Liever zijn dan hebben

Loek Rijven 1943-2014

Een baantje als postsorteerder vond hij goed genoeg. Leven, reizen en lezen, dat telde voor hem.

Er was eens een jongeling die de wijde wereld in trok." Die woorden van zijn moeder die voorlas uit de sprookjes van Grimm, bleven Loek zijn leven lang bij. Hij noemde het zijn oudste herinnering. Als het verhaaltje uit was, stopte moeder hen toe. Hein aan het hoofdeinde van het bed, Loek aan de andere kant, hun voetzolen wreven ze tegen elkaar om warm te blijven.

Ze waren een tweeling uit één ei en bijna niemand zag verschil tussen hen. Op school maakten ze elkaars proefwerken en ze gingen uit met elkaars vriendinnetjes die niets in de gaten hadden. En ze trokken samen de wijde wereld in, met als hoogtepunt een maandenlange reis naar het barre Spitsbergen in 1972, in het voetspoor van Willem Barentsz. Later trokken ze er meestal apart op uit.

Toen Hein met vrienden in juli 1975 de Gran Paradiso in Italië beklom, ging het mis. Een vallende steen ketste tegen zijn nek, vlak onder zijn helm, en hij moet op slag dood zijn geweest.

Loek voelde de dood van Hein als een amputatie. Sindsdien zag hij 'het leven als de fantoompijn van de dood'.

Hein was tien minuten eerder ter wereld gekomen dan Loek, in het Haagse Bezuidenhout. Daar waren zijn ouders, afkomstig uit Venlo, gaan wonen toen zijn vader secretaris werd van het productschap voor zuivel. "Ik ben de paus van de melkboeren", legde hij zijn zes zoons en vier dochters uit.

Ze vormden een katholiek eilandje in een protestantse omgeving, zeker toen ze in 1951 verhuisden naar het Statenkwartier, aan de grens met Scheveningen. Als enige kinderen liepen ze op Sint-Maarten met lampionnen door de straat, zingend in het Venloos dat ze van moeder hadden geleerd. 'Katholieke elastieken', jouwden protestantse kinderen. 'Protestante olifanten', riepen de kinderen Rijven terug. Loek en zijn tweelingbroer waren enthousiaste misdienaars. Maar toen ze opgroeiden, namen ze afstand van de kerk. Dat gaf conflicten met hun vader, die volgens Loek roomser was dan de paus.

Hoe groot het gezin ook was, er was altijd plaats voor bezoek. Je hoefde alleen maar aan het touwtje uit de brievenbus te trekken en je was binnen, waar een kraantjespot vol koffie pruttelde. Boven het buffet hing een lijst met hoe iedereen z'n koffie wilde.

Loek en zijn broer gingen naar het Aloysiuscollege van de jezuïeten, een heel eind fietsen. Ook als het koud was, reed Loek zonder jas en handschoenen.

"Je moet je harden", vond hij. Toen hij na de middelbare school in militaire dienst moest, matte hij zichzelf af. Hij werd officier bij de landmacht. Maar later wilde hij niets meer weten van het leger en hij stuurde al zijn spullen, uniform, speldjes en onderscheidingen terug.

Studeren viel hem niet mee. In Rotterdam deed hij een blauwe maandag economie, vervolgens werd het culturele antropologie in Amsterdam. Ook dat beviel hem niet, omdat die studie volgens hem te veel gebruikt werd om voor economische doeleinden door te dringen tot andere culturen. Wel had hij goede herinneringen aan de studentenvereniging Homerus. Met zijn jaargenoten van 1965 hield hij altijd contact. Zo om de twee jaar kwamen ze samen.

Op dat soort bijeenkomsten excelleerde Loek. Hij genoot van lange gesprekken over van alles en nog wat. Hij etaleerde dan zijn imposante kennis die hij had opgedaan uit boeken. Hij was een veelvraat, hij verslond stripboeken, maar ook poëzie en wetenschappelijk werk. Eén boekenplank was gereserveerd voor uitgaven over tweelingen, een onderwerp dat hem na de dood van Hein bleef fascineren. En hij volgde film, toneel en dans. Hij was zo gedreven in het gesprek dat het vaak uitdraaide op een monoloog van Loek.

Het was niet alleen boekenwijsheid. 's Zomers ging hij op reis, meestal liftend. Soedan, Ethiopië, Iran en later, toen hij wat ouder werd, vooral in Europa. Na zijn avontuur op Spitsbergen bleef hij een hang naar het Noorden houden: Scandinavië, Ierland en de Schotse eilanden. Meestal kamperend met de fiets, alleen of met een vriendin.

Loek was een eenling. Met één vriendin heeft hij in de jaren zeventig vijf jaar samengewoond, in zijn volgende relaties bleef hij apart wonen. Kinderen vond hij prachtig, en er waren er genoeg in zijn familie- en vriendenkring om mee te ravotten.

Een maatschappelijke carrière leek hem vreemd. Na zijn afgebroken studies verdiende hij geld met eenvoudige baantjes. Bij een voddenman en in de haven, waar hij onder andere schepen schoonmaakte. Zijn ideale baan vond hij bij de PTT. Hij werkte er drie nachten per week als sorteerder van post en verdiende daarmee genoeg om te leven en te reizen. Met Kerstmis 1979 begon hij er als uitzendkracht, vervolgens kwam hij in vaste dienst, tot zijn 67ste.

Hij onderscheidde in de mensheid twee soorten: zijn-mensen en hebben-mensen. Hij rekende zichzelf natuurlijk bij de eerste groep.

Na een tijd waarin hij van de ene kamer naar de andere verhuisde, vond hij uiteindelijk een woning op driehoog in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Hij stouwde zijn kamers vol met boeken, maar hield aan de eettafel ruimte voor een groter gezelschap. Een telefoon heeft hij tot tien jaar geleden buiten de deur gehouden, dus wie hem wilde bezoeken moest op goed geluk aanbellen. Vaak bleef de deur dicht, als hij ongestoord wilde lezen of als hij zelf op bezoek was, meestal onaangekondigd.

Loek hield nauw contact met familie en vrienden. Hij had een kast vol cadeautjes klaarliggen. Hij trok door het hele land, op zijn oude fiets zonder versnellingen. Afgelopen september nog fietste hij even naar Alkmaar, om vervolgens bij Marken te gaan zwemmen in de Zuiderzee, zoals hij het IJsselmeer bleef noemen, om laat terug te keren in Amsterdam.

Een belangrijk moment in zijn leven was een verlaat eerbetoon aan Hein. Toen zijn tweelingbroer werd begraven vlakbij de berg die hem noodlottig was geworden, was Loek op IJsland. Pas een maand later hoorde hij van Heins dood. Ook andere familieleden waren afwezig geweest.Toen ze hoorden dat het graf geruimd zou worden, besloten ze Heins lichaam op te graven en te cremeren. Dat gebeurde in 2011. Ze sjouwden een gedenksteen van vijftig kilo de berg op en verstrooiden de as in een riviertje dat uiteindelijk in de wereldwijde zee uitmondde. Het laatste beetje as werd door een vriend naar Spitsbergen gebracht.

Sinds hun expeditie naar Spitsbergen had de tweeling gewerkt aan een boek over overleven in de vrije natuur. Loek was daar alleen mee verdergegaan na de dood van Hein. Of hij daar veel vorderingen mee maakte, is niet duidelijk. "Ik ben een lezer, geen schrijver", zei hij wel eens. Wat hij aan schrijfambitie had, kon hij kwijt in brieven.

Hij typte op een oude computer, zonder aansluiting op internet. Aan e-mail had hij geen behoefte. Ook al voelde hij zich zo langzamerhand gediscrimineerd als digitale weigeraar, toen hij voor z'n 70ste verjaardag een laptop cadeau kreeg, heeft hij die niet eens uitgepakt. Wel nam hij een mobiele telefoon. Die zou hij maar één keer hebben gebruikt, toen hij ziek was geworden. "Kom naar me toe", zei hij toen tegen zijn zus Moon, "het gaat niet meer."

Ruim drie weken eerder, op 3 oktober, had hij te horen gekregen dat hij kanker in de alvleesklier had. Hij had nog maar kort te leven en hij begon te plannen. Er kwamen lijsten met wie hij nog wilde zien. Iedere bezoeker kreeg iets persoonlijks mee uit zijn huis, vooral boeken. Zo lang als het kon, bleef hij gesprekken voeren. Denkend aan het gedicht 'Herbsttag' van Rilke zei hij: "Het is een mooie zomer geweest, het is nu herfst".

Loek Rijven werd geboren op 22 september 1943 in Den Haag. Hij stierf op 1 november 2014 in Amsterdam.

Zijn ideale baan vond hij bij de PTT. Hij werkte er drie nachten als sorteerder van post en verdiende daarmee genoeg om te leven en te reizen.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

'Het is een mooie zomer geweest, het is nu herfst'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden