Column

Liever een volkskoning dan een volksmenner

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

Dit weekend is het vijftien jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord, een gebeurtenis die als een omslagpunt in onze parlementaire democratie wordt beschouwd. Was het dat ook?

De directe politieke betekenis van Fortuyn liet zich aflezen uit de uitslag van de Kamerverkiezingen kort na de moord. De LPF veroverde 26 zetels en stootte in één keer door naar het machtscentrum. Dat laatste was eerder vertoond, door DS'70, een afsplitsing van de PvdA onder aanvoering van Willem Drees jr, die in 1971 acht zetels behaalde en soepel werd opgenomen in de coalitie met christen-democraten en liberalen waarop het kabinet-Biesheuvel steunde.

In beide gevallen was het verblijf van de nieuwkomer in het machtscentrum van korte duur. Het kabinet-Biesheuvel hield het net iets meer dan een jaar vol, het centrum-rechtse kabinet-Balkenende waarvan de LPF deel uitmaakte, slechts 86 dagen. De overeenkomsten tonen het vermogen van de zittende macht nieuwe rivalen door inkapseling onschadelijk te maken. Hier gold als leidraad wat de Amerikaanse president Lyndon Johnson zei over zijn nauwe relatie met de geduchte FBI-directeur Edgar Hoover: 'Better to have him inside the tent pissing out than outside pissing in'.

In 2010 herhaalden CDA en VVD de strategie nog een keer door de PVV als gedoogpartner in het kabinet-Rutte I te betrekken. Dat kabinet kende ook een korte duur, doordat het net als in de voorgaande gevallen door de nieuwkomer werd opgebroken. Maar in dit geval keerde de strategie zich ook tegen het al verzwakte CDA, dat net als de PvdA en VVD geen antwoord had op de grote demografische en culturele veranderingen in onze samenleving.

De betekenis van Fortuyn in dit bredere perspectief is dat hij katalysator was in het proces van tanende bindingskracht van de volkspartijen CDA, PvdA en VVD. Hij benadrukte zowel de uitkomsten van de individualisering ('ik zeg wat ik denk') als die van de ontzuiling en ontkerkelijking ('de verweesde samenleving').

Het amalgaam van deze tegenstrijdige uitkomsten heeft een nationalistisch populisme opgeleverd dat als de erfenis van Fortuyn kan worden gezien, temeer daar hij met de expressie van het onbehagen, vooral tegen de islamitische cultuur, een nog verborgen ader voor machtsvorming blootlegde. Dat de traditionele partijen het met dit populisme moeilijk hebben is maar goed ook, want het mondt onvermijdelijk uit in oplossingen die buiten de orde van onze democratische rechtsstaat vallen.

Populisme

Het populisme is een factor geworden in de Nederlandse politiek, maar een betrekkelijke. De zeven partijen die sinds het weglopen van de PVV uit het Catshuis in 2012 het land regeerbaar hebben gehouden, haalden bij de jongste Kamerverkiezingen samen 102 zetels. Niet dat regeerbaarheid het hoogste doel is, maar deze ruime meerderheid is het, met uitzondering van de SGP, over een aantal niet onbelangrijke hoofdzaken in grote lijnen eens: de onaantastbaarheid van de grondrechten en daarmee de pluralistische grondslag van de natie, het lidmaatschap van de EU en de Navo en de overlegeconomie.

Deze hoofdlijnen zijn al sinds de oorlog belangrijke oriëntatiepunten in de Nederlandse politiek en ze zijn dat nog steeds. In dat historische perspectief, dat meer continuïteit dan breuken laat zien, is de betekenis van Fortuyn gering. Voor zover er van het populisme een signaal uitgaat naar de traditionele partijen is het dat zij klaarblijkelijk te veel staatspartijen zijn geworden en minder volkspartijen.

Daarbij moet wel worden bedacht dat de representatie in een geïndividualiseerde samenleving altijd te wensen zal overlaten. Het populistische antwoord is een contradictio in terminis: het institutionaliseren van de zogenaamde volkswil in referenda. In dit licht is de rol van de koning een interessante. Terwijl de grote politieke partijen zijn getransformeerd van emancipatiebewegingen en tegenmacht tot staatspartijen, voltrekt zich in het koningschap een beweging van staatshoofd tot volkskoning.

Willem-Alexander vervult nog altijd de tweeledige rol van staatshoofd en 'hoofd van de natie', maar al ver voordat hij aantrad in 2013 was duidelijk dat hij zijn gezag zou moeten ontlenen aan een zichtbare rol in de samenleving. Mede daardoor ontstond ruimte om de kabinetsformatie te ontkoningen en na het bewind van Beatrix accenten te verleggen.

De koning als bindend figuur en stille tegenmacht van kabinetten, die van nature de neiging hebben naar binnen te keren en daardoor onvrede oproepen? Het is waarschijnlijk niet eens zo ver gezocht. Liever een koning die de eenheid in verscheidenheid verbeeldt dan een volksmenner die van onze cultuur een eenheidsworst maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden