Lijkenpikkers, dat zijn wij biografen wel een beetje

Biograaf Nop Maas en zijn uitgever Van Oorschot maakten deze week bekend in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter, die publicatie van het laatste deel van de biografie van Gerard Reve verbood. Joop Schafthuizen, de partner van Reve, is als een woest blok dwars voor deel 3 gaan liggen. Het is een vak apart, dat van biograaf. Goede afspraken maken met nabestaanden is van levensbelang. En slijmen helpt.

Natuurlijk vindt Nop Maas het geschil met Joop Schafthuizen vervelend, vooral voor de lezers die op het omstreden derde deel zitten te wachten. Maar de zaak heeft geen invloed gehad op het plezier dat hij had tijdens het schrijven van de Gerard-Revebiografie. "Die was immers al af. Bovendien wás ik al gebrouilleerd met Schafthuizen, waardoor ik, toen ik ermee bezig was, dus ook geen last heb gehad van zijn bemoeienissen."

Sterker, zegt Maas: "Er ging geen dag voorbij dat ik niet hardop heb gelachen achter mijn bureau."

Want wat humor betreft heb je aan Reve natuurlijk een goeie. "Een biografie samenstellen van W.F. Hermans had ook aardig geweest om te doen, maar daar zou toch minder plezier bij komen kijken. Je kunt je als biograaf geen betere wensen dan Gerard Reve, alles wat je erna doet, kan alleen maar tegenvallen."

En dat terwijl Maas met het genre op zich niet eens zo veel heeft. Goed, hij raadpleegt wel eens een biografie, maar dat is dan om simpelweg iets op te zoeken. Verder niet. "Ik ben eigenlijk helemaal geen liefhebber van biografieën."

Maar het maken van een levensbeschrijving van Gerard Kornelis van het Reve, dat was volgens Maas 'liefdewerk'.

Al was dat niet de enige reden om werk te maken van het archief dat hij in bruikleen had en van de talloze brieven van de schrijver, die hij al voor 2001 in zijn bezit had. "Ik heb het ook gedaan uit een soort maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Je ziet dat zijn leven ten einde gaat, dan voelt het als een soort opdracht om dat leven te vereeuwigen."

De drie delen heeft Maas in zo'n drie jaar geschreven, maar al het andere werk dat eraan vastzat vergde zeker acht jaar. Als het niet meer was. Informatie verzamelen, vermeende feiten controleren, bronnen aanboren, interviews afnemen, ordenen; een biografie maken is een omvangrijke, journalistieke klus. Het bedrag dat het Fonds voor de Letteren heeft om biografen de gelegenheid te geven zo'n project te voltooien, is volgens Maas veel te klein. "Het is mooi om iemand er een jaar voor vrij te maken, maar het is te weinig. In die tijd is het niet te doen."

Belangrijk is, vindt Maas, dat het onderwerp je niet tegen gaat staan. Want alleen maar lachen achter het bureau is het uiteraard ook weer niet. Zelfs niet bij Reve. Juist niet bij Reve. "Hij was natuurlijk geen gemakkelijke man in de omgang. Zijn politieke meningen moet je niet langs de lat leggen van die van jezelf. Een goeie biograaf componeert een zo objectief mogelijke levensbeschrijving van zijn hoofdpersoon. Je stuurt altijd wel, dat is denk ik onvermijdelijk, maar daar horen geen politieke meningen of morele conclusies bij."

De meest triomfantelijke momenten beleefde Maas wanneer hij een bron vond die nog niet eerder was ontdekt. "Ik las wel eens krantenberichtjes van een enkele opgedoken brief van Reve, maar dat had dan niet veel om het lijf. Op zulke momenten dacht ik: 'Wacht maar op mijn boek, dan zullen ze nog opkijken'."

Nop Maas - Gerard Reve - kroniek van een schuldig leven (uitgeverij Van Oorschot)
'Ik ben eigenlijk helemaal geen liefhebber van biografieën'
Hij is een voyeur en hij is ongeneeslijk nieuwsgierig. Dat zijn volgens Onno Blom de belangrijkste eigenschappen van de biograaf.

Blom werkt aan een levensbeschrijving van schrijver Jan Wolkers. "En ik mik op één deel, liefst niet te dik, ongeveer 500 bladzijden."

Blom heeft er zin in en noemt de biografie een mooi genre. "Het is geweldig om op zoek te gaan, vragen op te werpen: welke keuzes maakte Wolkers? Geweldig ook om te struinen in dat archief van hem. Dat bevat zo ontzettend veel materiaal."

De Wolkers-biografie moet over drie jaar verschijnen. In die drie jaar zal Blom vaak te vinden zijn op een kamer in het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, dat zetelt in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag. Het Huygens Instituut stelde de kamer voor Blom ter beschikking en dankzij een beurs kan hij aan de slag. Anders dan in het geval van Nop Maas, stuit Blom niet op dwarsliggende nabestaanden: "Gelukkig heb ik daar totaal geen last van. Ik vind het bijzonder sneu voor Nop Maas. Ik weet hoeveel werk er in zit, dan wil je natuurlijk ook dat alles gepubliceerd wordt."

Nee, Blom is blij dat hij dat gedoe allemaal niet heeft. Hij sprak een jaar voor de dood van Wolkers met de schrijver af dat hij de biografie mocht schrijven en over het volledige persoonlijke archief van de auteur van 'Turks fruit' kon beschikken. Dat was niet alleen een mondelinge toezegging: "We hebben alles contractueel vastgelegd, ook bijvoorbeeld dat Wolkers niet alles vooraf moest hebben gelezen. Het is ontzettend belangrijk om vooraf goede afspraken te maken." Prettig vindt Blom het bovendien dat de verstandhouding met Wolkers weduwe Karina uitstekend is. "Terwijl er toch dingen in de biografie voorkomen die voor haar niet altijd even prettig zijn. Maar het gaat erom een zo eerlijk mogelijk beeld te schetsen van de gebiografeerde. Dat telt."

Blom begrijpt het wel, dat er geregeld problemen zijn tussen biograaf en weduwe of andere nabestaanden: "Die willen natuurlijk graag dat de reputatie van hun geliefde overeind blijft. Een biograaf begeeft zich op een gevoelig terrein. Je treedt in de intimiteit van een persoon. Een persoon die weliswaar bij leven koos voor de publiciteit, maar dat was dan via hun werk. De gangen van hun leven openbaar maken - meestal na hun dood ook nog eens - is toch iets anders." 'Kill the widow' is dus het adagium voor de biograaf, zegt Blom grappend.

"Ze noemen biografen ook wel eens lijkenpikkers en in wezen zijn we dat ook een beetje."

Grappend: "Nee, wij staan er niet mooi op, meneer."

Onno Blom - Jan Wolkers (De Bezige Bij)
'Een eerlijk beeld schetsen. Dat telt.'
Vic van de Reijt - Willem Elsschot - leven en werken van Alfons de Ridder (Athenaeum-Polak & v Gennep)
'Ik mag niet mopperen", zegt Vic van de Reijt, biograaf van de Vlaamse schrijver en zakenman Alfons de Ridder, alias Willem Elsschot. Hij had nooit, zoals Nop Maas nu, problemen met de familie van zijn hoofdpersoon. Van de Reijt denkt dat dat te maken heeft met het tijdstip waarop je een biografie maakt. "De dood van Reve is nog vers. Elsschot was al bijna vijftig jaar dood toen ik eraan werkte. Bovendien was zijn weduwe zo verstandig om één dag na zijn overlijden achter hem aan te gaan, waardoor ik alleen met zijn kinderen en kleinkinderen te maken had."

Van de Reijt denkt dat de zaak Maas-Schafthuizen onder andere beladen werd omdat het gaat om brieven die nog niet eerder openbaar waren. "Dat ligt altijd gevoelig. Maas kiest ook voor een vorm met veel citaten, dat geeft een verhoogd risico op onenigheid. Daar komt bij dat er blijkbaar geen heldere afspraken zijn gemaakt." Van de Reijt begon met het verzamelen van Elsschots brieven. In die tijd legde hij het contact met kinderen en kleinkinderen. Toen hij de brieven gepubliceerd had, vroegen de kinderen hem zelf om ook de biografie te schrijven. Het vertrouwen was kennelijk gewekt, een ideale situatie voor een biograaf.

Al kan hij ook invloed uitoefenen op de relatie met nabestaanden, door flink te investeren in een goed contact met de familie. Met een knipoog: "Je hoeft niet slijmerig te zijn, maar het helpt wel. Eerst vriendschap kweken voor je zaken kunt doen."

Volgens Van de Reijt zijn er veel opvattingen over de aanpak van een biografie. Zelf is hij er voorstander van om het zo beknopt mogelijk te doen. "Mijn Elsschot-biografie beslaat slechts 341 bladzijdes. Ik denk dat ik daarmee een daad heb gesteld. Het hoeft niet zo lang. Ik zou bijna zeggen: hoe korter hoe beter."

Als je het maar goed doet, wil Van de Reijt maar zeggen. En het goed doen is vooral dingen niet doen. Geen psychologische interpretatie geven van de zieleroerselen van de gebiografeerde, bijvoorbeeld. "En je hoeft ook niet de heldhaftigheid van de hoofdpersoon te bewijzen."

Van de Reijt maakte bij zijn Elsschot-biografie bewust een onderscheid tussen zijn leven en zijn literatuur en richtte zijn aandacht vooral op de zakenbrieven van de ondernemer/schrijver Alfons de Ridder. Het moest een pure, waardevrije levensbeschrijving worden. Zonder Elsschots leven te verwarren met wat hij schreef - een vervaarlijke valkuil, vindt hij: "Je zal de biografen de kost moeten geven die de literatuur voor waarheid aannemen."

Net als Nop Maas, vindt Van de Reijt dat de biograaf ervoor moet waken dat degene waar hij over schrijft hem niet tegen gaat staan: "Als het karakter van de hoofdpersoon overslaat op de biograaf, gaat het fout."

'Hoe korter een biografie, hoe beter'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden