Limiet op 10 kilometer ligt te ver voor vier atleten

BRUSSEL - Niet geschoten is altijd mis. Onder dat motto richtte een Nederlands kwartet in Brussel zijn kromme pijlen op de Olympische tien kilometerlimiet. Bondstrainer Has van Cuyk vond het allemaal prima, maar toonde zich na de afzwaaiers realist: "Dit was gedoemd te mislukken" .

ROB VELTHUIS

Er is nogal wat voor nodig om op de langste baanafstand een tijd te lopen die in de internationale atletiek respect afdwingt. De moeilijkheidsgraad wordt niet in de laatste plaats versterkt door het beperkt aantal kwaliteitswedstrijden dat jaarlijks op de rol staat. En dan moeten de omstandigheden allemaal meezitten. Een koele, windstille zomeravond, met liefst een flinke regenbui een uurtje voor aanvang zodat de lucht is gezuiverd. Tegenstanders die een snelle tijd nastreven en vooral ook enige samenwerking in een fase waarin de rangschikking nog niet definitief wordt bepaald. En natuurlijk de benodigde kwaliteiten en de goede vorm.

Eigenlijk waren zaterdag tijdens de Westathletic Cup '92 al die voorwaarden afwezig. Het was een benauwde middag in het lege Heizelstadion, waar de wind een behoorlijke greep had op de deelnemers. En van een pact kon in deze landenwedstrijd voor de bescheiden Europese atletieknaties natuurlijk geen sprake zijn. Al werd daarop met name door de Nederlandse vrouwen wel gehoopt door de vele extra inschrijvingen van deelneemsters die niet voor het landenklassement liepen. Maar er bleek voor de wedstrijd niets geregeld en tijdens de race weigerden met name de talrijke Ierse vrouwen zich op te offeren. Het gevolg was een afwachtend begin, hetgeen terstond tot tijdverlies leidde, waarna Carlien Harms en Marian Freriks met de moed der wanhoop samen het tempo trachtten hoog te houden. Om beurten namen zij de kop, waarbij de wisselingen op het rechte eind met de wind mee werden uitgevoerd. Maar verder dan een reeks oplopende kilometertijden kwamen zij niet; op eenderde van de race waren de kansen al verkeken. Weer een droom verstoord.

Harms en Freriks mochten in 1990 even aan het internationale werk ruiken tijdens de Europese kampioenschappen in Split. Ze werden eerder afgevaardigd om te leren dan om potten te breken. Beiden voldeden destijds niet in een wedstrijd aan de limiet, maar in een speciaal voor hen geregisseerde loop met regelmatige ronde-tijden, tot de finish gegangmaakt door een man. Hun eindtijden, respectievelijk 32.22.8 en 32.23.0, vormen nog steeds hun persoonlijke pieken maar liggen zo'n tien seconden boven de huidige limiet. Het manco van de gekunstelde selectiewijze kwam in Split op onthutsende wijze aan het licht. Op internationaal niveau bleek zowel Harms als Freriks niet in staat strijd te leveren. Bij de eerste de beste tempo-versnelling moesten zij het ontgelden. Met name voor Harms werd het titeltoernooi vervolgens een ontluistering, alhoewel ze verbolgen reageerde toen haar een onterechte afvaardiging werd verweten. Ook binnen de KNAU achtte men het op dat punt tijd voor bezinning. Hetgeen de fel bekritiseerde maar zeker ook begrijpelijke slappe houding van de Unie verklaarde nadat het NOC afwijzend reageerde op een voordracht van marathonloopster Anne van Schuppen. Niet alleen voldeed Van Schuppen buiten de daarvoor gestelde periode aan de Olympische eis, ze deed dat ook in een regelmatige loop met behulp van tempomakende mannen. Met het lopen van een wedstrijd heeft dat inderdaad niets te maken.

Al eerder dit seizoen kwamen Harms en Freriks zichzelf tegen. Waar Christien Toonstra al in april te Lommel onverstoorbaar binnen de limiet op de tien kilometer bleef, raakte het duo reeds in de beginfase op onoverbrugbare achterstand ten gevolge van een inderdaad erg hoog aanvangstempo.

Bittere smaak

John Vermeule en Tonnie Dirks trachtten in Brussel tegen beter weten in de bittere smaak van hun marathondecepties weg te spoelen. Vermeule faalde twee maal in een limietpoging, vorig najaar in Eindhoven en afgelopen voorjaar in de marathon van Rotterdam. De anderhalve maand die hij had om naar het baanonderdeel om te schakelen bleek te kort, ook al omdat hij met zijn zwoegende loopstijl gewoon snelheid tekort lijkt te komen. Bij zijn val - niet zijn eerste in een belangrijke wedstrijd - op zeven kilometer waren de kansen zaterdag al verkeken.

Het is dat Dirks een rasoptimist is, anders had hij zijn poging wel achterwege gelaten. De Brabander uit Zeeland had - evenals bondscoach Bob Boverman - rekening gehouden met een coulante opstelling van het Olympisch Comite en dacht in een enigszins relaxte marathon van London het Olympisch ticket te kunnen bemachtigen. Drie weken geleden - erg laat - volgde het onverbiddelijke 'Nee' van het NOC. Ach, dacht Dirks, een mens moet doelen voor ogen houden. En dus schakelde hij van de ene op de andere dag krampachtig forcerend over op de veel snellere trainingsschema's voor de tien kilometer. Geen tien achtereenvolgende kilometers in drie minuten, maar in 2.45; geen vijfhonderdjes in 68 seconden maar in een minuut precies. "Mijn persoonlijk record van 28.36 liep ik in 1988 tijdens de Europa Cup voor C-landen in Dublin. Ik was toen helemaal niet in vorm, ik liep gewoon die Portugees Castro achterna. Ik dacht, daar kan nog wel een halve minuut af" . Met name in mijmeringen lijkt hard lopen zo vanzelfsprekend te zijn.

Twee Nederlanders hebben op de tien kilometer nog Olympische aspiraties. Wilma van Onna, de in Amerika studerende atlete, heeft als een van de weinige (of zelf enige) Nederlanders het geluk voor de Grand Prix in Helsinki (30 juni) een startbewijs te bezitten. Marti ten Kate had in Brussel zijn slag willen slaan, maar lichte klachten van een oude hamstring-blessure noopten hem tot voorzichtigheid. Hij gokt nu op de Nederlandse kampioenschappen over drie weken. De Twentenaar gaat in Helmond daadwerkelijk aan het speculeren, daar tegenstand zal ontbreken en weersomstandigheden onzeker zijn. Maar Ten Kate, die reeds finales van respectievelijk Olympische Spelen (negende!), EK (achtste) en WK (veertiende) haalde, voelt zich bestand tegen een slopend avontuur, ook al moet dat bestaan uit twee achtereenvolgende vijf kilometers van elk veertien minuten. Solo wel te verstaan. Als dat niet in mijn macht ligt, zo luidt zijn redeneertrant, dan heb ik op Olympisch niveau niets te zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden