Lijfeigenschap is terug op de velden

Voetballers dreigen opnieuw handelswaar te worden. Het Europese Bosman-arrest gaf de betaald voetballer in 1995 zijn vrijheid terug. Anno 2013 zijn het investeringsfondsen die zich op grote schaal op talentvolle spelers storten. Ook in Nederland.

Mijnbouw, olie, gas, vastgoed, maar ook 35 procent van de economische rechten van voetballer Zakaria Labyad bij Sporting Lissabon, 80 procent van zijn collega Ola John bij Benfica en 50 procent van Geoffrey Kondogbia van Sevilla. Het lijkt een raar rijtje, rijp en groen door elkaar. De verbindende schakel is de Doyen Group, een internationaal opererend investeringsfonds dat zich via dochter Doyen Sports heeft gestort op de aan- en verkoop van spelers.

Een schande, roept de internationale spelersvakbond Fifpro. Wetenschappers op het terrein van sport en recht zien grote gevaren en de voetbalbonden Fifa en Uefa vinden eigenlijk dat spelers niet het eigendom mogen zijn van een derde partij. De speler is van zichzelf of - voor de duur van het contract - van de club, maar niet van een investeerder. Op de achtergrond wordt heel wat vergaderd over dit opkomende fenomeen in het Europese voetbal, het zogeheten third party ownership. Een echt antwoord is nog niet gevonden. En zo lang dat antwoord er niet is, hebben investeringsfondsen zoals Doyen Sports vrij spel.

Het Europese Hof van Justitie maakte in december 1995 met het Bosman-arrest een einde aan de jarenlange praktijk dat spelers tot in lengte van dagen eigendom zijn van een club. De zaak draaide om voetballer Jean-Marc Bosman, die zijn vrijheid opeiste nadat zijn contract bij Club Luik was afgelopen. De uitspraak van het hof werd gezien als het einde aan een moderne vorm van lijfeigenschap. De speler kreeg zijn vrijheid terug. Maar met de opkomst van spelersinvesteringsfondsen wordt op een moderne manier de klok teruggedraaid, zo vinden tegenstanders.

De Doyen Group is niet het enige investeringsfonds dat zich op voetballers heeft gestort. In Brazilië en Uruguay is vrijwel geen enkele speler meer van een club, vaak is er sprake van third party ownership. Datzelfde geldt voor de Portugese competitie en in iets mindere mate voor de Spaanse.

Doyen is wel de meest aansprekende investeerder. De stal is inmiddels gevuld met ruim twintig spelers onder wie sterren als de Colombiaan Radamel Falcao (Monaco) en de Braziliaan Neymar junior (Barcelona). Alle spelers hebben een paar eigenschappen gemeen. Ze zijn jong en getalenteerd. Eigenschappen die het waard zijn om in te investeren. Bij elke verkoop van zo'n speler rinkelt de kassa. Wie vijftig procent van de economische rechten van een speler bezit, pakt straks ook vijftig procent van de winst op de verkoop van de speler. En dan wordt niet eens gesproken over de miljoenen die verdiend gaan worden met reclamerechten. Dat kan snelle winst opleveren tegen een relatief lage investering.

Snelle en grote winst bij lage investeringen? Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft recent laten doorschemeren dat die kenmerken ook aantrekkelijk zijn voor criminele organisaties. Het OM heeft om die reden dan ook de aandacht niet eenzijdig gericht op het verschijnsel matchfixing, het vervalsen van wedstrijduitslagen ten behoeve van gokkers, maar wenst ook te kijken naar de geldstromen uit de onderwereld die een weg zoeken via het voetbal naar de bovenwereld. Investeren in spelers geschiedt op een internationale markt waar de arm van toezichthouders als de Autoriteit Financiële Markten (AFM) nauwelijks reikt en waar de pakkans dus gering is.

Marian Olfers, hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit en onderzoeker van het verschijnsel matchfixing, ziet grote gevaren aan de instroom van geld via derde partijen. "Het is vaak heel onduidelijk wie er achter zitten. Je loopt het risico dat je crimineel vermogen aantrekt. Maar los daarvan, spelers als handelswaar dat voelt toch ook een beetje ongemakkelijk. Ik maak me daar grote zorgen over. Het gaat om jonge jongens die eigenlijk belang hebben bij een langdurige begeleiding van hun loopbaan. De kans is groot dat korte termijn winst gaat boven die goede begeleiding. Maar de cruciale vraag is, moet er niet nadrukkelijker worden gekeken wie er achter de geldstromen zitten. De sfeer is nu zo dat er niet wordt gevraagd naar de herkomst van dat geld als je graag landskampioen wilt worden en er iemand komt met geld."

Wie er achter de Doyen Group zit, is lastig te achterhalen. Dochter Doyen Sports Investments Ld is gevestigd in Villa Fairholme 40, sir Augustus Bartolo Street, Ta'Xbiex op Malta. Een telefoonnummer ontbreekt en mail met vragen over de investeerders wordt niet beantwoord.

Uit de wordingsgeschiedenis van het bedrijf kan enigszins worden opgemaakt waar het geld vandaan komt. Doyen is van oorsprong een handelaar in grondstoffen zoals goud, chroom, kolen, uranium, ijzererts en koper. In de groep zitten ook de Rixos Hotels, het Turkse bouwbedrijf Sembol en Efir Nergy, een bedrijf in Polen dat diensten verleent aan de olie- en gaswinning.

Uit onderzoek door het Amerikaanse persbureau Bloomberg blijkt dat bij de transfer van de Braziliaanse speler Neymar van Santos naar Barcelona ook de familie van Tevfik Arif zou zijn betrokken. Die familie uit Kazachstan is de oprichter van de Bayrock Group, een projectontwikkelaar. Arif werd in 2010 opgepakt door de Turkse politie wegens vermeende betrokkenheid bij een organisatie die zich toelegt op prostitutie in het luxe segment. Hij werd opgepakt op het schip de Savarona tijdens een feestje met zakenlui uit Kirgizië, Rusland en Kazachstan. Alle aanklachten werden echter ingetrokken.

Doyen Sports is in een zeer rap tempo de invloed in Europa aan het uitbreiden. Afgezien van een lijst met grote talenten heeft de groep ook geregeld dat Rixos Hotels reclame maakte op het shirt van Atletico Madrid. De groep heeft ook zakelijke banden, of heeft die gehad, met de Spaanse voetbalclubs Sevilla, Sporting de Gijon en Getafe en met FC Porto en Benfica in Portugal.

Het is die verwevenheid die volgens de internationale spelersvakbond Fifpro de geloofwaardigheid van de competitie kan aantasten. Zakelijke belangen op de achtergrond kunnen een eerlijke strijd op het voetbalveld ondermijnen.

De bond vreest ook dat het third party ownership uiteindelijk geld aan het voetbal gaat onttrekken. Zo op het oog lijkt het aantrekkelijk voor vooral clubs in nood om een deel van hun rechten op spelers te verkopen aan investeringsfondsen. Op de lange termijn echter kan het voetbal ook worden afgeroomd. Een risico dat ook door hoogleraar Olfers wordt genoemd.

Voor trainers kan het feit dat spelers eigendom zijn van meerdere partijen vervelende gevolgen hebben. Van de investeringsfondsen gaat een prikkel uit om toch vooral spelers onder te brengen bij andere clubs teneinde zo de winst op te strijken bij een transfer. Speelt een voetballer vijf jaar achtereen bij dezelfde club dan rendeert een investering niet. De Fifpro is dan ook gelet op alle bezwaren mordicus tegen het third party ownership.

De spelersvakbond heeft bij die opstelling feitelijk iedereen die er toe doet in de voetbalwereld aan zijn zijde. Volgens Cilla Duncan, woordvoerster van wereldvoetbalbond Fifa, "verbieden de Fifa-regels invloed van derde partijen op de clubs. Geen enkele derde partij heeft het recht invloed uit te oefenen op de keuzes op het terrein van werkgelegenheid en transfers."

Dat verbod, vastgelegd in artikel 18 bis van het reglement dat de regels voor spelers bevat, kan leiden tot sancties bij overtreding. Een vooralsnog dood artikel die 18 bis. "Er is nog geen jurisprudentie", aldus Duncan. En er loopt ook geen onderzoek dat die jurisprudentie zou kunnen opleveren.

Wat in de Fifa-regels staat, moet ook doorklinken in de regels van de nationale bonden zoals de KNVB. Onduidelijk is nog waar de KNVB de grens trekt. Er zijn al een aantal clubs die talentpools hebben gemaakt voor investeerders. Zo zette Feyenoord vijftien talenten in een pool. Dat heeft volgens Feyenoord-woordvoerder Raymond Salomon niet geleid tot enige invloed van die beleggers op het beleid van de club. En Feyenoord is volgens hem ook niet van plan om buitenlandse investeerders binnen te halen.

Bij PSV en FC Twente daarentegen wordt momenteel met de Doyen Groep gesproken over een samenwerking. "Er zijn nog geen zaken gedaan of handtekeningen gezet, maar we onderzoeken een samenwerking. We zijn niet naarstig op zoek naar geld", aldus Jeroen van den Berk namens de Eindhovense club. "We zijn vooral geïnteresseerd in het netwerk van de Doyen Group. Laat het duidelijk zijn: Adam Maher is ondanks de geruchten nog altijd van PSV. Maar de gesprekken gaan behalve over het netwerk ook over een participatie van 50 procent in Maher."

Een vergelijkbaar verhaal gaat op voor FC Twente. De club kwam vorig jaar in contact met de Doyen Group uit Malta toen werd onderhandeld over de gang van Ola John naar Benfica. Nu zou Twente een deel van de transferrechten op de spelers Luc Castaignos, Shadrach Eghan, Kyle Ebicilio en Bilal Ould Chickh bij Doyen willen onderbrengen. Maar ook hier geldt: er is nog niets getekend. En op de vraag: 'heeft u enig idee wie de investeerders zijn achter de Doyen Group?' komt ook geen antwoord.

Bij Doyen Sports zelf hebben ze inmiddels door waar de schoen begint te wringen. Teneinde lastige vragen te ontlopen, wordt steeds nadrukkelijk op de website gemeld dat de transfer geheel overeenkomstig de wens van de speler was.

Investeringsfondsen
De Argentijnse voetballer Carlos Tevez krijgt een aparte plek in de Britse voetbalgeschiedenis. Toen Tevez in 2006 bij West Ham United ging spelen, bleek hij voor een deel nog bezit te zijn van een consortium dat werd geleid door de Britse zakenman van Iraanse afkomst Kia Joorabchian. West Ham United stelde de speler op en brak daarmee de regels van de Britse Premier League, die voorschrijven dat zaken in eerlijkheid dienen te geschieden en dat er geen sprake is van partijen die op de achtergrond macht uitoefenen. West Ham United loog over de betrokkenheid van het consortium en werd daarvoor veroordeeld. Tot overmaat van ramp stelde West Ham United Tevez op in de laatste wedstrijd van het seizoen. Tevez scoorde, waardoor Sheffield United degradeerde en niet West Ham United. Dit jaar, na bijna vijf jaar onderhandelen en procederen, heeft Sheffield United 21,5 miljoen euro ontvangen van West Ham United. De hele kwestie heeft ertoe geleid dat als het gaat om het weren van het third partner ownership de Britten de meest zuivere in de leer zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden