Limburg oehoe

Als in de vroege avondschemer een steenmarter door de groeve gilt, kijkt het mannetje even op van zijn plek tegen de rotswand. Zijn vrouwtje verheft het grote lijf en kijkt tussen haar poten door in het nest.

De oehoes van de groeve van Mergeldelver Enci bij Maastricht mogen zich ook vanavond in een behoorlijke belangstelling verheugen. Stevig ingepakt tegen de frisse wind kijken tien vogelliefhebbers uit Duitsland, Limburg en Holland over het hek naar deze prachtige uilen, de grootste in Europa levende soort. Ze nemen de laatste nieuwtjes door, en vergelijken verrekijkers en telescopen.

Onder hen Justin Jansen, kenner bij uitstek van Limburgse vogels. Hij heeft een pieper van de Dutch Birding Association en is al de hele dag druk in de weer met zijn gsm, zijn semafoon, en zo nu en dan persoonlijk contact op de plaatsen waarheen zeldzame vogels hem en andere vogelaars lokken. Taigaboomkruipers, middelste bonte spechten, Pontische meeuwen en een witoogeend zijn een paar Limburgse smaakmakers.

De vogelaars bespreken het wel en wee van het oehoe-paar. De dieren zitten hier vanaf 1997. In dat jaar kregen ze vier jongen. Ook vorig jaar was dat het geval. Maar heel even stond het enige oehoe-paartje van Nederland op het punt te verdwijnen door een verschil van mening tussen Enci en natuurbeschermers. Enci maakte gebruik van zijn concessie om mergel te winnen en bewerkte de wand waartegen de oehoes in 1997 hun nest hadden. Die plek verdween daardoor. Protesten leidden ertoe dat de activiteiten in het noordelijk deel van de groeve werden stilgelegd. Het broedsel vloog in 1998 op een andere locatie succesvol uit.

Intussen is er een enorme laag vuursteen gestort. Eroverheen moet een weg komen vanaf de bovenrand van de groeve naar beneden: ontsluiting voor het publiek. Dat lijkt mooi, maar het is volgens velen een misvatting. Wat de oehoes nodig hebben is rust. Alleen de hekken rond de groeve lijken die te waarborgen. De stort is in juni 1998 gestopt, vooralsnog voor de duur dat de oehoes er hun domicilie hebben.

Ze zijn beroemd, die enorme uilen - in de vlucht heeft het vrouwtje een spanwijdte van dik anderhalve meter - met hun fraai gepluimde oren. Jansen wil vanavond een aantal andere groeves af om te luisteren of er nog meer oehoes in Nederlands Limburg broeden. Eventuele vindplaatsen moeten strikt geheim blijven, want niet alle groeves zijn zo ontoegankelijk als die van Maastricht. En net als elders zijn ook hier eierverzamelaars actief.

Het is bijna donker als we bij de eerste plek aankomen. De wind is nu snijdend koud. In de verte blaft een hond, maar verder blijft het stil. Jansen imiteert de roep van een oehoe om hem uit zijn tent te lokken, maar er komt geen respons. Op naar de tweede groeve. Na enig rondrijden vindt Jansen de toegangsweg, en gewapend met een gettoblaster klimmen we het steile pad op. Op een strategisch punt wordt de mogelijke oehoe kort en vooral hard het geluid van een soortgenoot voorgezet. Dat moet je niet te lang en niet te vaak doen, omdat je het dier er ook mee zou kunnen verstoren. De mechanische roep brengt alleen een reactie teweeg bij een plaatselijke bosuil. Die zal er niet blij mee zijn; een oehoe kan zijn kleinere neef met gemak aan. Nog een derde groeve gaan we langs, maar ook hier geen reactie. Het is misschien te koud en winderig, zegt Jansen. De expeditie wordt gestaakt.

Het oehoegevoel leeft sterk bij de Limburgers. Met spanning wachten ze op een tweede broedgeval, nu het gerucht gaat dat er op nog zeker één andere plek in de provincie oehoes huizen.

Matthieu Kouters en Hans Damink voeren namens Natuurmonumenten, Vogelbescherming en de Vogelwacht Limburg overleg met de Enci en de politiek. Daarbij volgen zij het wel en wee van de grote uilen en kijken daartoe ook over de grens, in Wallonië, waar 26 paartjes huizen. De Nederlandse broedvogels stammen uit Wallonië of uit herintroductie-projecten in de Duitse Eifel.

Kouters en Damink onderzoeken onder meer wat de oehoe eet, en aan welke voorwaarden een gunstig leefgebied moet voldoen. Volgens Kouters hebben oehoes zich ontwikkeld tot echte alleseters, je zou ze cultuurvolgers kunnen noemen. In de Enci-groeve eten ze voornamelijk woelratten en postduiven, maar ook konijnen, padden, waterhoentjes, meerkoeten en kevers worden niet versmaad. In Wallonië werd ooit een jonge poedel als prooirest aangetroffen. Aaseters zijn het ook: op het menu van de oehoe komen platgereden egels voor.

Kouters is wat huiverig voor publiciteit, omdat die in het verleden veel kwaad bloed heeft gezet. En het gaat hem uitsluitend om de bescherming van het leefgebied van de oehoes. ,,Wat wij ons afvragen is wat de uilen willen. Dat onderzoeken we onder meer in België. Het blijkt dat rust en voedsel belangrijk zijn, en vooral de ontoegankelijkheid van een gebied.'

,,We hebben goede hoop zover te komen dat het noordelijk deel van de groeve afgesloten blijft voor het publiek. Iedereen is trots op de oehoes, maar het vergt nogal wat inspanning: geld, herziening van bestaande plannen, een andere kijk op natuurbescherming. Veel aandacht betekent ook dat er verkeerde dingen gebeuren. Er zijn hekken kapotgemaakt door fotografen en soortenjagers die dichtbij het nest wilden komen. Dat kan natuurlijk niet. We willen aan de noordkant een schuilhut neerzetten. Dan kun je niet alleen rustig van de uilen genieten, maar ook van alle andere dieren in de groeve.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden