Lijden als voorbeeld

In de 15de en 16de eeuw verdiepten kunstenaars zich in het lijden van Christus. Hoe menselijker Jezus, hoe dichter de gelovigen hem naderden.

SANDRA KOOKE

Het mannetje zit op een steen, het moedeloze hoofd steunend op één hand, de elleboog op een knie. Met alleen een lendedoek om en een soort tulband op het hoofd zou het beeldje een herder in het veld kunnen voorstellen, of een verdwaalde reiziger. Maar de vijftiende- of zestiende-eeuwse aanschouwer wist wel beter: dit is Jezus, en die tulband is de doornenkroon.

Jezus als een gewone man, overmand door verdriet, angst of pijn: het is een groot verschil met de glorieuze, stralende Christus op de hemeltroon en zelfs met de goedlachse baby in de kribbe, die meestal met een gouden krans om het hoofd wordt afgebeeld.

Dat Jezus vanaf de vijftiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden zo vaak als lijdende mens werd afgebeeld, hebben we te danken aan Geert Grote (1340-1384), de grondlegger van de Moderne Devotie die leefde in Deventer en Zwolle. Hij pleitte voor een eenvoudig leven dat gericht was op het innerlijk en niet op materiële welvaart. Gelovigen moesten een persoonlijke, spirituele band met Christus zoeken.

Voor de beeldende kunst had dit idee grote gevolgen. Terwijl kunstenaars in de Zuidelijke Nederlanden veelal kostbare, rijkelijk opgetuigde schilderijen maakten voor hun rijke clientèle, ging in het noorden de eenvoud regeren: naast grote stukken voor in de kerk kwam er een behoefte aan kleine schilderijtjes en beeldjes voor persoonlijk gebruik. Met een lijdende Christus, onderweg naar zijn kruisiging. Zo kon men zich dichter bij God voelen.

Populair waren twee types: Christus op de koude steen - op weg naar Golgotha in afwachting van verdere mishandeling - en Ecce homo, ook wel Man van smarten genoemd, als Jezus met doornenkroon op aan het volk wordt getoond.

Op de expositie Moderne devotie in Museum de Fundatie in Zwolle is vanaf morgen een kleine tentoonstelling te zien met veel van dergelijke afbeeldingen voor privé-devotie. Hele oude kunstvoorwerpen, maar wat een vakmanschap. Van de beeldsnijder meester Arnt van Zwolle (ca.1425 - ca.1495) is een vijftiende-eeuwse 'Bewening' uit eikenhout te zien, waarin het verdriet wordt verwoord door de handenwringende personages om de dode Jezus die net van het kruis is gehaald. Ingetogen van sfeer, maar wat krullen de lange haren van Maria Magdalena weelderig over haar rug. Hoe vernuftig is de sluiting van een mantel weergegeven. Ook in andere houten beeldengroepen die meestal maar een paar decimeter hoog zijn, valt op hoe sprekend de lichaamshouding en de handen zijn.

In de schilderijen, die meestal van iets later datum zijn, ligt de nadruk meer op Jezus zelf. Het lijden is van zijn gezicht af te lezen, daar hoeft geen handenwringen aan te worden toegevoegd. Op de Christus op de koude steen van een navolger van Jan Gossaert - te herkennen aan de onnatuurlijk om elkaar heen kronkelende benen en voeten - kijkt Jezus lijdzaam maar geduldig omhoog. Het lijkt een gewone jongen, die bij je om de hoek zou kunnen wonen.

Een goed voorbeeld van een Man van smarten is de Ecce homo van een anonieme meester uit de Zuidelijke Nederlanden. Hij heeft zijn ogen gesloten en over zijn hele lichaam zijn bloederige plekken te zien. Je vraagt je af of dat moet, al dat bloed. Ja, dat hoorde erbij. En hier valt het eigenlijk nog wel mee. Vaak zie je bij dit soort schilderijen het bloed in de vorm van tranen over Zijn lichaam stromen. Soms stroomt het zelfs in een straaltje de eucharistiebeker in.

Jammer dat de mooiste Man van smarten, van Geertgen tot Sint Jans, er niet hangt. Het Catharijneconvent wilde hem niet uitlenen.

Ook van Albrecht Dürer hangen er prenten met het thema. De prentkunst waarin hij uitblonk, was uitermate geschikt voor privédevotie. Toch zie je in Zwolle dat zijn prenten minder in staat zijn een band met Jezus te leggen. Jezus blijft te veel op afstand, te veel een bijzonder mens.

Onder invloed van de Moderne Devotie komt ook het zelf lezen van de bijbel en gebedenboeken op. Het getijdenboek van Geert Grote werd talloze malen gekopieerd. Onder andere door leerlingen van de Latijnse school in Zwolle. De handschriften heten Sarijs, omdat ze alle van de heilige Marijs de heilige Sarijs hebben gemaakt. De eerste had het kennelijk verkeerd overgeschreven.

Veel van deze handschriften zijn ook op de tentoonstelling te zien en zelfs digitaal door te bladeren. Ze zijn te vergelijken met handschriften uit andere plaatsen. En dan springt de fijnzinnigheid van de Zwolse verluchters in het oog.

De expositie sluit af met afbeeldingen van de opstanding, onder andere van Jeroen Bosch en een pareltje van Dieric Bouts (of navolger). Daar staat de stralende Christus als overwinnaar. Maar de meeste indruk maken toch de werken waarop Jezus met een vermoeid hoofd zijn lijden ondergaat, als voorbeeld voor de mens die in zijn leven ook het hoofd moet bieden aan pijn, angst en verdriet.

Tentoonstellingen over moderne devotie
De tentoonstelling 'Van Albrecht Dürer en Thomas a Kempis - kunst en handschriften uit de tijd van de Moderne Devotie' is van 15 oktober t/m 8 januari te zien in Museum de Fundatie in Zwolle.

Dit najaar memoreert Zwolle de Moderne devotie ook met met verschillende andere exposities. Stedelijk Museum Zwolle toont de tentoonstellingen 'Aan God gehecht; het verhaal van de Moderne Devotie' en 'Door geloof gedreven; hedendaagse kunstenaars met werk over hun geloof'.

In het Historisch Centrum Overijssel is vanaf 4/11 'Een expositie over God' te zien van beeldend kunstenaar Henk Heideveld.

Aanvullende informatie is te vinden op de websites van de verschillende instellingen: www.historischcentrumoverijssel.nlwww.stedelijkmuseumzwolle.nl en www.museumdefundatie.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden