tijd, zijn bezwaar tegen het huwelijk bleef onwrikbaar tot vlak voor zijn einde. Het huwelijk van zijn ouders was geen aanlokkelijk voorbeeld geweest.

Geert Straetmans groeide met drie zussen op in het Brabantse Cuijk. Zijn vader had een kruidenierszaak, maar werd al jong afgekeurd om te werken. Hij kwam thuis te zitten, waar het niet boterde met zijn vrouw. Hij woonde boven, zij beneden.

Geert wilde missionaris worden, ergens ver weg. Op z'n twaalfde ging hij naar het kleinseminarie van de missie-paters van Scheut in Vught. Daar sloofde hij zich uit. De leerlingen mochten er niet midden in de gang lopen, maar langs de kant. Geert maakte er een punt van om strak langs de plinten te lopen. Hij wilde nooit op een fout worden betrapt, een trekje dat hem bleef kenmerken.

In de weekeinden bleef hij op het internaat, want thuis had hij weinig te zoeken. Maar het beviel hem toch niet. Op z'n veertiende ging hij naar een gewoon gymnasium in Boxmeer, maar daar vonden ze hem te lastig, en hij verkaste naar een havo in Nijmegen. Zo jong als hij was, woonde hij zelfstandig op kamers.

In 1973 ging hij naar de sociale academie De Nijenburgh in Baarn, en hij ging samenwonen met zijn vriendin Margré. Toen de opleiding naar Culemborg verhuisde, gingen zij mee.

Sociale academies waren populair in die tijd. Jongeren eisten ingrijpende veranderingen in de samenleving, en studenten van sociale academies zouden het voortouw nemen.

Geert was, zoals het daar hoorde, links, vegetariër en pacifist. Hij zou in het sociaal-cultureel werk als het ware missionaris in eigen land worden. Maar het liep anders. Margré werd zwanger. Daar hadden ze niet op gerekend. Ze dubden over abortus, maar kozen voor het kind. Toen hun zoontje Mare werd geboren in 1977, maakte Geert hem tot het middelpunt van zijn leven.

In datzelfde jaar studeerden ze af en Geert moest in militaire dienst. Als pacifist koos hij voor vervangende dienst, maar hij wilde dat alleen in deeltijd doen, vanwege het kind. Dat was nooit eerder vertoond, maar hij wist het voor elkaar te krijgen. Bij hoge uitzondering werd hij schoonmaker op zijn eigen sociale academie.

Hij merkte dat de studenten op hem neerkeken. Als ze hun peuken naast de afvalbak gooiden, ruimde hij die zonder morren op. Nog altijd wilde hij geen fout maken, geen verwijten uitlokken.

Margré vond een voltijdbaan bij een buurthuis in Utrecht en later ging ze verder studeren voor vroedvrouw in Amsterdam. Ze was weinig in Culemborg. Geert deelde de zorg voor Mare met huis- en buurtgenoten. Met heel weinig geld moesten ze rondkomen.

Geert was van nature zuinig en hij schreef zijn uitgaven nauwgezet op. Dat kruideniersgedrag had hij van zijn vader, zei hij. Het was vaak zilvervliesrijst met witte bonen zonder tomatensaus, en natuurlijk geen vlees. De schoolarts had kritiek, maar Mare groeide gezond op.

Het werd iets minder krap toen Geert na zijn diensttijd een baan vond als ambtelijk secretaris van een ondernemingsraad in Utrecht voor twintig uur per week. Hij was goed in analyseren en argumenteren, daar was hij bedreven in geraakt om voor zichzelf op te komen. Met dat talent wilde hij iets doen. Een rechtenstudie paste hem. Acht jaar lang ging hij daarvoor 's avonds naar Utrecht.

Toen Margré klaar was met haar studie, begon ze een praktijk als vroedvrouw in Gouda. Daar trok Geert ook heen met Mare. Ze kwamen in een woongroep aan de Turfsingel met veertien gelijkgezinden. Zijn zoon kreeg er vele ouders bij. Toen de jongen een speelgoedpistool wilde, moest hij zijn pacifistische vader ompraten. Het compromis was dat Geert zelf een houten geweertje maakte dat wel iets weg had van het gebroken geweer, het pacifistische symbool.

Geert was stomverbaasd toen hij verliefd werd op een vrouw in de woongroep. Hij wist niet wat hem overkwam, want hij hield veel van Margré. Hij betrok met zijn nieuwe liefde Yvonne Pont een rijtjeshuis in de nieuwbouwwijk Goverwelle in Gouda.

Zijn zoon had er aanvankelijk moeite mee dat zijn ouders uit elkaar gingen. Maar toen Margré in 1993 plotseling overleed aan een hartstilstand, kwam de 16-jarige jongen bij zijn vader wonen en aanvaardde hij Yvonne als de nieuwe partner van zijn vader.

Geert was inmiddels jurist. Hij werkte voor een landelijke organisatie van zorgverzekeraars. Een fijne baan, vond hij, met een keurig salaris en een auto voor de deur om te forenzen. De linkse rakker van weleer deed zijn best op kantoor. Maar hij bleef vegetariër en zuinig. Befaamd werd zijn uitspraak "Ik heb zoveel spaargeld dat ik alles kan kopen als ik het maar niet doe".

In 2004 vertrok Geert als bedrijfsjurist naar zorgverzekeraar VGZ. Een fusie met een andere verzekeraar was mislukt en Geert kreeg de taak om de ondernemingen te ontvlechten. Lastige klussen deed hij graag. Dan kon hij zijn creativiteit kwijt: "Bekijk het eens vanuit een ongebruikelijke hoek", zei hij vaak.

Toen hij met Yvonne een eigen vakantiehuis zocht, trok hij met een passer een cirkel op de kaart met een straal van vier uur rijden vanaf Gouda. Daarbinnen vonden ze in 2008 een woning in het stadje Gerolstein in de Eifel. Eens in de veertien dagen waren ze daar een lang weekeinde om te wandelen en te fietsen. Vrienden mochten het huis ook gebruiken. Geert was royaal. Maar als hij zoiets als gereedschap uitleende, maakte hij wel sluitende afspraken voor als er iets kapot zou gaan. Dat moest de vriendschap goed houden. Hij bleef een jurist. En hij bleef argumenteren, vaak met een priemende vinger tikkend op het tafelblad. Hij was niet makkelijk van z'n stuk te krijgen.

Hij moest even wat wegslikken toen zijn zoon Mare ging trouwen; zijn bezwaren tegen de huwelijkse staat had hij niet kunnen overdragen. Maar hij was enthousiast over zijn schoondochter Kristin en dolgelukkig toen er kleinkinderen kwamen.

Twee jaar geleden kreeg hij pijn in zijn botten. Het bleek ernstig: myelofibrose, een woekering van bindweefsel die bloedproblemen veroorzaakt. Hij onderging een stamceltransplantatie, chemotherapie en tientallen bloedtransfusies. Geert ging altijd uit van het slechtste, dan kon het alleen maar meevallen. Tijdens zijn ziekte was hij juist een optimist en viel het steeds tegen.

Op 18 juni kreeg hij in het Rotterdamse ziekenhuis te horen dat alles vergeefs was geweest. Diezelfde avond besloot hij te trouwen met Yvonne. Dat was makkelijker met het huis in Duitsland als erfenis, zei hij als jurist. Toch werd het geen vluggertje op het gemeentehuis. Het werd een echt feest, waarop hij verscheen in pak met een strooien hoed zwierig op zijn kaal geworden hoofd. Dat was op 8 juli. Een week later zei hij: "Ik ben wakker geworden zonder hoop". Niemand sprak hem tegen. Dat luchtte hem op. "Ik hoop dat het netjes gaat."

Geert Straetmans werd geboren op 29 januari 1955 in Cuijk. Hij stierf op 8 augustus 2016 in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden