Review

Ligeti boft met zijn muzen

De uit Transsylvanië afkomstige, tegenwoordig in Hamburg woonachtige György Ligeti (1923) mag een geluksvogel worden genoemd. Enkele jaren geleden vond hij een gulle mecenas in de steenrijke Vincent Meyer, president van het Londense Philharmonia Orchestra, die het idee opperde om op zijn kosten Ligeti's complete oeuvre op cd uit te brengen. De componist zou hiermee de eerste levende toondichter zijn met zo'n integrale en -niet onbelangrijk- geautoriseerde documentatie.

Aanvankelijk kwam de serie bij Sony terecht, maar door artistieke onenigheid met dirigent Esa-Pekka Salonen en de platenmaatschappij stierf Sony's 'György Ligeti Edition' na een paar delen een stille dood. Het prestigieuze project verstomde een tijdje, totdat vorig jaar bekend werd dat Teldec verder zou gaan waar Sony was geëindigd. Teldec pakt het groots aan en maakt 'The Ligeti Project' tot kern van een nieuwe serie met hedendaagse klassiekers. Deze 'New Line' brengt de komende jaren belangrijke werken uit, van Messiaen en Nono tot de piepjonge Duitse componist Matthias Pincher. Een gedurfd en lovenswaardig project in een tijd dat de meeste platenlabels zich angstvallig terugtrekken op het ijzeren repertoire. Teldec profileert zich met deze reeks als nachtegaal tussen de jukeboxen. Wijzer geworden door zijn eerdere debacle, bedong Ligeti dat hij per se wilde werken met musici van eigen keuze. Hij nam onder anderen zijn lijfpianist Pierre-Laurent Aimard mee van Sony, en vertrouwde de jonge dirigent Jonathan Nott en het Berliner Philharmoniker zijn orkestwerken toe. Voor Nederland is het interessant dat de immer kritische componist het Asko-Schönberg Ensemble uitkoos om zijn werken voor kamerbezetting vast te leggen. In een recent interview stak Ligeti de loftrompet over de muzikale perfectie en de onvoorwaardelijke inzet van dirigent Reinbert de Leeuw en zijn ensembles. Wie de eerste cd uit de Ligeti-serie beluistert, zal dit beamen. De opname bevat een viertal kamermuziekwerken uit verschillende scheppingsperioden van de componist die in het verleden meer dan eens met idioom en compositorische richting worstelde. 'Chamber Concerto' (ook bekend als 'Kammerkonzert') is een werk dat Ligeti schreef na zijn spraakmakende 'micropolyfone' periode in de jaren zestig. Van fijngeweven orkestclusters bewoog hij zich in het 'Kammerkonzert' in de richting van een vrijer soort meerstemmigheid, om een paar jaar later in 'Melodien' (ook op deze cd) uit te komen bij de herontdekking van de melodie. De Leeuw blijkt in deze werken als geen ander in staat om 'over de maatstrepen heen' te dirigeren, waarbij Ligeti's lange lijnen als draden hoorbaar worden gemaakt. Vooral Boulez' eerdere opname van het 'Kammerkonzert' was een concurrent bij het beluisteren, maar De Leeuws retoriek en souplesse blijken toch met vlag en wimpel boven de koelbloedigere interpretatie van zijn collega uit te steken. Peter Masseurs speelt een stralende trompetpartij in het complexe 'The Mysteries of the Macabre', een suite naar de absurdistische opera 'Le Grand Macabre', waarin de stem werd vervangen door een trompet. Een belevenis is ook het 'Piano Concerto' uit de jaren tachtig, de periode waarin Ligeti gefascineerd raakte door mechaniekjes en Afrikaanse ritmiek. Duivelspianist Pierre-Laurent Aimard nam het concert al eerder op onder Boulez, maar het lijkt wel alsof zijn interpretatie nu dieper is ingesleten. Alle lof ook voor De Leeuw en het Asko Ensemble, met name in het poëtisch desolate tweede deel. Ligeti boft maar met zijn muzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden