Links, dwars en eigenzinnig

Hij wilde de maatschappij veranderen, te beginnen met zijn eigen landbouwhogeschool. Hij maakte er weinig vrienden mee.

Tijdens het televisienieuws zat hij steevast te foeteren op het rechtse kabinet. Ook al was hij 83, zijn linkse overtuigingen hadden niets aan kracht verloren. Zijn vrouw Janneke had weleens genoeg van zijn gemopper voor de tv: "Dat hoef je mij allemaal niet te vertellen, mij hoef je niet te overtuigen".

Maar hij trok er niet meer op uit om anderen tot verandering aan te zetten. Dat had hij genoeg gedaan in zijn leven. Hij was vaak rebels geweest, sjorrend aan vastgeroeste ideeën en praktijken. Een koppige man. Eigenzinnig volgens de een, eigenwijs volgens de ander.

De laatste jaren was hij wat verstild. Hij genoot van zijn kleinkinderen en van de natuur. Wolkenluchten fascineerden hem en hij fotografeerde de steeds wisselende vormen en sferen met zijn camera, die nog met filmrolletjes werkte. Nog altijd maakte hij veel aantekeningen, niet langer over politieke kwesties, maar voor haiku's, puntige verzen van drie regels naar Japans model. En hij probeerde zijn jeugd te reconstrueren, vooral de oorlogsjaren die vaak angstig waren in Wageningen, waar hij opgroeide.

Wouter Douma was geboren in Maastricht. Zijn vader, Sybrand, afkomstig uit Leeuwarden, had na zijn ambachtelijke opleiding meubel- en instrumentmaken, in het midden van de jaren twintig werk gevonden bij het toenmalige Rijkslandbouwproefstation in Maastricht. Daar trouwde hij met een meisje, Cornelia, die net als hij, lid was van de kleine gereformeerde gemeenschap in Maastricht. Sybrands werk werd in 1932 overgeplaatst naar Wageningen, en het gezin met twee jongetjes verhuisde mee. Wouter zou er zijn leven lang blijven wonen.

Zijn jongensjaren waren zorgeloos, ondanks de lange crisis van de jaren dertig. Hij herinnerde zich wel de zorgelijke gezichten van zijn ouders toen er een brief was gekomen waarin salarisverlaging werd aangekondigd. Zijn vader verdiende toch al weinig als onderzoeksassistent bij de Landbouwhogeschool. Op het schoolplein speelden ze met groenteblikjes aan een touwtje, met een klosje aan de bodem. Als je aan het klosje draaide, hoorde je de kanonnen van de Spaanse burgeroorlog, zeiden ze tegen elkaar.

Zijn moeder was erg bezorgd over hem, want hij had last gehad van hardnekkige bronchitis, waarvoor nog geen geneesmiddel bestond. Dus mocht hij zich niet, zoals ze zei, 'in het zweet jagen'. Als hij toch heel druk had gevoetbald dan koelde hij zijn rode konen af door ze tegen de winkelruit van de kruidenier te houden, voordat hij zijn moeder onder ogen durfde komen.

Zijn voetbalgekte was eigenlijk onbehoorlijk in protestantse kring. Maar zijn vader zat net als Wouter aan de radio gekluisterd als er een belangrijke wedstrijd werd gespeeld. Ze waren thuis niet zo zwaar. Anders dan veel gereformeerden, die op zondag twee keer naar de kerk gingen, sloegen zijn ouders de middagdienst vaak over. Wouter en zijn broertje Eelko hoefden ook niet alle ochtenddiensten mee. "De preek begreep ik niet, en de rest deed me niks", zei Wouter later.

Op school deed hij het goed. Hij zou naar de hbs gaan, terwijl zijn meeste klasgenoten, die uit de arbeiderswijk in de buurt kwamen, automatisch naar de ambachtsschool werden gestuurd. Op de middelbare school was hij geen uitblinker meer. Hij moest flink aanpoten.

Hij was net twaalf geworden toen de Duitsers binnenvielen. De Wageningers werden geëvacueerd omdat de Grebbelinie dichtbij was. Achter die lijn werd het land onder water gezet om Holland te verdedigen, volgens een eeuwenoud plan. Maar de nieuwe vijand vloog op 10 mei 1940 gewoon over het water heen.

Toen ze na vijf dagen oorlog terug naar huis mochten lag Wageningen grotendeels in puin, maar hun huis was heel gebleven. Met een rode wollen draad en spelden hield Wouter het verloop van de strijd bij op de kaart van Europa. Ze luisterden heimelijk naar de BBC om informatie te krijgen.

Vaak kwamen er zware bommenwerpers over, op weg naar Duitsland. Het Duitse afweergeschut in de buurt bezorgde Wouter angstige momenten. Maar het leven ging door. Na de tweede klas op het lyceum koos hij voor de gymnasiumkant.

De Slag om Arnhem in september 1944 veranderde het leven drastisch. Met vele anderen vluchtten ze weg. Zeven maanden lang bivakkeerden ze bij een boer in de buurt van Barneveld. Toen ze na de bevrijding terugkeerden, was hun huis zwaar beschadigd en geplunderd. Toch was het een vrolijke tijd. Die zomer was vol feesten. De meisjes droegen vrolijke jurken, gemaakt van de zijden parachutes die waren achtergebleven na de luchtlandingen. Wouter werd getroffen door hevige verliefdheden. De eerste diepe kus in het maanlicht op de Wageningse berg bleef hem altijd bij.

Hervormden en gereformeerden gingen voor het eerst gezamenlijk naar de enige protestantse kerk die nog bruikbaar was. Wouter ging naar Jeugd en Evangelie, waar ze discussieerden over bijbelse en ook politieke onderwerpen, zoals de onafhankelijkheid van Indonesië. Bij die vereniging zou hij veel later zijn vrouw Janneke ontmoeten. Toen was hij al 32, en afgestudeerd aan de landbouwhogeschool.

Eigenlijk had hij in Utrecht sociologie willen studeren, maar zijn vader had geen geld om hem daar te huisvesten. Studiebeurzen waren er nog niet. Dus werd het agrarische huishoudkunde in Wageningen. Hij voltooide zijn studie cum laude en ging meteen door naar zijn proefschrift: een onderzoek naar veranderingen in gezinnen in de agrarische gebieden rondom het vooruitstrevende Arkel en het behoudende Kedichem. Hij deed er zes jaar over. Met zijn perfectionisme maakte hij het zichzelf moeilijk. Het was een zware bevalling. Uiteindelijk vond hij zijn bestemming in bestuurlijk werk.

Als student was hij kritisch en flink links. Dat was bijzonder in Wageningen. In de grote steden kwamen studenten eind jaren zestig in opstand, maar de landbouwhogeschool bleef een kalm bolwerk van de zonen van herenboeren. Wouter richtte een dwars blaadje op, de Belhamel, en daar maakte hij vijanden mee. Hij kwam in faculteits- en hogeschoolraad namens PP, Progressief Personeel. Pas begin jaren tachtig werden de Wageningse studenten roerig. Wouter steunde de 'Wageningse Lente', ook al was hij, als enige gekozene, lid van het driekoppige bestuur. Als koppige eenling had hij een zware tijd in dat bestuur. Bij een bezetting van het hoofdgebouw wilden de studenten alleen praten met die 'linkse Douma'. Zijn tienerzonen Paul en Eelco gingen eens kijken bij die bezetters en ze zagen dat er een onbeschrijflijke troep was gemaakt. Toen schaarde Wouter zich achter zijn beide collega's die ontruiming wilden. Met pijn in zijn hart stemde hij in met de inzet van de ME. Hij was een 'verrader', vonden de studenten. 'Douma rot op', stond er op een spandoek.

Ook al stond hij vaak alleen, hij wist zich wel te handhaven als gekozen bestuurder. Onder hoogleraren maakte hij geen vrienden. Na zijn tweede termijn rekenden ze met hem af. Hij zou bijzonder hoogleraar worden, maar die benoeming kwam nooit rond. Dat vond hij vreselijk.

De hogeschool ging zich universiteit noemen en nam ook commerciele opdrachten aan. Wouter zag daarvan wel de noodzaak, maar hij voelde zich er niet meer thuis. In 1989 hield hij het voor gezien en ging met vervroegd pensioen.

Hij had toen meer tijd voor kerkelijk werk. Erg traditioneel gelovig was hij niet, maar hij zag dat de kerk een belangrijke maatschappelijke rol kon spelen, als instrument voor verandering. Hij zette zich in voor het studentenpastoraat en het oecumenisch arbeidspastoraat. De kerkfusie die leidde tot de Protestantse Kerk in Nederland steunde hij van harte. Hoe kon het ook anders: hij was sinds 1961 getrouwd met de dochter van een hervormde dominee (die niet blij was met zo'n gemengd huwelijk).

Wouter trapte op gevoelige tenen toen hij voorstelde om de onpraktische Bevrijdingskerk, die net was gerenoveerd, af te breken. Dat viel helemaal verkeerd. De kerk is een symbool van de wederopbouw van Wageningen. Wouter stond weer eens alleen.

Een breuk van zijn aorta maakte plotseling een eind aan zijn leven. Rigoureus, dat paste bij hem.

Wouter Hugo Douma werd op 2 mei 1928 geboren in Maastricht. Hij stierf op 22 maart 2012 in Wageningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden