Lijden tot in kleinste vezels

Middeleeuwse beeldhouwkunst

Zuster Maria Karin, de abdis, doet open. Ze gebaart dat we welkom zijn in het klooster van de Orde der Birgittinessen in Uden. Het is bijzonder dat de deur van dit klooster open gaat voor een buitenstaander. De zeven Birgittinessen die er wonen zijn slotzusters, wat betekent dat ze in stilte en afzondering leven en zelden buiten de kloostermuren komen. In tegenstelling tot veel andere kloosters heeft deze abdij ook geen gastenverblijf. Maar voor deze rubriek in Trouw maakt de abdis graag een uitzondering. Ze is gekleed in een grijs habijt en zwarte sluier met daarop een wit kapje: het karakteristieke Birgittijnse kroontje met vijf rode stippen die de wonden van Christus aan het kruis symboliseren.

Doel van dit bezoek: een middeleeuws eikenhouten beeld van de gestorven Christus. Al een aantal jaren bevindt het zich in dit klooster, onzichtbaar voor de buitenwereld. Het Birgittinessenklooster heeft het al eeuwen in zijn bezit. In 1974 werd het beeld in langdurig bruikleen gegeven aan het Museum voor Religieuze Kunst, dat zich in dat jaar in een bijgebouw van het kloostercomplex vestigde. Daar was de gestorven Christus jarenlang te zien voor het publiek. Met uitzondering van de Stille Week rond Pasen. Dan keerde het beeld voor even terug in het klooster. Dat hadden de Birgittinessen bedongen in de bruikleenovereenkomst.

Maar op een gegeven moment is het beeld na de Pasen niet teruggehaald naar het museum. Volgens conservator Wouter Prins was dat vooral wegens ruimtegebrek. "Nu ligt het al een aantal jaren in het klooster, met als gevolg dat onze bezoekers het nooit meer te zien krijgen, terwijl het toch een heel bijzonder beeld is."

Toen het verzoek van Trouw kwam om een kunstwerk uit de kelder te halen, dacht Prins meteen aan deze liggende Christus. Hij ging praten met de zusters, die erg gehecht zijn aan dit beeld, omdat het symbool staat voor hun geloofsbeleving waarin het lijden van Christus centraal staat. Prins: "Ze vonden het een mooie gedachte dat het nu ook voor een breed publiek is te zien."

Het Museum voor Religieuze Kunst heeft tal van heiligenbeelden in de collectie: stokoude exemplaren, zoals het beroemde eikenhouten beeld uit 1520 van de heilige Birgitta uit Zweden, de stichtster van de orde - een bruikleen van het Rijksmuseum. Maar het bezit ook eigentijdse beelden, waaronder een kerststal met kartonnen figuren van kunstenaar Couzijn van Leeuwen. Wat dit Christusbeeld zo speciaal maakt, is dat het een van de weinige oude beelden is die hun rituele functie hebben behouden.

Deze 'gebruiksbeelden', die ook in andere vrouwenkloosters waren te vinden, werden in vroegere tijden op Goede Vrijdag door de zusters rondgedragen door het klooster. Prins: "Toen het beeld in 1974 aan het museum werd overgedragen, hebben we moeten beloven dat we het elk jaar op Witte Donderdag naar het klooster brengen." Daar wordt het beeld volgens de traditie op Goede Vrijdag opgebaard in de centrale gang naast de refter, waarna de baar met bloemen wordt versierd. Na de Goede Vrijdag-viering dragen vier zusters het massief houten Christusbeeld naar het priesterkoor. Daar blijft het staan tot en met de Paasdagen.

Zuster Karin verontschuldigt zich dat ze geen tijd heeft om mee te lopen naar het beeld. Maar Wouter Prins weet de weg. In de kloostergangen heerst een ijzige temperatuur. Er hangen radiatoren, maar die zijn allemaal uitgedraaid. De zusters proberen zo zuinig mogelijk te leven, zegt Prins.

IJskoud oogt ook het naakte lichaam van Christus, dat ligt uitgestrekt op een baar. Opvallend is de lengte: van de doornenkroon tot en met de uitgestrekte tenen meet het beeld 190 centimeter. Dat is langer dan de gemiddelde man nu meet. Dat roept vragen op, want in de tijd dat het beeld werd gemaakt, waren de mensen toch vrij klein? Prins: "Er wordt altijd gezegd dat mensen in de loop der tijd alleen maar langer zijn geworden. Maar er zijn ook theorieën dat onze voorouders in de achttiende en de negentiende eeuw kleiner waren dan in de vijftiende en zestiende eeuw." Het zou ook kunnen dat de beeldhouwer het lichaam met opzet zo heeft uitgerekt om te benadrukken hoe zwaar het geleden heeft onder het hangen aan het kruis. De onbekende beeldhouwer heeft er verder alles aan gedaan om Christus zo levensecht mogelijk in eikenhout uit te beelden.

Het beeld roept tegenstrijdige gevoelens op. Als je er van enige afstand naar kijkt, straalt het een serene verstilling uit. Dichterbij valt op dat de maker zowel bij het snijwerk als bij de beschilderingen het accent heeft gelegd op de gevolgen van de martelingen die Christus tijdens Zijn lijdensweg moest ondergaan. Door de gruwelijke wonden en het bebloede gezicht krijgt het iets theatraals. Maar het verklaart ook waarom de zusters zo gehecht zijn aan dit beeld: het lijden van Christus is tot in de kleinste vezels samengebald.

Op de binnenhof van het klooster klinkt lawaai. Een hovenier is bezig de bomen te snoeien. Het zware werk besteden de zusters, van wie de meesten op leeftijd zijn, tegenwoordig uit, vertelt de conservator. Het aantal Birgittinessen in Uden schommelt al jaren rond de zeven. In 1960 woonden er nog 36 zusters in dit klooster, waarin de Birgittinessen zich in 1713 vestigden.

Al sinds 1434 bestaat deze orde in Nederland. Toen stichtte Milla van Campen een klooster in Rosmalen. Het was een dubbelklooster, met mannen en vrouwen, die wel strikt gescheiden leefden. Het werd een bloeiende gemeenschap, maar toen brak de tijd van de Reformatie aan en de Tachtigjarige Oorlog. Na de vrede van Münster in 1648 moesten de paters het klooster verlaten. De zusters mochten blijven, op voorwaarde dat ze geen nieuwe leden aannamen. Om uitsterven te voorkomen, zochten ze hun toevlucht in Uden. Ook in Weert is er nog een Birgittinessenklooster met zo'n acht zusters, onder wie een aantal uit het buitenland.

Dit jaar bestaat het klooster in Uden 300 jaar. Ter gelegenheid daarvan opent het op 15 september voor één keer de deuren. Een halve dag willen de Birgittinessen de buitenwereld de kans geven om een indruk te krijgen van hun leven. Als voorproefje daarop nu alvast een blik op hun meest geliefde Christusbeeld. Tot Witte Donderdag (28 maart) kunt u dit beeld zien in het Museum voor Religieuze Kunst. Wouter Prins: "We hebben zuster Karin moeten beloven dat we het uiterlijk op die dag terugbrengen naar het klooster."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden