Limieten halen of wegwezen

Het krachthonk Beeld Patrick Post
Het krachthonkBeeld Patrick Post

Op Papendal worden jonge talenten tot kampioenen gekweekt. Wie niet doorbreekt, moet weer terug naar zijn ouders.

De weg naar de kamer van baanwielrenster Hetty van de Wouw loopt langs schoenen. Heel veel schoenen. Hink-stapspringer Fabian Florant, achter de rode deur met nummer 299, heeft duidelijk niet genoeg aan de drie haken naast zijn deur. Op de grond liggen nog vier paar op een hoopje. "Sommige gangen zijn heel netjes", vertelt Van de Wouw. "Bij de handbaldames ziet het er altijd keurig uit." Dan, lachend. "Maar het stinkt er wel. Volgens mij hebben handballers een beetje zweetvoeten."

Zelf woont het 18-jarige wielertalent tussen haar eigen soort, de fietsers. Op haar gang maken de BMX'ers er een zooitje van. "Soms staat er van alles in de weg. Fietsen, schoenen, vuilniszakken. Dan klaagt de conciërge over de brandveiligheid en moeten ze opruimen."

Papendal in cijfers
Op Papendal zelf wonen 117 sporters (veelal de talenten van 15 tot en met 18 jaar, maar ook wat senioren), daarnaast is nog een externe woonaccommodatie (Klein Warnsborn). Die ligt vier kilometer van Papendal. Daar wonen nog eens 48 sporters. Er is nog een flat, Het Dorp genaamd, maar die locatie wordt afgebouwd.

De volgende sporten worden beoefend op Papendal: atletiek, badminton, boksen, BMX, baanwielrennen, handbal, handboogschieten, hockey, paralympisch voetbal, korfbal, luchtgeweerschieten, rolstoelbasketbal, snowboarden, paralympisch skiën, tafeltennis, volleybal, wielrennen.

Kipfilet en sandwichspread
Achter de eerste rode deur rechts, met nummer 267 bevindt zich haar domein. Op het naambordje heeft een vriendin een poppetje getekend met krullen: de wilde rossige bos haar van de atlete. De baanwielrenster woont al twee jaar op Papendal, samen met 117 uitverkorenen met talent voor sport.

Aan zo'n twaalf vierkante meter heeft ze precies genoeg. Toen Van de Wouw haar kamer in trok, stonden er alleen een eenpersoonsbed, een bureautje en een kledingkast. Ze heeft het zelf aangekleed met een bankje en een tafeltje met tv. En een koelkast, gevuld met kipfilet en sandwichspread. Op de kastjes staan wat foto's, trofeeën en aan het prikbord hangen medailles en haar weekschema.

Als Van de Wouw uit haar raam - besmeurd met vogelpoep - kijkt, ziet ze links de bomen naast de golfbaan, rechts het restaurant waar ze met haar collega's kan ontbijten, lunchen en dineren. Sporters in alle soorten en maten lopen langs haar huis. Lange dunne vrouwen (volleybal). Grote gespierde mannen (kogelstoten).

Baanwielrenster Hetty van de Wouw in haar kamer in Papendal Beeld Patrick Post
Baanwielrenster Hetty van de Wouw in haar kamer in PapendalBeeld Patrick Post

Vriendschap
Ver weg van de bewoonde wereld, verscholen in het bos, worden talenten tot kampioenen gekweekt. Wie niet naar behoren presteert, moet de vier witte muren met bed, kast en bureau aan een ander afstaan. "Er zijn limieten die je moet halen, voor het EK bijvoorbeeld. Als dat niet lukt, krijg je een gesprek met de coach. Soms vallen er mensen af. Eén meisje lag heel erg achter op mij, terwijl ik ook nog maar derde van Europa werd. Ze is nu gestopt."

Op Papendal zijn vriendschappen relatief, maar Van de Wouw heeft het geluk dat ze goed kan opschieten met twee meiden uit haar groep die het ook goed doen. Het hoofddoel blijft presteren.

Om ervoor te zorgen dat de jonge talenten er geen feest van maken, zijn er regels. Tussen 22.30 en 07.30 moet het stil zijn op de gangen. 's Middags tussen 13.00 en 16.00 mag er geen muziek gedraaid worden vanwege het middagdutje dat sommige huisgenoten nodig hebben.

Zelfstudie
Twee ochtenden per week gaat de baanwielrenster naar school voor haar studie commerciële economie en sportmarketing. De rest is zelfstudie. Alle andere tijd gaat op aan trainen, rusten, eten. Ouders zijn op afstand, dus krijgt de coach een opvoedende rol. Hij moet in de gaten houden of het goed gaat met zijn pupillen. Een studiebegeleider houdt de resultaten op school in de gaten. Als er bijvoorbeeld uitstel voor een toets nodig is, regelt Van de Wouw dat met hem.

Voor problemen van persoonlijke aard kan ze naar haar leefstijlbegeleider toe, een soort surrogaatouder. Met haar bespreekt ze dingen waar ze het moeilijk mee heeft. "Soms moet je even huilen. Een paar jaar geleden is een goeie vriendin van me overleden. Ze kreeg de ziekte van Pfeiffer en ineens werkte haar afweersysteem niet meer. Binnen een paar weken was ze dood. Daar heb ik het wel een paar keer met haar over gehad."

In het weekend gaat Van de Wouw, als ze geen wedstrijden heeft, terug naar het ouderlijk huis in Kaatsheuvel. Daar krijgt ze soms gebakken aardappeltjes, want die staan niet op het menu in het topsportrestaurant. Sportpizza wel. En mayonaise is ook nog te krijgen, maar daar zit wel een zogenaamde 'vettax' op. Fruit daarentegen is spotgoedkoop. Eén cent per stuk.

Inspirerend
Wonen tussen de sporters werkt inspirerend, vindt ze. "Ik woon met drie wereldkampioenen op de gang. Als je ziet dat de mensen met wie je woont het zo goed doen denk je, wauw, dat wil ik ook." Een paar weken geleden zag ze Mart Smeets lopen op het park. En Dafne Schippers, waar ze niet te veel naar probeert te staren, ziet ze ook heel vaak. "Ze heeft al heel veel bereikt. Iedereen kent haar. Als je haar dan ziet lopen, voelt het heel bijzonder dat je hier mag wonen."

Naast permanente bewoners - voornamelijk jonge talenten - heeft Papendal ook tijdelijke gasten. In de weken voor Rio is Robbert Kemperman (26), middenvelder bij het Nederlands hockeyelftal, er veel te vinden. Onder de vorige bondscoach Paul van Ass waren er geen structurele trainingskampen op Papendal. Zijn opvolger Max Caldas gelooft wél in de kracht van het samenzijn in de bossen bij Arnhem. Sinds de competitie voorbij is bij de clubs, verblijft Oranje regelmatig drie dagen achter elkaar in het sportershotel op het complex. Elke keer krijgen de mannen een andere kamergenoot, om het groepsgevoel te versterken. "Je haalt topspelers bij een club weg en moet daar in korte tijd een geheel van zien te smeden", vertelt Kemperman. Caldas gelooft dat die eenheid op Papendal sneller tot stand komt dan in Rotterdam of Utrecht, waar iedereen na het trainen weer naar huis gaat. "Je blijft dan meer in je eigen wereld. Nu ben je gedwongen om het gesprek met elkaar aan te gaan. Het proces wordt versneld."

De Nederlandse selectie rolstoelbasketbal Beeld Patrick Post
De Nederlandse selectie rolstoelbasketbalBeeld Patrick Post

Motivatie
In het krachthonk traint hij nu regelmatig met topsporters uit andere disciplines. Dat inspireert. "Het helpt als je een kogelstoter met tweehonderd kilo in zijn nek bezig ziet. Dan denk je: 'Wat ik doe, is nog niets'." Als hij er doorheen zit, hoeft hij maar naar rechts te kijken of hij raakt weer gemotiveerd. "Je ziet hier ook individuele topsporters keihard trainen voor hun doel. Zij doen het helemaal alleen. Wij zijn altijd in groepjes en kunnen elkaar nog een beetje opfokken. Als zo'n gast helemaal kapot gaat in zijn eentje heb ik nog twintig mannen om mij heen. Dan besef ik dat ik er maar beter van kan genieten."

Als Kemperman weer met de auto terug naar Utrecht rijdt, blijft baanwielrenster Van de Wouw achter. Het internaat omringd door sportvelden is haar thuis. Tot ze te oud wordt, want dan moet ze plaats maken voor andere jonge talenten. Meer ervaren sporters moeten elders een plek zoeken. Raar maar waar: wie het gemaakt heeft, woont niet meer op Papendal. Dat is de plek waar het begint. Achter een rode deur. Met een kast, bed en bureau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden