Liever geluk dan gelijk

Wil Klok-Koetsier 1920-2013

Haar optimisme gaf haar kracht. Bidden en werken, dan komt het altijd goed, was haar devies.

Ze leek wel een jongen, met haar pet en haar stevige stap door het weiland van haar vader aan het Oudelandsdijkje in Monnickendam. Het boerenwerk beviel haar en ze was er onverschrokken in. Toen het paard eens losbrak en over de dijk draafde, versperde ze met hoog geheven armen de weg. Haar vader durfde niet te kijken naar zijn kleine meisje, maar het paard hield de pas in en bedaarde. Niemand twijfelde eraan of Wil Koetsier had haar boerenbestemming gevonden.

Totdat bakkersknecht Kees Klok, ook uit Monnickendam, haar aandacht begon te trekken. Ze kende hem al lang, want hij had achter haar gezeten op de lagere school. Daar had hij eens haar lange vlecht in de inktpot gedoopt. Toen ze na acht jaar van school ging, bekeek ze Kees met andere ogen. Zijn vrolijkheid en zijn mooie zwarte kuif bekoorden haar. In de gereformeerde kerk gluurden ze naar elkaar.

Haar vader vond dat maar niks. Maar zij had, zoals altijd, aan weinig woorden genoeg. "Als je verliefd bent op een bakker, dan word je geen boerin", zei ze.

En dus werd ze bakkersvrouw. De bakkerij en de tien kinderen die ze zou baren, bepaalden het ritme van haar leven. Als het tegenzat, en ze heeft een flinke portie ellende gehad, dan had ze een rotsvast vertrouwen in de goede afloop. "Bidden en werken, dan komt het goed", zei ze. Dat geloof had ze van haar vader. "Als het hard onweerde - de bui bleef dan zo hangen boven de Zuiderzee - haalde hij ons uit bed en moesten we ons aankleden. Dan bad hij met ons om bescherming. Ook in de oorlog, toen de bommenwerpers overkwamen, de Here bewaart ons."

Na tien jaar verkering trouwden ze in 1946. Kees had een bakkerij gevonden in het Noord-Hollandse dorpje Krabbendam. Met financiële hulp van haar broer konden ze het zaakje kopen. Kees wilde altijd vooruit. Na vijf jaar vond hij een grotere bakkerij die te koop stond tussen Lunteren en Ede, helemaal op de Veluwe. Kees verhuisde als eerste, Wil bleef even achter om haar vijfde kind te baren.

Zij kon slecht wennen aan haar nieuwe omgeving. Er woonden veel gereformeerden, dat gaf een band, maar in Noord-Holland werden ze tot de fijnen gerekend, op de Veluwe hoorden ze bij de lichte kant. De mensen, die ze moeilijk kon verstaan, leken zo gesloten vergeleken bij de open West-Friezen. De inboorlingen bekeken hen met argwaan, alsof ze uit een andere wereld kwamen. "Wat eten ze daar bij Klok eigenlijk?" vroegen de klanten aan de bakkersknecht.

Wil had heimwee. Tot overmaat van ramp viel de bijna 4-jarige Jan in de wastobbe met kokend heet water. Met zware brandwonden lag hij twee weken in het dodenkamertje van het ziekenhuis. Nog wekenlang ging ze dagelijks met de fiets op ziekenbezoek in Ede.

Door dat ongeluk kwam ze over haar heimwee heen. "Ik was niet meer met mezelf bezig, maar met m'n kindje", zei ze later.

Haar jongste, Willem, bleek een zorgenkindje. Dat ontdekte ze pas toen hij twee was en nog geen aanstalten maakte om te lopen. Hij had een probleem met zijn hart en zou volgens de artsen niet lang leven. Tot z'n vijftiende stond Wil alle dagen bij school op hem te wachten. Uiteindelijk werd hij als tiener door een aantal openhartoperaties toch nog een gezonde jongen.

Al die jaren dat ze in de kinderen zat, werkte ze hard mee in de zaak. Kees stond al om twee uur 's nachts brood te bakken, zij stond om vier uur op. Ze breidden de zaak uit met kruidenierswaren en Kees kocht een Volkswagenbusje als rijdende winkel. Als hij, na even gedommeld te hebben begon aan zijn ronde, bleef zij achter met de winkel. Als het deurbelletje rinkelde, was ze met een paar stappen vanuit de keuken bij de klant.

Bijna niemand betaalde meteen. Wil schreef alle aankopen in een schrift en op maandag maakte ze de rekeningen op. Als een klant echt geen geld had, dan gaf ze toch nog brood en melk mee, of een krentenbrood als er iets te vieren was.

Toen Wil hoorde dat iemand op de eiermarkt in Barneveld had geroddeld dat ze bij bakkerij Klok maar wat opschreven, stapte ze meteen op de fiets om verhaal te halen bij die boer. "Dat heb je te laten", sprak ze hem toe. Ze nam geen blad voor de mond, ook politiek niet. Geen enkele middenstander had een verkiezingsbiljet op het raam geplakt, zij wel: de gereformeerde ARP natuurlijk. Aanhangers van de Veluwse boer Koekoek, die in de jaren zestig Kamerlid werd, hingen pesterig hun affiche op aan de boom naast Wils huis.

Toen de kinderen op de lagere school zaten, kookte ze 's middags warm. Traditioneel eten, gehakt op woensdag en draadjesvlees op zondag, maar altijd smakelijk en met roomboter bereid. Tot er aardgas kwam, kookte ze voor het hele gezin met butagas op een tweepitter. Leveranciers konden altijd meeëten, en vriendjes van de kinderen ook. Ze maakte zich weleens zorgen over de zaak. Dan vroeg ze Kees: "Er zit nooit wat in het geldkistje, gaat het wel goed?" En het ging goed.

Begin jaren zestig gingen ze voor het eerst met vakantie: een week in een huisje in Gaasterland, waar ze met z'n allen op zolder sliepen. Zij wist de lieve vrede te bewaren. Als er ruzie was, zei ze: "Hou toch op, je hebt toch liever geluk dan gelijk."

Ze had meer van die spreuken: "Eerst het nodige, dan het nuttige en dan het aangename." Maar dat aangename moest je niet overdrijven. Toen Kees een bed met nachtkastjes wilde kopen, hield zij dat tegen. "Als je geld te veel hebt, dan geef je dat maar aan de kinderen in Afrika."

In 1973 ging hun auto op een kletsnatte weg aan het glijden. Kees liep alleen wat schrammen op, maar Wil brak haar nek. Maandenlang moest ze revalideren, met dag en nacht een beugel om haar hoofd. Haar lange vlecht, altijd in een knotje, ging eraf, voor altijd.

Begin december 1978, toen ze hard hadden gewerkt om alles voor sinterklaas klaar te krijgen, werd Kees verblind door de lage zon en botste op een andere auto. Hij raakte in coma en overleed een week later. Op haar 58ste bleef Wil alleen achter met een nieuwe bakkerij in aanbouw, waarmee Kees andere winkels had willen voorzien van brood. Twee zonen namen de zaak over, Wil hield toezicht en hielp. "Ik heb nog zoveel om voor te leven", zei ze.

Ze bleef bij de bakkerij wonen tot 1987, toen ze in Ede de terrasflat van dochter Riet overnam. Een hele overgang naar drie hoog, maar ze genoot van de vrijheid. Voor het eerst kreeg ze een vriendin, ook een winkeliersvrouw, met wie ze samen naar de kerk ging en uitstapjes ondernam. Ze deed mee aan een vrouwengespreksgroep en sociaal werk van de kerk. Kleinkinderen waren er inmiddels hij de vleet.

Toen de jaren gingen tellen en mensen in haar omgeving wegvielen, werd ze vergeetachtig en uiteindelijk sloeg dementie toe. Het was niet altijd duidelijk of ze besefte dat haar zoon Gert in 2009 na een herseninfarct was gestorven. Wil werd opgenomen in een verpleeghuis. Maar de zorg daar schoot te kort. Dochter Hanny nam haar daarom op in haar huis in Koudum, waar ze anderhalf jaar zou blijven.

Toen ze dicht bij haar einde was, en niet meer dronk of at, zei Hanny een kindergebed:

'... doe mij dankbaar en gezond

opstaan in de morgenstond,

als ik mijn ogen opendoe,

lacht de zon mij vriendelijk toe.'

Wil hield haar ogen gesloten en schudde van nee.

Willempje Klok-Koetsier werd geboren op 26 september 1920 in Monnickendam. Ze stierf op 5 september in Koudum.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Het bakkersechtpaar Kees en Wil (rechts) met hun tien kinderen.

Eerst het nodige, dan het nuttige en dan het aangename, zei ze altijd. Maar dat aangename moest je niet overdrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden