Liever één Van Gogh weg dan honderd oude prenten

AMSTERDAM - Kunsthandelaar Peter de Boer had het liefst één Van Gogh verkocht. Dan waren de geldzorgen van de door zijn oom begonnen Collectie P. en N. de Boer te Amsterdam tenminste in één klap voorbij. Maar hij wist zijn medebestuursleden niet te overtuigen. Daarom worden vandaag honderd tekeningen van met name Italiaanse oude meesters geveild bij Christie's in Londen.

Het bestuur schrok blijkbaar terug voor een rel rond de particuliere collectie van oude meesters, die zeker voor Nederlandse begrippen bijzonder is. Maar de keus voor de tekeningen in plaats van een Van Gogh gaat De Boer nog steeds aan het hart: “Veel van die tekeningen zijn uniek voor Nederland. Schilderijen van Van Goghs zijn in ons land echter niet schaars.”

Volgens de Amsterdamse kunsthandelaar was het onvermijdelijk dat er iets verkocht zou worden. Hij vertelt het in de kelder van het 17e eeuwse pand aan de Herengracht, waarin zijn firma is gevestigd. “De stichting hikt er al twintig jaar tegen aan, maar het kon echt niet langer. We hebben tekeningen en schilderijen, maar geen geld. Het enige wat we doen, is bewaren.”

“Onderhoud van de collectie, laat staan restauratie is al jaren onmogelijk. Zo bezitten we een drieluik uit de 16de eeuw waar de verf als het ware van af springt. Af en toe hebben musea een doek gerestaureerd. Als zij een schilderij wilden lenen zeiden wij: 'Dat is goed, als je het meteen ook onder handen neemt'.'

Het was zijn oom Pieter de Boer (1896-1974), die de verzameling stichtte nadat hij eerst naam had gemaakt in de kunsthandel. Een artistieke achtergrond had hij niet. Pieter de Boer studeerde biologie en bouwde een grote collectie kevers op, die de familie aan de Universiteit van Amsterdam schonk.

Maar juist de natuur voerde Pieter de Boer tot de kunst. Hij raakte gefascineerd door een schilderij met rupsen en vlinders van de Vlaming Jan van Kessel. Het werd zijn entreein de kunsthandel èn het einde van de studie. Na enige tijd begon hij ook een collectie, die hij naar zichzelf en vrouw Nellie noemde.

Kunsthandel en verzameling zijn officieel niet langer met elkaar verbonden. Een stichting is eigenaar van de collectie. Toch heeft die als doelstellingen het bevorderen van de kunsthandel. Dat zou kunnen door de collectie aan de Herengracht te exposeren. Een bezoeker zou dan in de ene zaal een werk uit de verzameling kunnen bewonderen en in de andere een doek van dezelfde kunstenaar kunnen kopen.

De wisselwerking zou des te meer mogelijk zijn, omdat de handel en collectie zich met dezelfde soort werken bezighouden: Vlaamse en Hollandse meesters van de 15de tot en met 17de eeuw.

De verzameling groeide onder Pieter de Boer aan tot zo'n zestig schilderijen, waaronder twee stillevens van Ambrosius Bosschaert en een ijsgezicht van Hendrik Avercamp. Onder de vijfhonderd tekeningen zit werk van Rembrandt, Rubens en Jan Brueghel de Oudere.

“Maar mijn oom was nog het meest trots op de Van Goghs”, zegt Peter de Boer. De stichting bezit liefst drie doeken - waaronder 'Het korenveld van Arles' uit 1888 - en vijf tekeningen. “Hij kon ze nog kopen voor een kleinigheid vergeleken met wat ze nu waard zouden zijn. Ik meen dat hij één schilderij zelf nog voor 40 000 gulden heeft aangeschaft.”

Hoewel in theorie schatrijk, bezit de stichting in de praktijk geen geld om de collectie onder de aandacht van het publiek te brengen. En dus moest ze verkopen. De keus viel op de buitenlandse tekeningen. Juist omdat de rest vooral uit Nederlands werk is. Daardoor gaan vandaag ondermeer schetsen van Canaletto, Francesco Guardi van de Canal Grande in Venetië en tekeningen van Tiepolo en de Fransman Fragonard onder de hamer.

“Met de opbrengst knappen we de rest eerst goed op. Ook kunnen we dan iemand aanstellen om een bestandscatalogus te maken en de bibliotheek bij te houden. Binnen enkele jaren moet er ook een grote tentoonstelling komen.” Waar is nog onbekend. Nieuwe aankopen zitten er niet in; met de opbrengst van de veiling, geschat op anderhalf miljoen gulden, is dat niet mogelijk.

Enkele van de beste schilderijen uit de collectie heeft Pieter de Boer nog in permanente bruikleen afgestaan aan musea als Boymans-Van Beuningen te Rotterdam, Mauritshuis in Den Haag en Rijksmuseum te Amsterdam. Hij had ook het plan alles in het Singer Museum in Laren onder te brengen. Het bestuur heeft daar volgens zijn neef nooit aan gedacht. “De collectie moet op den duur hier in huis een vaste plaats krijgen.”

Peter de Boer loopt door het vertrek in het monumentale grachtenpand, dat hij heeft bestemd voor die permanente, waardevolle expositie. Hij wijst op een tweehandse ladenkast die tegen de wand staat. “Kijk dat is nou de enige aankoop die de stichting de laatste twintig jaar heeft gedaan. Hier moeten de tekeningen in komen. Oké, het was oorspronkelijk een apothekerskast. Maar hij heeft wel goede diepe laden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden