Liever in een naveltruitje dan met de nikaab op stap

Jaarlijks bekeren zo'n honderd Nederlanders zich tot de islam. De teller staat inmiddels op ruim tweeduizend. Huwelijk met een moslim(a) kan een beweegreden zijn, maar ook het geloof zelf. Bibi Schobbers portretteerde Nederlandse moslimbekeerlingen, in twee afleveringen. Vandaag deel 1: ,,De eerste keer liep ik met knikkende knieën een moskee binnen.”

Tijdens een zomerbaantje in een broodfabriek in Amstelveen maakte beveiligingsbeambte Ismaël Martens (43), toen nog Jan, voor het eerst kennis met de islam. Het was 1978 en hij zag hoe gastarbeiders tijdens de ramadan in de nachtdienst hun eten deelden. Dat fascineerde hem, maar nog niet zó dat hij zijn leven van seks, drugs en rock-'n-roll onmiddellijk opgaf.

,,Ik was al wel een tijd op zoek, ben ben zelfs een tijdje rastafari geweest, inclusief dreadlocks.”

Zeven jaar later stuitte Martens op het boek 'De onzichtbare weg' van Reshad Feild. Hierin las hij over de weg naar God door middel van liefde - de soefimanier om tot God te komen. Omdat hij in Nederland geen soefi-leraar kon vinden, vertrok Jan Martens met zijn toenmalige vrouw naar de Verenigde Staten. In een zomerkamp bij New York werd hij zo gegrepen door de islam dat hij ter plekke de islamitische geloofsgetuigenis (sjahada) aflegde. Hij onderging het als een nieuw begin:

,,Ik zocht God en ik vond eenheid.”

De bekering van Hendrik-Jan (alias Yahya) Bakker (37), legal secretary, had een heel andere reden, maar ook hij ervoer bij zijn geloofsverklaring opluchting. Bakker was op reis in Indonesië toen hij de liefde van zijn leven tegenkwam, een moslima. Het gezin waaruit zij kwam, was niet erg streng in de leer, maar toch vroegen haar ouders Hendrik-Jan moslim te worden om haar te kunnen trouwen. De Nederlander besloot zich open te stellen voor de hem onbekende religie, maar eenmaal thuis wist hij nauwelijks waar te beginnen. Uiteindelijk vond hij een Indonesische moskee, vlakbij zijn woning. ,,De eerste keer liep ik met knikkende knieën naar binnen.”

Hendrik-Jan werd Yahya, en bracht zijn bruid naar Nederland. Zoals bij elke serieuze moslim, werkt zijn geloof door in zijn dagelijks bestaan. Vijfmaal per dag wil hij bidden. Zijn werkgever deed niet moeilijk, integendeel. En zijn collega's reageerden met respect én nieuwsgierigheid.

De 19-jarige Judith ter Horst, studente maatschappelijk werk en dienstverlening, heeft volslagen andere ervaringen na haar bekering. Tijdens haar stage bij VluchtelingenWerk kreeg ze meteen al negatieve reacties omdat ze een hoofddoek droeg. Toen ze op een school een informatieles gaf, nota bene over discriminatie en vooroordelen, werd ze achteraf door de directeur gemaand voortaan haar khimar (lange hoofddoek met onderhoofddoek) thuis te laten. Haar werkgever reageerde eveneens negatief. Ze had het in een interview met een weekblad over haar geloof gehad; dat had ze volgens haar baas eerst met hém moeten bespreken. ,,Je leek wel een extremist”, zei hij over de kleding die ze op de foto droeg. Sindsdien bedient ze zich van het pseudoniem Judith ter Horst en laat ze zich alleen nog in nikaab (volledige sluier) fotograferen.

Ismaël heeft zijn nieuwe vrouw leren kennen via internet. ,,Nee, een nette moslim chat niet, maar het is dé manier om elkaar te leren kennen.” Typerend is wel dat hij haar ongezien ten huwelijk heeft gevraagd. ,,Chatten is één ding, dat doen veel moslims, maar 'daten', dat is er niet bij.” Onlangs is hij naar Marokko gegaan om zijn bruid, een doctoranda Frans, te trouwen. Hij hoopt haar binnenkort naar Nederland te kunnen halen.

Meryam Abdoelwafa (49, agogisch opvangmedewerkster in een asielzoekerscentrum) neemt alle bewegingsvrijheid die ze nodig heeft. Hierin, weet ze, is ze anders dan de meeste Marokkaanse vrouwen. Zo is ze zojuist alleen met dochter Fatim-Zahra (12) naar Marokko geweest. Haar Marok-kaanse man vertrouwt haar hierin. Bovendien studeert en werkt ze. ,,Ik blijf toch Nederlandse, en mijn echtgenoot respecteert dit.” Ze vindt dat de keuze van veel Nederlandse moslima's om zich erg traditioneel te kleden de acceptatie van moslims alleen maar moeilijker maakt. ,,Ik heb nog liever dat mijn dochter in een naveltruitje loopt dan dat ze met een nikaab naar buiten gaat.” Zelf draagt ze wel een hoofddoek. ,,Hij zit niet lekker, maar de hele discussie erover heeft me recalcitrant gemaakt.”

In 1976 ontmoette Meryam bij het uitgaan een Marokkaanse jongen. Met hem heeft ze inmiddels drie kinderen. Ze geeft toe dat er, ondanks alle verliefdheid, aanvankelijk wat problemen waren in de dagelijkse omgang. Zo wilde ze graag weten waar hij 's avonds naar toe ging, wat 'not done' bleek in zijn cultuur. ,,Mijn man voelde zich aangetast in zijn mannelijkheid door mijn gevraag.” Dankzij aanpassingen van beide kanten verloopt het huwelijk nu vreedzaam.

Wanneer haar kinderen later niet voor het islamitische geloof zouden kiezen, zou ze hen niet verstoten. Dat geldt ook voor de andere ondervraagde bekeerlingen. Hendrik-Jan: ,,Je zou mij een wederdoper kunnen noemen. Vanaf hun achttiende of eerder moeten ze het zelf weten. Het heeft geen zin mijn kinderen te dwingen of te verstoten als hun keuze niet de mijne is. Dat brengt wederzijds frustraties met zich mee, en mogelijk een afkeer van de islam.” Wat homoseksualiteit betreft is ook iedereen het erover eens dat verstoten geen optie is. Het enige waartegen allen nee zeggen is deelname van hun kinderen aan een militante vorm van djihad.

Wanneer het gesprek komt op de islamitische wetgeving, de sjaria, zit Ismaël op zijn praatstoel: ,,De sjaria is streng maar menswaardig. Een veroordeelde kan tenslotte altijd in hoger beroep.” Over het proces van Amina Lawal, een vanwege 'overspel' tot steniging veroordeelde Nigeriaanse: ,,De betreffende khadi (rechter) was niet objectief, hij wilde zelfs de steniging bijwonen.” Ook zijn er volgens hem een hoop 'pseudo-fatwa's' (religieuze uitspraken. ,,Zoals die ten tijde van de taliban in Afghanistan, die verordonneerden dat vrouwen zonder hoofddoek geslagen moeten worden. En nee, ik dood Salman Rushdie niet, zodra ik hem zie. Ik ben soenniet, vrijzinnig dus. Een fatwa duurt trouwens slechts zolang de desbetreffende khadi leeft.”

Hendrik-Jan noemt een veel alledaagser gebruik van de sjaria: huwelijksproblemen. Wanneer man en vrouw het niet eens kunnen worden, betrekken ze hun imam erbij. Een voorbeeld uit eigen huis: ,,Ik had het gevoel dat ik botje bij botje legde om het huishouden rond te krijgen en aan mezelf niet toekwam, terwijl mijn vrouw almaar dingen bleef kopen die ze niet nodig had. Ik ben kostwinner. De imam heeft toen geadviseerd dat mijn vrouw en ik ieder een eigen rekening zouden openen en dat ik op de hare maandelijks zakgeld zou storten. Dat werkt. Een relatietherapeut had misschien hetzelfde advies gegeven, maar zo iemand mist de mogelijkheid dat vanuit de islam te onderbouwen. Daardoor zou mijn vrouw het minder makkelijk geaccepteerd hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden