Lijfelijke reidans met een oude bekende

Volgend jaar is het een halve eeuw geleden dat de Berlijnse regisseur Harry Kupfer zijn allereerste opera-enscenering maakte: Dvoráks ’Rusalka’ in Halle (1958). Kupfer groeide daarna uit tot een van de meest toonaangevende operaregisseurs ter wereld, wiens producties bijna altijd opzien baarden. Kupfer genoot faam als intendant van de Komische Oper Berlin, één van de drie operahuizen in Berlijn, dat hij van 1981 tot 2002 met voortvarendheid leidde. Deze dagen is de meeste recente operaregie van Kupfer, inmiddels 72 jaar, te zien bij Opera Studio Nederland: ’Reigen’ van Philippe Boesmans.

Kupfer en Nederland. Het leverde spannend muziektheater op. Hans de Roo, intendant van De Nederlandse Operastichting, haalde Kupfer precies dertig jaar geleden naar Nederland. De eerste enscenering die hij hier maakte was van Richard Strauss’ ’Elektra’. Voor Nederlandse begrippen betekende deze ’Elektra’, vele malen hernomen, een mokerslag. Beelden van die voorstelling, met die ijskoude en angstaanjagende Klytümnestra van Anny Schlemm, staan nog steeds in het geheugen gegrift; de voorstelling was zó succesvol dat hij in aangepaste vorm zelfs in de Wiener Staatsoper te zien was.

Tussen de ’Elektra’ uit 1977 en Wagners ’Die Meistersinger von Nürnberg’ uit 1995, maakte Kupfer voor De Nederlandse Opera nog zes ensceneringen, waarvan vooral Beethovens ’Fidelio’ (1981), Berlioz’ ’La damnation de Faust’ (1989) en Strauss’ ’Die Frau ohne Schatten’ (1992) hoogtepunten waren in de geschiedenis van DNO.

En nu is Kupfer dus terug. Bij Opera Studio Nederland, het instituut dat jonge afgestudeerde zangers een podium biedt en helpt bij het opstarten van een carrière. De hand van de meester is herkenbaar in de geweldige personenregie van ’Reigen’. De opera van Boesmans (uit 1993) is één van de meest uitgevoerde hedendaagse opera’s en leent zich met tien even zware rollen uitstekend voor een operastudio vol gulzige zangers.

’Reigen’ (Reidans) is gebaseerd op het toneelstuk van Arthur Schnitzler uit 1897 en laat in estafette-vorm tien maal de liefdesdaad zien. In de eerste scène ontmoet De Hoer een Soldaat; die is in de volgende scène bij het Kamermeisje. Kamermeisje bevredigt vervolgens de Jonge Meneer en zo gaat het door totdat aan het slot de Graaf bij het hoertje uit de eerste scène terechtkomt. Een geile reidans die evengoed met een lange ij kan worden geschreven, heel lijfelijk geregisseerd door Kupfer. Met verve gaan de tien zangers met de billen bloot – letterlijk ook. Aan het slot staart het in elkaar getrapte hoertje, met bloed aan de slapen, de zaal in. Het staat niet in het libretto, maar aan Kupfers negatieve wereldbeeld is in al die jaren niks veranderd.

Daphne Ramakers (Zangeres) blinkt in de gedegen zangersgroep uit met haar krachtige stem en al even krachtige aanwezigheid op het podium. Winfried Maczewski dirigeert de voor klein orkest teruggebrachte en gecoupeerde partituur met liefdevolle aandacht. De zeer geslaagde productie is nog te zien in Leiden (8), Utrecht (9), Helmond (13) en Amsterdam (17 en 18).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden