Links gooit met modder over het armoedebeleid

De kritiek op het armoedebeleid van de regering is niet terecht. Den Haag doet al veel, nu zijn de gemeenten aan de beurt om actief hulp te bieden.

De hardnekkige en langdurige armoede daalt. Nederland steekt gunstig af bij de andere EU-landen. Toch liet de linkse oppositie, inclusief de ChristenUnie, tijdens de algemene beschouwingen niet na te benadrukken dat de armoede ongekende vormen aanneemt. De opvattingen van de oppositie zijn eenvoudig en schematisch: de solidariteit is verdwenen en de verschillen tussen arm en rijk zijn levensgroot. De schuldige van al dit leed is volgens hen eenvoudig te traceren: de kabinetten-Balkenende.

Die voorstelling van zaken klopt niet. Want wat is de omvang van de gesignaleerde armoedeproblematiek? De critici baseren zich op gegevens in de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Hierin staat dat 10,5 procent van de huishoudens in 2005 moet rondkomen van een laag inkomen. Dat zijn er bijna 2 procent meer dan in 2002, maar circa 5 procent minder dan in 1995. De Armoedemonitor beweert niet dat deze groep integraal uit arme huishoudens bestaat. Een flink aantal mensen met lage inkomens weet binnen enkele jaren de inkomenspositie te verbeteren.

Echte armoede is dus niet hetzelfde als het simpelweg beschikken over een laag inkomen. Onderzoek wijst uit dat het moeilijker wordt om rond te komen als men langer dan drie jaar is aangewezen op een krappe beurs. Versleten huisraad is aan vervanging toe en zonder spaargeld is dat niet eenvoudig.

Opmerkelijk is de belangrijke – en vrijwel nooit geciteerde – conclusie uit de Armoedemonitor dat juist die hardnekkige en langdurige armoede al jarenlang gestaag daalt. In dit opzicht brengt Nederland het er in de EU, samen met Denemarken en Finland, het beste van af. De onlangs verschenen ’Inventarisatie Armoedebeleid G 27’ meldt dat gemeenten 10 procent minder hebben uitgegeven aan de langdurigheidtoeslag voor bijstandsgerechtigden dan voorzien. Dat klopt dus precies met deze waarneming van het SCP.

Toch dringen velen aan op meer overheidsgeld voor de bestrijding van de armoede. Is dat wel een reële opstelling?

In de eerste plaats kunnen uitkeringen alléén en allerlei extra’s mensen nooit uit de sfeer van tijdelijke en langdurige armoede halen, ook al moet een fatsoenlijk inkomensniveau natuurlijk gegarandeerd zijn. Belangrijk is vooral een reguliere baan met een regulier inkomen. Met gerichte en goed georganiseerde ondersteuning is dat voor veel meer mensen haalbaar dan iemand ooit bij de invoering van de Wet werk en bijstand in 2004 had durven dromen. Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, is het aantal bijstandsgerechtigden spectaculair gedaald. Ook in de economisch magere jaren die achter ons liggen.

Dat betekent echter niet dat we er zijn. Er blijft een groep van meest kwetsbaren over. Dat stelt extra eisen aan het beleid. Voor die groep – daklozen, zwervers, mensen met een indringende persoonlijke problematiek – is een reguliere baan zelden een haalbare kaart. Dat maakt dat sociale diensten, hulpverleners met weerbarstige problemen te maken hebben. Maar dat mag de ambitie om het leed te verzachten niet ondergraven.

Het kabinet wil zoveel mogelijk mensen buiten de bijstand en uit de buurt van armoede houden. Regelingen zijn verbeterd. Met de invoering van het toeslagensysteem krijgen mensen met een laag inkomen ondersteuning (zorgtoeslag, kindertoeslag en straks ook de huurtoeslag, de verhoging van de kinderbijslag en de kinderkorting en de tegemoetkoming buitengewone uitgaven). Via de belastingdienst ontvangt men automatisch en overzichtelijke de toeslag en tegemoetkoming waar men recht op heeft. Vanwege een voortdurende stijging van vaste lasten en hoge kosten voor kinderen en ziektekosten is het nodig dat dit beleid wordt voortgezet en uitgebreid. Wanneer mensen langdurig met hogere lasten te maken hebben dan hun inkomen kan dragen, gaat het op zeker moment mis. Een passende (betaalbare) woning en een goede huur-, kinder- en zorgtoeslag zijn een oplossing.

Het lokale armoedebeleid is er dan voor bedoeld om bij te springen in bijzondere situaties. Voor de gemeenten ligt er de uitdaging om een steeds moeilijker te bereiken groep mensen ook daadwerkelijk te gaan opzoeken.

De gemeenten kunnen de vele eigen regelingen en doelgroepen vereenvoudigen. Wat de gemeente kan en de rijksoverheid niet, is mensen in langdurige en bijzondere omstandigheden opzoeken. Dat vraagt om minder beleid en meer medewerkers, met name maatschappelijk werkers, die echt op pad gaan. Het is beter daarin energie te steken dan in het uitdragen van sombere en fictieve beelden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden