Linkse hoek van Spaans rechts in het gevecht met González

MADRID - Een bizar schouwspel, zo'n monsterverbond dat de laatste weken, zeg maar maanden, bezig is de poten onder de stoel van de Spaanse premier, Felipe González, weg te zagen.

Om beurten en om het hardst roepen parlementariërs van de ex-communistische Izquierda Unida (IU) en de conservatief-rechtse Partido Popular (PP) de socialistische bewindslieden - González voorop - ter verantwoording over schandaal zus of affaire zo.

Recentelijk - met de berichten dat de regering begin jaren tachtig actief betrokken was bij duistere operaties van de clandestiene anti-Eta doodseskaders Gal, Grupos Antiterroristas de Liberación, is het overigens voornamelijk de IU, die González en de zijnen het vuur aan de schenen legt.

Want het moet gezegd, de PP is als rechts-étatistische partij voor sterk staatsgezag, en als verre nazaat van het franquisme diep in het hart nooit ongelukkig geweest met de contra-terreur van de Gal tegen de Baskische afscheidingsbeweging Eta, die tussen '82 en '87 tientallen slachtoffers eiste.

Maar voor het overige trekken PP en IU broederlijk ten strijde tegen de premier en zijn Partido Socialista Obrero Espagnol (PSOE). De sociaal-democratische voorzitter van de Cortes, Felix Pons, kon bij de zoveelste gecoördineerde vragen van PP en IU-parlementariërs niet nalaten te sneren of de heren weer samen El Mundo hadden gespeld. El Mundo, het genadeloze anti-González dagblad, levert dagelijks zo'n vijf pagina's 'anti-PSOE-nieuws' met al dan niet gegronde onthullingen over corruptie, bedrog, fraude, dubbelspel, desinformatie en falikant verkeerd beleid van de regering. Onder aanvoering van hoofdredacteur Pedro 'Gota' Ramirez en onder het motto 'González moet weg, el porco gobierno, die zwijnentroep'.

Over de strategie en kwaliteit van El Mundo versus González wil PP-afgevaardigde Guillermo Gortázar moeilijk iets zeggen: vrije pers en zo, maar die journalistieke kruistocht komt de PP, waarvoor hij als Barcelonese afgevaardigde in de Cortes zit, niet slecht uit.

Anders ligt het met het politieke monsterverbond tussen de PP en IU. “We hebben één gemeenschappelijke vijand, Felipe González, en die bestrijden we op constitutioneel gebied, zoals met de Gal, en in al die corruptie-affaires”, zegt hij. “Maar daar houdt het op. Op economisch terrein, de belastingen, sociaal gebied, internationale aangelegenheden zoals de Europese Unie verschillen de PP en IU hemelsbreed.”

Dat IU op haar congres in december, de PSOE als 'te kloppen vijand' heeft uitgeroepen, en zich opvallend onthield van aanvallen op de PP, is logisch, vindt Gortázar. IU moet links van de PSOE zien te scoren, en dus stelt IU-leider Julio Anguita de PP en de Psoe op één lijn, als rechtse partijen.

Zelf plaatst hij de PP in het rijtje liberaal-conservatieve partijen, à la de Britse Conservatieven - onder Margaret Thatcher wel te verstaan. De kritiek dat de PP, ondanks de problemen waarin de PSOE zich heeft gewerkt, niet echt munt weet te slaan uit de politieke situatie en zich beperkt tot de cultuur van het 'nee', omdat de partij in essentie toch niet veel anders heeft te bieden, verwerpt hij.

Toch komt hij bij bespreking van de economie niet verder dan de geijkte verwijten die zowat elke sociaal-democratische regeringspartij voor de voeten krijgt: verlammende belastingdruk, vooral bij de hogere inkomens; verfoeilijk interventionisme, de staat als 'Albedil', die op alle terreinen van de samenleving een vinger in de pap wil houden; verder maken de loodzware sociale lasten en een rigide bureaucratie het de Spanjaarden moeilijk om een bedrijfje te beginnen.

Gortázar: “Dit is een van de redenen van de hoge werkloosheid, meer dan twintig procent, terwijl Spanje toch niet in zo'n enorme economische crisis verkeert. Het is een jonge, rijke natie, het leven is niet zo slecht. Maar veel Spanjaarden leven op te grote voet, dat is ze in die twaalf jaar dat González aan de macht is, met de paplepel ingegoten.”

De populariteit van de PP en haar leider José Maria Aznar - in de opiniepeilingen ligt de PP flink voor op de PSOE - komt volgens hem vooral doordat de mensen González na ruim 12 jaar meer dan zat zijn. En Aznar staat te trappelen om het roer over te nemen. “Eind '93 gaven ruim negen miljoen mensen González nog drie jaar, achtenhalf miljoen mensen stemden toen PP. Die verhoudingen liggen nu heel anders, dat bleek al bij de Europese verkiezingen in juni '94. De mensen willen verandering, el cambio, laat die er dan ook komen.”

Een ander 'pre' voor de PP is dat de PSOE intern ernstig verdeeld is tussen de 'hervormers' rondom González en de orthodoxen van diens vroegere politieke tweelingbroer, Alfonso Guerra. Om nog maar te zwijgen van alle gevallen van corruptie en 'vuil spel' zoals met de Gal, wat trouwens het hele politieke spectrum schade berokkent, vindt hij: “De mensen denken nu dat alle politici corrupt zijn, maar de socialisten zijn nu twaalf jaar aan de macht, dus hen treft de grootste verantwoordelijkheid. Zij hebben immers de macht, het geld, de relaties.”

Opvallend hierbij is dat het PP-kopstuk Manuel Fraga - minister onder generalissimo Franco en mede-oprichter van de PP - zich onlangs nogal mild uitliet over de door de 'affaires' geteisterde PSOE. Hij zei dat de corruptie diep in het Spaanse leven zit geworteld, en niet alleen in de PSOE. Gortázar: “Fraga wil een soort Franse oplossing, een herziening van de wetgeving op de partijfinanciering, en daaraan gekoppeld een algehele amnestie. Maar dat is niet de visie van de PP. Fraga spreekt voor zichzelf, als senior politicus. Hij is een referente, zijn opinies zijn belangrijk, maar hij is niet meer het gezicht van de PP. Wel de vader ervan, van Spaans rechts. Nee, Godfather gaat te ver.”

Wie Fraga noemt, denkt toch meteen aan de Franco-periode. Volgens Gortázar is dit echter nauwelijks meer een issue in de Spaanse politiek. “Alleen in Baskenland en Catalonië speelt dit nog, het wordt uitgebuit door de partijen die daar aan de macht zijn, de PNV en de CiU. Dat zijn centrum-rechtse partijen die bang zijn stemmen te verliezen aan de PP. Daarom proberen ze de mensen bang te maken voor een repressief centralistisch regime in Madrid wanneer de PP aan de macht zou komen. Dat is onzin, kijk naar andere autonome gebieden, zoals de Balearen, Galicië, waar Fraga president is, daar regeert de PP, en er is geen sprake van verminderde autonomie. Nee, Franco en de historie spelen geen rol meer.”

Oh ja, natuurlijk, González hamert er nog steeds op, en de herinneringen aan die traumatische burgeroorlog en de daarop volgende dictatuur zijn uiteraard niet weggewist, zegt de 44-jarige hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Madrid. En misschien geldt dat nog het meest voor het arme platteland, Estramadura en Andalusië, maar 'het spook van het franquisme' waart niet meer door Spanje. Gortázar: “González trachtte het nog op te roepen bij de Europese verkiezingen. En we wonnen met tien procent verschil van de PSOE. Het werkt dus niet meer. De oorlog, de dictatuur is echt voorbij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden