Lijden heeft een oorzaak, geen zin

“Het boeddhisme dankt ten diepste zijn ontstaan aan het menselijk lijden. De Indiase prins Siddharta Gautama - later de Boeddha genoemd - groeit volgens de verhalen over zijn leven op in welzijn, vrede en vreugde.

Op een dag begeeft hij zich buiten de muren van het paleis en wordt dan geconfronteerd met het existentiële lijden van mensen - hun lijden aan ziekte, ouderdom en dood, hun lijden aan pijn, hun fundamentele onvermogen om te leven, hun levensangst. Hij wordt daardoor diep getroffen en wil vervolgens nog maar één ding, namelijk de oorzaak van het lijden vinden en de beëindiging ervan bewerkstelligen.

Boeddha gaat in de leer bij wijze mannen en oefent zich in onkwetsbaarheid voor lijden. Hij blijkt een goede leerling, maar ziet in dat je onkwetsbaarheid maken niet het lijden beëindigt, maar een vorm is van vlúchten voor het lijden. De idee om lijden uit de weg te gaan is, anders dan mensen nogal eens denken, heel on-boeddhistisch.

Vervolgens gaat Boeddha onder de beroemde bodhiboom zitten. Na langdurig onderzoek van zijn geest via meditatie-oefeningen komt hij tot het inzicht dat de mens moet leren met zorg en compassie om te gaan met de existentiële problemen van het bestaan in plaats van met agressie, angst of afweer.

Een eenvoudig voorbeeld: je snijdt met een mes in je vinger en bloedt hevig. Daar kun je met paniek en afweer op reageren: oh, oh, wat moet ik nou, ik heb geen pleisters, help help. Maar je kunt je ook met zorg en toenadering over je vinger buigen en er rustig iets aan doen. Toenadering of afweer, gebaseerd op angst, zijn de twee mogelijke reacties op pijn. Aan pijn op zich is niets te doen, pijn is een existentieel gegeven. Ook Boeddha werd net als iedereen ziek. En Suzuki Roshi, een groot boeddhistisch leraar, zei eens: 'Als ik sterf, zal ik kermen als een kind'. Pijn en ziekte horen bij het leven, hebben te maken met de gevoeligheid van het menselijk lichaam. Maar er is een groot verschil tussen pijn en lijden aan pijn.

Wanneer je met afweer of agressie reageert op pijn, dan ontstaat er lijden. Pijn x afweer is lijden. Pijn x toewending daarentegen is compassie. Afweer omzetten in toenadering, in toewending, daar gaat het om in het boeddhisme. Daar waar de niet-verlichte mens lijdt, voelt de verlichte mens compassie. Pijn kan niet opgeheven worden, maar líjden aan pijn wel. De omgang met pijn is voor boeddhisten daarom een lakmoestest voor hun voortgang op het spirituele pad.''

De kern van het boeddhisme, de zogenaamde 'vier edele waarheden' zijn hiermee in principe samengevat: de waarheid (of het feit) dat lijden bestaat, dat het een oorzaak heeft, dat het kan worden opgeheven en dat er een weg is naar het opheffen van lijden.

De Wit: “Geen appeltje is zo rood of er zit wel een plekje aan. Ook aan elke leuke ervaring kleeft wel een oneffenheid, bijvoorbeeld een vage angst hoe lang dat leuke zal duren. Leuke dingen geven altijd een onzekerheid of een ongemak. Ook dat is lijden, net zoals lijden aan pijn. De oorzaak van het lijden - de tweede edele waarheid - is de afweer. Sommige boeddhistische tradities noemen dat onwetendheid, andere noemen het moedwillig de ogen sluiten voor het lijden, waardoor je nog meer lijdt, nog dieper in in samsara terecht komt. Samsara betekent letterlijk rondgang of vicieuze cirkel, eindeloos rondgaan zonder begin en einde.

Weer andere tradities zeggen dat de oorzaak van lijden is gelegen in de begeerte. Begeerte in de betekenis van ergens aan vast houden, ergens naar reiken, je ergens op fixeren zodat je omliggende omstandigheden niet meer in de gaten hebt. Een begeerte die verblindt, een niet willen zien, een geobsedeerd bezig zijn, aan veel voorbijgaan en daardoor veel brokken maken. Wanneer je deze obsessieve rondgang doorziet en er daardoor niet meer aan gebonden bent, bereik je de staat van nirwana.

Nirwana betekent uitdoving, niet van levenslust, maar van de obsessieve levenshouding, van de fixerende begeerte. De afweer ten opzichte van pijn dooft uit en juist daardoor kan onze humaniteit, onze compassie zich manifesteren in de zorg voor onszelf en voor anderen. De derde edele waarheid, de beëindiging van het lijden (samsara) en het daardoor bereiken van de staat van nirwana, is te bereiken door de vierde edele waarheid, die van het gaan van het pad. Het gaan van het pad is het leren loskomen van de afweer.

Dat doe je door je te trainen in het onderzoeken van je eigen geest, door waar te nemen hoe je die mentale bewegingen van afweer steeds opnieuw maakt, hoe je steeds als een bange eekhoorn wegrent. Via meditatieoefeningen kun je je eigen mentale bewegingen van afweer leren onderkennen en doorzien dat dat lijden helemaal niet nodig is. Het gaat er vooral om dat je leert accepteren wie of wat je bent. Wanneer je van jezelf accepteert dat je bang bent voor pijn en je niet afkeert van je angst, ontstaat er een andere houding ten opzichte van die angst, namelijk zorgzaamheid. Je ontdekt dan dat die angst helemaal niet nodig is en je leert heel clean en direct met je pijn om te gaan. Je krijgt de houding van 'doe wel en zie niet om'.''

Kent de boeddhistische traditie een zin of doel toe aan het lijden?

“Voor het boeddhisme heeft lijden geen doel en geen zin. Redeneringen zoals van mensen die menen dat het ontstaan van Israël mede te danken is aan de shoah en dat de shoah daarom toch zin heeft gehad, vinden veel boeddhisten, onder wie ikzelf, nogal schokkend. Voor boeddhisten is lijden doelloos en heeft het geen diepere zin, maar wèl een diepere oorzaak. Die oorzaak - agressie, afweer en angst voor pijn, ziekte en dood - moet je zien te achterhalen en wegnemen. Deze cruciale visie van het boeddhisme betekent een van de grote, radicale breuken met de hindoeïstische en monotheïstische tradities. In het boeddhisme ontbreekt ten enen male een Schepper-God die een bedoeling heeft met zijn schepping. Het boeddhisme is een non-theïstische traditie, waarin lijden geen strafmaatregel is, de karmaleer geen vergeldingstheorie en waarin godsbegrip niet bestaat.”

Stelt de boeddhistische traditie de vraag naar het waarom van het menselijk lijden?

“De vraag naar het waarom van lijden lost niets op. Als iemand met een pijl wordt beschoten, kan hij zich afvragen wie er op hem heeft geschoten, waarom en waar die pijl vandaan komt, maar dat is zinloos. Waar het om gaat is er iets aan te doen, te bedenken hoe die pijl eruit moet. Vragen naar het waarom leidt tot filosofische speculaties, die afleiden van de helderheid van geest en van compassie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden